Column

De Bandentrapper en inruilen

By  | 

Er was een tijd dat je crisis ook best met een K mocht schrijven (want bestond toch niet) en semi-klassieke auto’s nog gewoon belastingvrij waren. Ja, echt waar. In die lang vervlogen tijd besloot ik om mijn dagelijkse Renault 4 te gaan inruilen. Het leek een goed idee, het werd afzien.

Zo begint een curieuze tocht langs steeds louchere autobedrijven. Samen met een hele goede vriend, dat dan gelukkig weer wel. Het maakt de tocht draaglijker en bij tijd en wijle zelfs hilarisch. Een lach en een traan, zo’n dag. ’s Ochtends nog vol goede moed en optimistisch, op het naïeve af: zo’n klassieker is natuurlijk super gewild. Veel vraag naar en volgens de ijzeren economische wetten bepaalt de vraag de prijs. Kassa. Dat idee wordt nog versterkt door het deskundig geachte oordeel van een van de eerste bedrijven die we aandoen.

De dienstdoende inkoper loopt welwillend en goedgemutst mee naar buiten. Hij heeft blijkbaar, net als wij, ook zin in een superdeal vandaag. Wij schatten hem alvast hoog in; hij vertegenwoordigt namelijk een Franse Oldtimerspecialist. Kat in ’t bakkie dus. Zijn oordeel heeft hij snel geveld: strak karretje. Wat? Nu slaat meteen de vertwijfeling bij ons toe… Heeft hij er echt wel verstand van? Ligt z’n bril nog binnen? Is het misschien een omgeschoolde keukenverkoper? De tand des tijds heeft namelijk een uiterst succesvolle aanval op de Vier gedaan en dat is met geen mogelijkheid over het hoofd te zien. We zijn hier als het ware zacht knisperend naartoe gereden en in die 20 minuten dat dat duurde is er weer een spatbordrand weggeroest. De Man Van De Inkoop zit er totaal niet mee, blijkbaar kan het nog veel erger. Hij laat in ieder geval zijn dag en deal niet verpesten door een beetje roest. Een strak karretje vindt hij het en daar gaat hij geen concessies in doen. Een hoopvol begin van de dag! Die hiermee meteen geëindigd had kunnen zijn als deze klassiekergoeroe een mooie opvolger zou hebben gehad voor de Vier binnen mijn zeer beperkte, zo goed als fictieve budget. Dat had hij niet, er moest zoveel geld bij (ik weet niet eens meer bij wát precies), dat mijn inruildroom terstond in een wolk van roest en plamuur uiteen spatte. Naar later zou blijken een voorteken voor de rest van De Tocht Der Schaamte.

We zouden die merkwaardige dag steeds verder gaan afglijden in de donkere krochten van de autohandel. Begonnen we nog op een prettige en makkelijk te vinden locatie, naarmate de dag vorderde verdwaalden we steeds vaker op obscure en half vergane industrieterreintjes die overgingen in woonwagenkampen. Of andersom. Nog een geluk dat het overdag en dus licht was: men had ons in het slechtste verdwaalscenario nooit meer teruggevonden…. Bestratingen om en de verf op de panden die we bezochten hielden gelijke tred: ze hielden gedurende het vorderen van de dag langzaam op te bestaan. Opvallend genoeg net als de gebitten van de handelaren die ons te woord (of klanken die erop leken) stonden met, zonder uitzondering, een mobiel in de goudgeringde hand of aan het goudgeringde oor.

Zo kon het gebeuren dat we, al enigszins murw door alle voorgaande inruilen/voorstellen/beledigingen, bij de zoveelste autoprimaat een beetje rillerig zijn oordeel stonden af te wachten. Terzakekundig schopte hij voor de derde keer tegen dezelfde band (het wiel bleef gewoon vastzitten, zo concludeerde hij nu ook eindelijk). “Leuk voor het vrouwtje”, kreette hij oer. Vrouwtje? Had hij een vrouwtje? Het ontroerde ons bijna. Maar goed, de deal. € 200, maar liefst. Het deed ons meteen twijfelen aan zijn liefde voor het vrouwtje. Het mocht weer niks kosten, jammer hoor. Met mijn armetierige budget hierbij opgeteld bleef mijn keuze beperkt tot welgeteld één auto om erop in te ruilen in zijn schitterende collectie voitures van museale kwaliteit: een Peugeot Dinges van een onbestemd bouwjaar in zilvergrijs. Of wat daarvan over was. 50 tinten grijs, inmiddels. Afijn, maar niet teveel eisen stellen aan de uiterlijke staat in deze prijscategorie. Maar binnenin werd het niet veel beter: scheuren en vlekken all over the place, afgebroken knoppen en hendels en vooral de lucht van dik vijftien jaar lang halfzware sjekkies. Zeer inspirerend. En dat alles bleek nog slechts de opmaat naar de meest trieste aanblik ooit: een broos en scheefhangend dashboardkastklepje, dichtgehouden door een vaalgrijs Gamma-haakje-met-oogje. Lomp en zonder gevoel erin geschroefd, pontificaal en volkomen willekeurig.

Gedesillusioneerd liet ik me vervolgens uit dit barrel hijsen door mijn te hulp geschoten vriend. Ik leek wel gek, ik zou nooit meer uit deze peilloze diepte raken als ik dit serieus bleef overwegen: een bijna twintig jaar oud graf op wielen met hang- en sluitwerk uit de bouwmarkt… Dus wég van dit automobiele hospice, vol gas terug naar de beschaving en gezond verstand. Er in één klap meer aan gehecht dan ooit en vastbesloten stappen we weer in mijn doorroestende Quatrelle: ik rijd hem op tot ik carrosserieloos toerend op een geducttaped chassis aangehouden word en vliegen uitspugend moet toegeven dat er geen APK meer op zit. Punt uit.

En nog steeds moet ik me vermannen en een plots opkomende misselijkheid wegslikken als ik in de bouwmarkt langs de tuinafdeling loop: het schap met haakjes en oogjes sla ik over…

3 Comments

  1. Roel Dekker

    27 januari, 2018 at 09:11

    Heerlijk herkenbaar geschreven.
    Ooit kocht ik de allerslechtste Citroën Ami 6 berline.Ook een aandoenlijk autootje wat mag blijven.al van af 1981… Je hecht tóch aan zo’n stuk blik!

  2. Rob van Baaal

    27 januari, 2018 at 08:59

    Zalig geschreven !!! Dank je wel voor dit geheel herkenbare, met humor geschreven, stukje.

  3. Wb

    26 januari, 2018 at 15:59

    Een blauwe R4F6?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X