Artikelen

Dwergauto’s. Een nieuw begin na WOII

By  | 

Dwergauto’s. Dat klinkt eigenlijk niet best. De benaming zal dan ook niet door een team marketeers bedacht zijn. Maar ‘dwergauto’s’ zijn klein. Dat is duidelijk. Ze zijn erg geliefd aan het worden buiten Nederland. Maar dat komt omdat Nederland achter loopt op trends. Nederlandse klassiekers zijn bijvoorbeeld nog steeds goedkoper dan hun familieleden in de diverse buitenlanden. We kennen een paar klassiekerspecialisten die voor 75% afhankelijk zijn van de buitenlandse verkopen.

In alle redelijkheid: de klassiekerspecialist die afgelopen maand in één keer veertig auto’s verkocht aan een Rus die tussen een hap kaviaar en een slok wodka had besloten een automuseum te beginnen, is een uitzondering. En de man die een week voor de D-Day viering in Normandië besloot dat hij daar aanwezig wilde zijn met een BMW “Wehrmachtsgespann” was dat ook. Hij tikte 220.000 euro neer om er snel een te kopen.

 

Dwergauto’s dus

Tegenwoordig zijn de kleinste auto’s bedacht voor de drukste steden. Vroeger werden de kleinste auto’s gemaakt voor mensen met de smalste portefeuilles. Na de tweede wereldoorlog was het bezit van een motorfiets een luxe. Mensen zoals de lokale notaris en de veearts reden motor. Het bezit van een auto was in die tijd een droom. Een auto was een onbetwistbaar statusobject. En je zat er droog in. Er was dus en markt voor goedkope auto’s. De vereiste kleine prijsjes daar van resulteerden in kleine, heel kleine, automobielen.

Omdat er weinig beginkapitaal was moesten die ‘volkwagentjes’ technisch eenvoudig en goedkoop te maken zijn. Daarbij werd dan zwaar gebruik gemaakt van motorfiets onderdelen en techniek. Kleine tweetakt motoren en ketting aandrijving. En iets van beschutting, weet je wat: we doen een dakje. De diverse acties resulteerden doorgaans in vriendelijk pruttelende scharreldieren met een vaak op zijn best vertederende styling.


Hoe klein ze ook waren, de verschillen waren groot

En zelfs het “klein” is nogal relatief en subjectief. Bij de Nederlandse DWergAutoClub DWAC is het duidelijk waar men het over heeft, namelijk historische gemotoriseerde 3- en 4 wielige voertuigen waarvan de motor een cilinderinhoud heeft van maximaal 600 cc. En het “historische” is omschreven als ‘voertuigen waarvan de productie vóór 1970 is beëindigd’.

De meeste van deze auto’s zijn in de vijftiger jaren van de vorige eeuw gebouwd en heetten toen “scootmobiel”, “bubble car” (vooral de exemplaren met grote gewelfde ruiten) en ook wel gewoon “kleine auto”.

Slechts enkele modellen dwergauto zijn in grote aantallen (meer dan 100.000 stuks) gebouwd zoals de Messerschmitt, de Goggomobil en de BMW Isetta. Van veel meer zijn er tientallen of honderden gemaakt. Maar in dwergautoland is ‘Rovin’ bijvoorbeeld ook een merk dat de hebzucht kietelt.

Veel fabrikanten, weinig productie

Veruit de meeste van de ruim 1500 modellen van 500 fabrikanten zijn slechts 1 of enkele malen gebouwd. Ze zijn ontworpen en gebouwd in veel landen binnen en buiten Europa; het meest in Duitsland, Engeland, Spanje en Frankrijk. Maar ook in Nederland. En daar komen we op terug in AutoMotorKlassiek, het blad waar u zich al zo lang op had willen abonneren.

 

Slechts een heel klein percentage van deze wederopstandingsauto’s na WOII heeft de tand des tijds overleefd en de overlevenden worden nu gekoesterd door allerlei mensen binnen en buiten clubverband. Bij de DWAC zijn dat bijvoorbeeld 800 dwergautootjes, waarvan er 150 rijklaar zijn; voor al die anderen zijn restauratie activiteiten of bestaan er plannen. Die dwergen zijn in bezit van zo’n 200 eigenaren. Het zijn ruim 100 verschillende modellen, gemaakt door zo’n 60 verschillende fabrikanten. Er zijn enkele unieke exemplaren bij.

Dwergauto's

Dwergauto's

Dwergauto's

Dwergauto's

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. Bos T.J.M.

    21 juni, 2019 at 09:53

    Heel leuk artikel over deze ,nu onbetaalbare dwergauto`s!

    • Dolf Peeters

      23 juni, 2019 at 08:29

      En we zijn bezig met iets dat heel bijzonder is. Maar dat komt straks in het blad!

    • Sanders JJ

      25 juni, 2019 at 20:16

      Mijn broer heeft in begin 50er jaren een kleine auto gehad die veel lijkt op de afgebeelde auto , het merk was Julien ,een 4 takt 350 cc Triumphmotor ik vermoed een Frans fabrikaat ,achterin gemonteerd ( ik was nog heel jong) de carrosserie was deel van hout en bekleed met leerdoek ( een ouderwetse versie van Skai doek) zoals ook bij Loyd gebruikt werd Ik heb hem nooit meer gezien uitgezonderd eens op een Amerikaanse site voor smal cars.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *