Motoren

De Harley-Davidson ST’s

By  | 

Harley-Davidsons letter coderingen zij bijna mystiek. Met wat goeie wil kun je aan de meer luxe toerders een half alfabet knopen dat ‘De Kenner’ precies duidt wat voor soort Harley-Davidson ( en let op het streepje tussen Harley en Davidson. De fabriek is daar erg punctueel in). Maar de aanduiding ‘ST’ is overzichtelijk. En zo heb je dan bij voorbeeld de FXSTS Springer Softail

ST staat voor Softail

En die aanduiding Softail –met maar 1 ‘t’ – is net als zowat alles bij het Amerikaanse merk een ’registered trade mark’. Met die ST modellen was Harley een voorloper op het nu zo populaire Retro gebied. Want de Softail was niet meer of minder dan de suggestie van een onafgeveerd achterframe, een ‘hardtail’.

Het was een optische illusie, want de ST modellen hadden wel degelijk achtervering waarbij de veerelementen onder het motorblok verstopt zaten. Het was niet huiveringwekkend veel, maar toch. De ‘looks’ waren ‘cool’. En het gemopper van journalisten zo omstreeks eind tachtiger- begin negentiger jaren over de wegligging en het stuurgedrag?

Dat was natuurlijk terecht als je zo’n 1340 cc twin vergeleek met een Ducati of zo. De doelgroep was er gewoon tevreden mee. En Harley rijders die dapper wilden sturen? Die kochten ( of financierden) gewoon een Dyna. In die ST lijn zat om het helemaal nostalgisch te maken ook nog de ‘Springer’, een versie met een voorvork die ook zo uit 1940 leek te komen, maar die natuurlijk wel digitaal berekend was.

De Evolution blokken

Het Evolution motorblok (vanaf 1984 tot 2000) was ooit volgens de hard core Harley Bikers helemaal niks. De Laatste Echte Harleys? Dat waren de Early Shovelheads. Allemaal aardig en mooi, maar die verwerpelijke Evoblokken bleven langer heel dan een HD blok ooit had gedaan. Er zijn gedocumenteerde gevallen van twins die een ton+ probleemloos liepen. Daarbij hielp het natuurlijk meer dan gemiddeld mee dat de Europese twins uit milieu eisen zo veel vermogen kwijt waren geraakt dat er uit de volle 1340 cc maar 49 van de 63 Amerikaanse paarden over bleven.

Liefde en respect

En Europese Harley rijders bestonden indertijd nog uit mensen die en hoop liefde en respect voor de Amerikaanse techniek koesterden. Veel vaart zat er dus niet in. En omdat de Amerikanen niet zo best waren in het effectief schoon maken van uitlaatgassen met behoud van vermogen en verbruik was zo’n Harley dus niet alleen veel vermogen kwijt in de Europese versies. Hij was doorgaans nog aanzienlijk minder zuinig dan de ‘vrij ademende’63 pk versies die er in de States verkocht mochten worden. Denk aan een verbruik van  1 op 14 of daaromtrent.

Dat verbruik zorgde voor regelmatige tankstops

En dat was goed. Want de zitpositie op deze Harleys oogde vaak beter dan dat hij was. Daarbij waren de ST’s niet super vrouwvriendelijk. De hendels voor de voorrem en de koppeling vroegen nogal wat knijpkracht. En om een beetje hard te remmen vroeg de remhendel om echte bootwerkersklauw. Over dat weggedrag waar over zo werd gemopperd kunnen we kort zijn: Als je zo’n Harley gebruikt waar hij voor bedacht is, dan is er niks aan de hand.

Kijk bij aanschaf wel even naar het uitlaatsysteem

Bijna elke Harley eigenaar heeft zijn trots met een doorgaans luidruchtiger uitlaatsysteem getooid. Blauwe bochten kunnen duiden op een mengsel dat daar niet op is gestemd (of op oneigenlijk ‘blazen’met de twin) . De secundaire riemtransmissie  is goed voor zo’n 50D km. Maar hij moet bijna geruisloos lopen. De achtervork lagering van deze machines is een punt van aandacht. De lak en het chroom blijven – af fabriek en vanuit de aftermarket handel – achter bij de verwachtingen.

Het aanbod is ruim en het bewijs dat je op een Harley wel degelijk moet afschrijven bij verkoop.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X