Nieuws

De prijs van patina

By  | 

Ooit was de meest glimmende klassieker het meest waard. Bij ‘in concoursstaat’ begonnen mensen te stralen. En dat terwijl ‘concoursstaat’ eigenlijk een uitvloeisel was van de auto’s (en motoren) zoals die op grote tentoonstellingen en perspresentaties aan den volke werden getoond. Dat waren exemplaren die op de montagelijn al extra zorg hadden gehad en die daar na dooreen team van specialisten tot op een niveau waren gebracht waar een productiemodel nooit aan kon tippen.

Dat ging trouwens zo ver dat auto’s en motoren die aan de pers (zeg maar ‘het FB en de Insta van toen’) ter beschikking werden gesteld domweg getuned en super afgesteld werden. De vering tot de stoelen werden aangepast… Alles om ‘het plaatje’ mooier te maken. Dat ging ook op voor de glans van de lak en de passing van de naden tussen de panelen.

Onze Duitse en Amerikaanse vrienden lieten zich in hun restauraties vaak zoveel meeslepen dat de argeloze toeschouwer en zonnebril moest dragen om niet verblind te worden. Intussen is het tij gekeerd. En dat komt omdat ‘slijtage en verwering’ heel slim zijn vervangen door ‘authentiek’ en ‘patina’. Dat klinkt beter. Is dus meer waard. En het werkt blijkbaar redelijk succesvol.

Want alweer een aantal jaren brengen gave, ongerestaureerde klassiekers aanzienlijk meer op dan hun glimmend perfecte tegenpolen. Dat patina werd zo populair dat er aardig wat mensen met het concept op de loop zijn gegaan. Net als politici dat met een aantal steekwoorden hebben gedaan. In beide gevallen gaat het om maskering, misleiding.

Voor wat de politici laten we de zaak rusten. Maar je moet toch wel aardig cynisch zijn om een wanhopig uitgeleefde klassieker aan te duiden met benoemingen zoals ‘patina’ en ‘authentiek’. In onze optiek is patina inderdaad een dikke plus. Maar dan wel als ‘gezonde gebruikssporen bij een eerlijke klassieker. Bij een klassieker waarvan de techniek gewoon in orde moet zijn. Scheef trekken bij het remmen en een olieverbruik van een liter op tweehonderd kilometer? Dat is verwaarlozing en vereist reparatie en of revisie. En doorgerotte deurpanelen opwaarderen als ‘behorend bij het authentieke patina? “ Nee toch?

Patina was trouwens iets dat al meer dan 25 jaar geleden ontdekt was door Bugatti eigenaren. We zagen die met hun museale racemonsters door de Ardennen boenderen alsof het Peugeot 205 GTI’tjes betrof. De Bugatti’s waren gebutst,geschramd en overtuigend smerig. De berijders hadden er de dikste pret mee. En als je ooit een type 35 van een parkeerplaats vol gravel hebt zien wegscheuren terwijl de achterwielen pauwenstaarten gruis en grind opwierpen, dan weet je: Daar zijn die Bugatti’s  voor gemaakt.

Daarom mag een Bugatti – en dan praten we niet over de chique tak van die familie’-  niet te mooi zijn. Een ons bekende meesterspuiter kreeg de opdracht een technisch 100% gerestaureerde Bugatti te spuiten. Dat moest –natuurlijk – met celluloselak. Want dat was immers origineel. Ondanks de geruchten is er nog aan celluloselak te komen. De auto werd gespoten en na controle optisch in orde bevonden. Met één ‘maar’. De Bugatti moest, met de hand,  dof- en op de klinknagels bijna doorgepoetst worden. Dat was voor twee man nog eens drie dagen arbeid.

Maar toen was de opdrachtgever dan ook helemaal tevreden. Want de herboren Bugatti zag en uit alsof hij net schoongemaakt was na het rijden van een dubbele Mille Miglia.

Mooi spul: ‘Patina’.

patina

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X