Nieuws

De Opel GT. Vijftig jaar, geliefd en veel te kort gebouwd

By  | 

In de jaren zestig kenmerkte het Opel-gamma zich als uitgebalanceerd. De trouwe Opel-rijder stond een brede range aan modellen ter beschikking. Deze liep van de Kadett tot en met de Diplomat. Het was een overzichtelijk gamma. Maar in 1965 vielen op de IAA van Frankfurt de monden van velen wagenwijd open bij de aanblik een verrassend en aansprekend concept. Het was in het diepste geheim ontworpen én vormde de opmaat naar een historisch model: de Opel GT

Ontwikkeling

Bij de ontwikkeling van de GT werd duidelijk dat deze een volgende beeld bepaler voor het GM-concern moest worden. Dat was een forse opgave, want General Motors had met de Chevrolet Corvette al een imagebuilder van jewelste in huis. Toch slaagden de ontwikkelaars Clare Mac Kichan en Erhardt Schnell er in om -naar later bleek- een ook voor de Amerikaanse markt aansprekend model te ontwikkelen. De GT kenmerkte zich door de zogeheten “Coke-bottle-shape”. Opvallend waren ook de klapkoplampen. De vormgeving van het model stond eerder vast dan de technische specificaties. Voordat deze definitief werden bepaald presenteerde Opel bij de opening van haar testcentrum in Düdenhofen een proefmodel aan de internationale auto pers. Daar werd de auto uitstekend ontvangen.

Carrosserieën gebouwd in Frankrijk

Er doemde echter ook een probleem op. De Opel GT kon vanwege capaciteitsproblemen niet in thuisland Duitsland gemaakt worden. Daarom besloot de Opel-leiding om de bouw van de carrosserie bij Chausson in Gennevilliers plaats te laten vinden. De verantwoordelijken besloten om de afwerking van de GT-carrosserie ook in Frankrijk plaats te laten vinden. Het spuitwerk en binnenafwerking van de GT vond plaats bij Brissonneau en Lotz in het Franse Creil. Na de voltooiing daarvan werden de GT carrosserieën naar Bochum in Duitsland getransporteerd, waar zij voorzien werden van onderstel en aandrijflijnen.

Lancering in 1968

De internationaal gebouwde Opel kwam in september 1968 op de markt met twee motorvarianten. De koper van de op een aangepast Kadett-B onderstel gebouwde GT had de keuze tussen de variant met 1100 motor en 1900 motor. De uit de Kadett stammende 1.078 cc motor- die zijn weg vond in de GT 1100- kenmerkte zich door een vermogen van 60 pk, een maximum koppel van 85 Nm bij een toerental van 4400 toeren per minuut, een driemaal gelagerde krukas, een onderliggende nokkenas en twee Solex valstroom carburateurs. Met die motor bereikte de kleinst gemotoriseerde variant een top van 155 kilometer per uur.

Opel GT 1900: de serieuze broer

De GT 1900 was de serieuze broer van de twee. De 1.897 cc motor in het vooronder produceerde een vermogen van 90 PK. Het koppel van de motor bedroeg 129 Nm bij 2800 toeren per minuut. Daarbij kreeg de motor het brandstof-luchtmengsel toegediend door een register carburateur (tweetraps) van Solex en werden de kleppen bediend door een hoog liggende nokkenas. Die specificaties zorgden voor een top van 185 kilometer per uur voor de handgeschakelde versie. De 100 kilometer per uur werd in 11,5 seconden bereikt. De omvang van de -ook met automatische transmissie leverbare- Rekord CIH motor stelde de constructeurs aanvankelijk voor problemen. De motor paste na de nodige modificaties in het vooronder van de GT. Onder meer een verkort kleppendeksel was daarvoor benodigd. Alle genomen moeite voor de GT 1900 was niet voor niets. De aan de uitstulping in de motorkap te herkennen GT 1900 was veruit de populairste variant. Daarentegen werd van de 1100 variant al in 1970 afscheid genomen.

Opel GT/J

De Opel GT/J kwam in maart 1971 als spaarmodel op de markt. De Duitse verkoopprijs was lager dan die van de eerste GT met 1900 motor die in 1968 zijn debuut maakte. De GT/J kenmerkte zich ten opzichte van de GT 1900 door het ontbreken van chroom, uitklapbare achterruiten, een oliedruk- en amperemeter. Die laatste onderdelen werden in deze uitvoering vervangen door lampjes. Verder werd de motorruimte niet verlicht. Het afwezige chroom was vervangen door matzwarte onderdelen. Deze GT/Junior kenmerkte zich verder door zwarte rallystrepen langs de flanken en kunstleren bekleding in plaats van corduroy. Wel behield deze variant de 1900 motor.

Kunststof bumpers: no go

De Opel GT werd ook als uitgangspunt gehanteerd voor een aantal interessante experimenten. In 1969 zag de ontwerpstudie Aero GT het levenslicht, en Opel bouwde in 1972 ook een elektrische variant van de GT, die toen al een top van 189 kilometer per uur wist te bereiken. In werd voor testdoeleinden een diesel GT ingezet. De “Nagelvijl” reed in dat jaar 18 individuele en 2 wereldrecords bij elkaar. In hetzelfde jaar werd echter ook het einde van het model ingeluid. Hoewel de GT-range voor zijn tijd als veilig bekend stond diende Opel de Amerikaanse veiligheidseisen extra in acht te nemen. De absorberende zones waren niet voldoende om de Amerikanen te weerhouden om strengere normen uit te vaardigen voor de GT. Opel werd verzocht om kunststof-bumpers op de auto te plaatsen. De Duitsers vonden dat teveel afbreuk doen aan het design, en namen een ingrijpend besluit.

Amerikaanse en Franse ontwikkelingen zorgen mede voor productie einde

Want in 1973 kwam na de bouw van in totaal 103.463 GT exemplaren een einde aan de productie. Daarvan werden 70.222 GT’s naar Amerika geëxporteerd en via het dealerschap van concernzuster Buick verkocht. De GT met 1900 motor (inclusief de GT/J) werd 99.880 keer gebouwd. De overige 3.573 werden met de veel minder populaire 1100 motor uitgerust. Vast staat in ieder geval dat de Amerikaanse eisen een veel te vroeg einde inluidden. Wat zeker ook meespeelde was dat carrosseriebouwer Chausson nauwe banden had met Renault, dat in haar Alpine-range de A110 voerde. Die had last van de concurrentie van de Opel GT. De Amerikaanse en Franse ontwikkelingen zorgden in 1973 voor het einde van een auto, die vanwege zijn bijzondere vormgeving en relatief korte productieperiode een iconische status kreeg.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X