Column

Dagdromen over de Fiat 600

By  | 

Het redacteurschap voor Auto Motor Klassiek brengt mij sinds 2013 bijzondere ontmoetingen, evenementen en reportages. Het leidt mij naar bijzondere plekken. Buiten dat: door de goede contacten in het veld weet ik aardig goed wat er speelt. Zo weet ik welke klassiekers binnenkort aan een handelsvoorraad van een bekende worden toegevoegd, en waar zij vandaan komen. Ik ken vaak het verhaal achter het erfgoed, dat in de collectie terechtkomt. En weet welke dagdromen zich meester maken van de mogelijke nieuwe baas. Die nieuwe eigenaar die zo graag één van zijn of haar dromen in vervulling ziet gaan.

Zo was ik onlangs bij een goede bekende uit het wereldje. De laatste maanden gaan de zaken voorspoedig, en inkoop van klassiekers vereist vanwege de alsmaar toenemende populariteit meer scherpte. Niet alleen bij de verkoper, ook bij de aspirant koper. Ik ben een kandidaat koper, die mede dankzij het maken van reportages zijn niet aflatende behoefte om te sturen met oude jongeren en echte klassiekers optimaal vervult. Dat wil niet zeggen dat ik geen wens heb om zélf een klassieker in eigendom te hebben. Ik speur altijd naar leuke en mooie klassieke auto’s. Uit het omvangrijke arsenaal kunnen vele keuzes worden gemaakt. Voor mijzelf heb ik echter een korte lijst, met enkele favorieten.

De Kever had ik al eens. Jaren lang. Tijdens mijn jeugd bepaalden méér auto’s het ritme, waarop de hoogste viool gespeeld kon worden. Zij waren vaak van bescheiden statuur. De 2CV, de Peugeots 104 en 204, de Renault 4, de Fiats 127 en 128: zij gooiden hoge ogen. En in mijn hogere echelons bevonden zich auto’s van het merk Mercedes-Benz. En de Peugeots 404 en 504? Zij waren net als de Volvo Amazon/140/240-modellen eveneens goed voor een groot zwak. Maar de gedachten aan het eigendom van een Fiat 600 fascineert mij al een leven lang. Hij was geliefd in de periode voor mijn geboorte. En het was de voorganger van de Fiats die mijn ouders in de eerste jaren van mijn leven hadden. Het verleden had voor mij al vroeg iets magisch.

Daar komt bij dat de Fiat 600 (het liefst met de deuren niet verkeerd om) voor mij in al zijn beperkte afmetingen klopte. De verhoudingen waren goed, het autootje werd in sierlijkheid op de wereld gezet, met fraaie vormen en een gedoseerde hoeveelheid chroom. Ik vind hem- en dat is heel persoonlijk- leuker en serieuzer dan de veelvuldig en terecht gefêteerde 500. En hij had ook de sterkere viercilindermotor. Die deed vanaf 1955 in al dan niet aangepaste vorm decennia lang dienst in diverse Italianen en daaraan nauw verwante auto’s.

Het was niet voor niets, dat ik in 2004 al eens dichtbij de aankoop van een Fiat 600 was. Ik voelde toen vreemd genoeg geen klik tijdens het rijden. Er was iets te veel loos. En: ik durfde niet, was bang om te dicht bij het idool te komen. Vijf jaar geleden schreef ik daar voor Auto Motor Klassiek één van mij eerste Uitgediept columns over.

“Te dicht bij een idool, doe het niet.” Mijn wereld is veranderd. Waarom zou ik het niet doen, als de auto en het gevoel kloppen. Die bespiegeling overviel mij tijdens Klassieker Drachten, toen een prachtig groen exemplaar (een 72-er, gebouwd door Seat) bij een door mij om meerdere redenen zeer gewaardeerde klassiekerspecialist uit Wolvega op de stand stond. Dát was liefde op het eerste gezicht, en direct vroeg ik naar de prijs. “Hij is net verkocht, ja man”, hoorde ik. De verkoper en ik voelden allebei een zekere teleurstelling. Geen probleem, want verkoop is, plat gezegd, verkoop. Maar toch: ik was te laat.

Nu doet zich mogelijk weer een kans voor. En ik noem- omdat de Fiat 600 steeds zeldzamer wordt- geen namen van verkopers. Het gaat ook hier om een in licentie gebouwde Seat 600 (na het Fiat productie einde werden deze Seats vanaf 1970 onder meer in Nederland als Fiat 600 verkocht). Puristen zullen daar iets van vinden, maar voor mij ís dit ook een Fiat 600. Het is een kans. En een mooi vooruitzicht om tijdens mijn vakantie te dagdromen over de droom, die op een zonnige vrijdagmiddag ineens weer levend en tastbaar werd.

 

5 Comments

  1. Rob Remmerswaal

    5 augustus, 2018 at 14:32

    Mijn eerste auto in 1973 was een oranje Fiat 600 met matzwarte motorkap en kofferdeksel. Mijn tweede auto in 1975 was wederom een Fiat 600, nu in de kleur kobaltblauw. Beide Fiat’s waren overgespoten in een niet-standaard kleur. Ik denk nog met genoegen terug aan deze twee auto’s al was het plaatwerk wel heel erg slecht.

  2. Hendrik

    4 augustus, 2018 at 18:07

    Met de 600 kan je net iets harder rijden (= beter meekomen in het verkeer). De Seat is van beter staal dan de Fiat dus ook minder roest. Heeft de Seat niet 32pk ipv 22pk in de Fiat?

  3. A. Schilthuizen

    4 augustus, 2018 at 09:39

    als oud medewerker van Leonard Lang in de zeventiger jaren zeiden wij altijd:
    “wie FIAT rijdt is zijn hersens kwijt, maar Abarth, da’s een klasse apart”

    dus deden wij altijd de achterklep open, stond stoer.
    600 altijd een prachtige auto!

    • Noordegraaf

      5 augustus, 2018 at 12:18

      Wij rijden met een fiat 600 en de achterklep staat altijd open. Leuk is dat er nu mensen komen aan rennen bij een stoplicht om te vertellen dat de achterklep open staat. Andere tijden. Arie-Piet. bestuurslid fiat 600 club Nederland

  4. Ulko Gosma

    3 augustus, 2018 at 21:36

    Mooie overdenking Erik! Dagdromen mag altijd… Ook ik heb een zwak voor de Fiat – Seat 600, en het fantastisch klinkende motorblokje. Een soort Fiat – Seat 850 / 133 in een iets lichtere versie, dus super herkenbaar. Zo’n mooie 600 zie je inderdaad veel minder vaak dan een 500. Maar ‘gelukkig’ is onze grage vol, en de verbouwing aan ons huis nog steeds niet afgerond, dus genoeg ‘natuurlijke barrières’ om verstandig te blijven… Maar geniet vooral van het zomerse dagdromen Erik…

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X