in

Wij motorrijders… een column

Motor aan de kant zetten. Vriendje bellen voor onderdelen . Een half uurtje wachten. Andere zuiger en cilinder er op. Dat gaar ook binnen een half uur. En weer door...

Vroeger zat je als motorrijders dom te praten met een pilsje in je hand. Je zat als motorrijders te sleutelen met een pilsje bij de hand. Vroeger gingen motorfietsen best eens stuk. En vroeger stopte je als motorrijder als je een lotgenoot met pech zag staan.

Onlangs struikelde ik online over een forum over motorrijders

Dat we elkaar broederlijk groeten. We ‘brothers’ zijn. Dat we in ‘Respect!’ en ‘Freedom!’ tot het gaatje gaan als het op LEVEN! aankomt. Dat er blijkbaar een heel stel verschillende groeten waren waarin motorrijders met dezelfde smaak, motor of verwondering elkaar konden herkennen. Dat een aan het stuur gebonden shawl betekent dat je met pech stond. Dat een helm die een paar meter achter de motor op de grond staat betekent dat je pech hebt. Dat het uitsteken van een been na het passeren geen bedreiging of belediging was. Maar zo groeten wij motorrijders elkaar als we onze handen niet vrij hebben. Ah… Ik wist alleen dat dat pootje uitsteken ooit in Zuid Europa betekende dat je genadeloos ingehaald was en derhalve nog geen schop onder je kont waard was.

Al dat gegroet is geworden tot een lege symboliek

Vroeger, alweer ‘vroeger’, groetten motorrijders elkaar omdat ze beseften dat ze wankel onderweg waren op motorfietsen die er zomaar mee op konden houden. Motorrijders wisten dat ze elkaar nodig konden hebben. En dat schiep een band.

De laatste keer dat ik met pech stond (maar ach: is oververhitting vanwege binnen 500 km versleten zuigerveren pech of gewoon grappig?) waren er twee medeweggebruikers die stopten. De een was een ex-motorrijder die vanwege zijn vaderschap dertig jaar geleden van zijn vrouw moest stoppen met motorrijden.

De tweede was een puppy met zijn pet achterstevoren op. Zijn autootje was zo verlaagd dat ik heel serieus moest bukken om oogcontact te kunnen krijgen. De vader van de GTI piloot was monteur geweest en hij wilde best zijn vader ophalen om de zaak eens te bekijken. Ik bedankte de aspirant helpers oprecht en vertelde dat ik op een soort hinkstapsprong op weg naar huis was. Starten. Heel rustig rijden tot het blok weer zo heet was dat ik de lak op de dynamo begon te ruiken. Stoppen. Olie bijvullen. Rustig twee sigaren wachten tot het blok  weer was afgekoeld en dan weer verder. De jongeman in de GTI vroeg bezorgd: “Maar heb je wel genoeg sigaren?“

Tijdens die afkoel- en olievulpauzes (thuis bleek ik op dik 350 kilometer bijna vier liter olie te hebben verstookt) stopte er geen enkele ‘brother’, motorrijder of scooterist. Gelukkig ben ik op mijn Ural combinatie volledig self supporting en kan er op een klassieke Guzzi alleen de koppelingskabel stuk gaan.

Aan de andere kant: Wat heeft stoppen voor een gestrande motorrijder nog voor toegevoegde waarde buiten het feit dat je interesse toont. Nou ja, mogelijk is de telefoon van de pechvogel ook net leeg. Dan kan hij met mijn GSM om hulp vragen. Want de techniek van een moderne motorfiets gaat mij minimaal twee bruggen te ver. Aan de andere kant: ik heb een keer iemand geholpen door de dodemansknop weer goed te zetten.

Het is allemaal mooi

Motorrijders zijn een broederschap M/V, motorrijders zijn avontuurlijke individualisten, Harleys zijn de beste motorfietsen ter wereld. Shovelheads waren de laatste Echte Harleys, Italiaanse motorfietsen zijn elektrisch onbetrouwbaar. BMW’s zijn de beste motorfietsen ter wereld. De BMW tweeklepsboxers zij de laatste Echte BMW’s. Japanse motorfietsen zijn de beste motorfietsen ter wereld. Uit China komen alleen slechte motorfietsen. Bikers horen tattoos te hebben. En natuurlijk: Motorrijden is gevaarlijk.

Gelukkig vergeet ik elke keer dat ik op een van mijn oude HERSTEL: klassieke motorfietsen rijd hoeveel belangrijke dingen er in het leven spelen. Ik rijd. En geniet. Ook stop overigens wel als ik een motorrijder M/V met pech zie. En je wilt niet weten hoe gelukkig en blij je je voelt als je op een KMZ 23 pk zijklepper een stukke Ducati Diavel naar zijn bestemming sleept.

Meer columns vind je via deze link

Meer verhalen over klassieke motoren vind je via deze link

Dat gebeurt onderweg. Dus wordt het onderweg gerepareerd 🙂
We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Een reactie

Geef een reactie
  1. Leuk toch , al die herinneringen .

    Maar 4 liter olie op 350 km valt nog mee , 8 liter op 25 km is pas verontrustend .
    Rond 1985 reed ik mijn laatste Peugeot 504 Ti autm uit 1978 , had deze overgenomen van een klant van Nefkens Eurodam , de auto was 5 jaar en had 27000 km gereden . Daarvoor had ik al een GL en 2 Ti in bezit gehad .
    Olieverbruik was deze auto,s vreemd en dus werd er , te , weinig gecontroleerd . Op weg uit mijn werk ,toen 25 km verder , zag ik vlakbij huis in een bocht het olielampje oplichten , dach ik . Bij de volgende bocht weer en ging niet uit , in de bocht zat een benzine station waar ik gelijk in dook , peilen , geen olie aan de stok , totaal 4 liter olie moest erin , de bijna normale inhoud . omdat ik nodig weg moest ik mijn baas om een andere auto gevraagt en hem om gaan ruilen met 4 liter olie mee . Ter hoogte van Maasluis, 12 km verder , lampje weer aan , weer kan olie er in en in Monster aangekomen was het carter weer leeg . De andere dag gekeken , lag er 1 grote olievlek rond de auto . Waar bij de GL uitvoeringen met carburateur het oliefilter aande voorzijde van de motor zit is daar bij de Ti ,door de plaats van de Kugelfisher pomp , geen plaats en zit het filter via een opzet stuk naar achteren gericht , nu waren van dat opzetstuk de boutjes losgelopen dus de olie liep zo tussen het filterhuis de straat op . Dus al heb je nooit verbruik , peilen blijft belangrijk ,dan had ik eerder ontdekt . in elk geval had de 504 het overleefd en roest aan de bodem ……Nooit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *