Motoren

De Harley-Davidson ST’s

By  | 

Harley-Davidsons letter coderingen zij bijna mystiek. Met wat goeie wil kun je aan de meer luxe toerders een half alfabet knopen dat ‘De Kenner’ precies duidt wat voor soort Harley-Davidson ( en let op het streepje tussen Harley en Davidson. De fabriek is daar erg punctueel in). Maar de aanduiding ‘ST’ is overzichtelijk. En zo heb je dan bij voorbeeld de FXSTS Springer Softail

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

ST staat voor Softail

En die aanduiding Softail –met maar 1 ‘t’ – is net als zowat alles bij het Amerikaanse merk een ’registered trade mark’. Met die ST modellen was Harley een voorloper op het nu zo populaire Retro gebied. Want de Softail was niet meer of minder dan de suggestie van een onafgeveerd achterframe, een ‘hardtail’.

Het was een optische illusie, want de ST modellen hadden wel degelijk achtervering waarbij de veerelementen onder het motorblok verstopt zaten. Het was niet huiveringwekkend veel, maar toch. De ‘looks’ waren ‘cool’. En het gemopper van journalisten zo omstreeks eind tachtiger- begin negentiger jaren over de wegligging en het stuurgedrag?

Dat was natuurlijk terecht als je zo’n 1340 cc twin vergeleek met een Ducati of zo. De doelgroep was er gewoon tevreden mee. En Harley rijders die dapper wilden sturen? Die kochten ( of financierden) gewoon een Dyna. In die ST lijn zat om het helemaal nostalgisch te maken ook nog de ‘Springer’, een versie met een voorvork die ook zo uit 1940 leek te komen, maar die natuurlijk wel digitaal berekend was.

De Evolution blokken

Het Evolution motorblok (vanaf 1984 tot 2000) was ooit volgens de hard core Harley Bikers helemaal niks. De Laatste Echte Harleys? Dat waren de Early Shovelheads. Allemaal aardig en mooi, maar die verwerpelijke Evoblokken bleven langer heel dan een HD blok ooit had gedaan. Er zijn gedocumenteerde gevallen van twins die een ton+ probleemloos liepen. Daarbij hielp het natuurlijk meer dan gemiddeld mee dat de Europese twins uit milieu eisen zo veel vermogen kwijt waren geraakt dat er uit de volle 1340 cc maar 49 van de 63 Amerikaanse paarden over bleven.

Liefde en respect

En Europese Harley rijders bestonden indertijd nog uit mensen die en hoop liefde en respect voor de Amerikaanse techniek koesterden. Veel vaart zat er dus niet in. En omdat de Amerikanen niet zo best waren in het effectief schoon maken van uitlaatgassen met behoud van vermogen en verbruik was zo’n Harley dus niet alleen veel vermogen kwijt in de Europese versies. Hij was doorgaans nog aanzienlijk minder zuinig dan de ‘vrij ademende’63 pk versies die er in de States verkocht mochten worden. Denk aan een verbruik van  1 op 14 of daaromtrent.

Dat verbruik zorgde voor regelmatige tankstops

En dat was goed. Want de zitpositie op deze Harleys oogde vaak beter dan dat hij was. Daarbij waren de ST’s niet super vrouwvriendelijk. De hendels voor de voorrem en de koppeling vroegen nogal wat knijpkracht. En om een beetje hard te remmen vroeg de remhendel om echte bootwerkersklauw. Over dat weggedrag waar over zo werd gemopperd kunnen we kort zijn: Als je zo’n Harley gebruikt waar hij voor bedacht is, dan is er niks aan de hand.

Kijk bij aanschaf wel even naar het uitlaatsysteem

Bijna elke Harley eigenaar heeft zijn trots met een doorgaans luidruchtiger uitlaatsysteem getooid. Blauwe bochten kunnen duiden op een mengsel dat daar niet op is gestemd (of op oneigenlijk ‘blazen’met de twin) . De secundaire riemtransmissie  is goed voor zo’n 50D km. Maar hij moet bijna geruisloos lopen. De achtervork lagering van deze machines is een punt van aandacht. De lak en het chroom blijven – af fabriek en vanuit de aftermarket handel – achter bij de verwachtingen.

Het aanbod is ruim en het bewijs dat je op een Harley wel degelijk moet afschrijven bij verkoop.

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *