Motoren

De BMW R45, eindelijk erkenning

By  | 

Met de invoering van de /6 Serie in 1973 miste BMW de middenklassers die ook interessant (en betaalbaar) voor jongere motorrijders waren. Dus werden de BMW R45 en de R65 bedacht.

De motorwereld gonsde van de geruchten

Maar BMW zat met een aantal zelf opgelegde beperkingen. Doorslaggevend was dat de Duitsers geen afscheid konden nemen van de cardan aandrijving, waardoor een in de lengte geplaatste motor een ´must´ was. Een luchtgekoelde V-twin zou daarbij te veel op een Moto Guzzi lijken, een vloeistof gekoelde V-twin zou smadelijk afgedaan worden als Honda CX 500 kloon. Uiteindelijk werd besloten gewoon weer een lucht gekoeld boxerblok te maken voor de nieuwelingen. En als motorfiets voor de jeugd moest de machine betaalbaar zijn, maar wel dezelfde degelijkheid uitstralen die men van het merk gewend was. Dan zo ‘der Vati’ er ook vrede mee hebben. Het eerste lukte niet…

 

De motor

Het nieuwe motorblok was wel echt nieuw. Alle andere BMW’s hadden indertijd dezelfde krukassen met een slag van 70,6 mm, maar de R 45 kreeg er een met een slag van 61,5 mm. De boring bedroeg 70 mm waardoor de cilinderinhoud op dik 473 cc kwam. Door de kleinere slag werd de nieuweling 56mm smaller dan de grotere modellen. De R 45 kwam in 1978 op de markt, samen met het zustermodel R 65, dat dankzij een boring van 82 mm op 649,6 cc kwam.

Verloren op prijs en dynamiek

De R45’s waren uiteindelijk toch duurder en zwaarder dan de Japanse concurrentie, maar ze waren kwalitatief beter en completer. Daar tegenover stond het hakkerige schakelmechanisme van de BMW’s. Het soepel bedienen van die bak was een truukje dat aardig wat (beginnende) motorrijders maar niet onder de knie kregen. Het beperkte motorvermogen had het moeilijk met de 205 kg zware machine plus berijder. De korte wielbasis en het lage zwaartepunt zorgden voor prettig levendig stuurgedrag, maar ‘lekker gummen’ zat er met 35 pk niet in. Maar de 27 pk-verzekeringsklasse zorgde er echter voor dat in Duitsland een groot percentage van de concurrerende Japanse en Italiaanse modellen ook tot 27 pk was teruggebracht, waardoor dit tekort aan vermogen in praktijk niet echt speelde.


De  R45 was dus in een “normale” (35 pk) en een 27 pk-versie op de Duitse markt. Van de 27 pk versie zijn er het meeste verkocht. En een deel daar van kwam ook in ons land terecht. In de 27 pk-klasse was de Yamaha SR 500, de grootste concurrent van BMW. Maar de Yamaha en de BMW hadden echter dezelfde probleem: ze konden niet langdurig op hoge snelheid rijden. De Yamaha kreeg nokkenas problemen door te weinig smering en soms een vastloper, de BMW moest te veel toeren maken, waardoor de kleppen gingen zweven en soms zelfs door de zuiger sloegen.

De machines die niet opgereden worden doordat ze netjes behandeld werden waren doorgaans van – toch weer – oudere BMW rijders die geen geld voor een grote boxer, maar wel het respect voor het merk hadden. De BMW R45 is tijdenlang de goedkoopste manier geweest om een gebruikte BMW te rijden. Domweg omdat niemand er interesse in had. Maar intussen zijn de trage, hoogtoerige 450 cc boxertjes een soort van ontdekt.

De prijzen

Momenteel is de prijsindicatie voor een smetteloze R45 zo´n 3.500 euro. En voor 2500 euro mogen er al stevige eisen gesteld worden.

De Uitvoeringen

Er bestonden twee versies van de R 45; de R 45 N, met 27 pk, en de R 45 S, met 35 pk. De “N” werd buiten Duitsland niet officieel geleverd. De R45 werd hij ook als dienstfiets voor overheidsdienaren, geleverd. Met de volle kuip, de TIC (touring integrated cockpit) versie is hij zelfs als politiemotor geleverd.

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Tuitel

    11 september, 2019 at 15:51

    Ik heb heel lang met een BMW Bantam gereden. Lekker stadswerk, had veel weg van een opgefokte bromfiets.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *