Bijzonder

De Clénet Series I en II, Tussen kunst en kitsch

By  | 

Alain Clénet werd in 1944 in Angers, in Frankrijk, geboren. Hij volgde In Parijs een designopleiding en emigreerde in 1974 naar de Verenigde Staten, naar Santa Barbara. In 1979 begon hij met de maken van zijn eigen droomauto in – ongeveer – de stijl van een klassieke roadster uit de jaren dertig of daaromtrent , de Clénet Serie 1. Dat was een enorm grote tweezitter met vrijstaande koplampen en vrij liggende spatborden. Denk aan Olivier B. Bommels schicht op speed en anabolen.

Ook de opvallende verchroomde grote radiatorgrille en de naar buiten gebouwde verchroomde uitlaatpijpen waren juichend kenmerkend voor dit feest van glasvezel bewapend polyester. De neus van de auto was langer dan twee meter, wat in een opvallend contrast stond met de bestuurdersplaats, die bijna boven op de achteras zat.

Uitbundigheid is troef

Deze automobielen waren even uitbundig als Dolly Parton of Patricia Paay in gevechtstenue tijdens het Carnaval in Rio en niemand wilde zoiets goedkoop uitbundigs hebben. Niemand, totdat een bevriende marketeer Clénet adviseerde de verkoopprijs drastisch te verhogen. Voor zo’n $ 100.000 waren er opeens wel kopers te vinden. Intussen worden er weer bedragen in die contreien voor deze giganten betaald.

 

Clénet gebruikte gewone techniek

Technisch gezien gebruikte Alain Clénet componenten die afkomstig waren uit de automobiele massaproductie. Het rollend gedeelte en de motor van de Series I  kwamen van een Lincoln Continental IV, toen de grootste en duurste Amerikaanse in serie gemaakte coupé. Het bestuurderscompartiment, de ramen en deuren voor de eerste Clénets waren gewoon van wat  MG Midgets die Clénet bij verschillende autosloopbedrijven bij elkaar gesprokkeld had.

De rest van de carrosserie werd uit aluminium en polyester geklopt en geboetseerd. Als krachtbronnen gebruikte Clénet de V8’s  Ford Lincoln, met een inhoud van 5,8 of 6,6 liter. Daarmee hadden de auto’s veel vermogen, veel koppel en een top van tegen de 200 km/u. En met het heel conventionele onderstel van zo’n Clénet moest je wel een heel groot hart hebben om het beest de zweep te geven.

Alain Clénet beschouwde zij creatie blij van zin als een uitzonderlijke auto. In april 1980 verklaarde hij tijdens een interview met het tijdschrift Santa Barbara Times dat hij de auto zag als een beloning voor mensen die wat gepresteerd hebben in hun leven.

Exclusiviteit is troef

Hij had van tevoren het maximumaantal exemplaren gesteld op 250 Seie 1 exemplaren, een aantal dat in september 1979 bereikt werd. Het allereerste prototype is waarschijnlijk nog in zijn bezit want er zijn wereldwijd 249 Clénets serie 1 geregistreerd. De Clénet twee leende de voorruit en deuren van VW’s Kever cabriolet. Ook mooi. Die Clénet Series II zette vanaf 1979 de Series 1 feitelijk weg als ingetogen sportwagen, en was meer een droom in de stijl ‘Plastic is fantastic’.

Bekende Clénet kopers waren Julio Iglesias, producer Dan Enright, producer Aaron Spelling, actrice Farrah Fawcett, entertainer Rod Stewart, bokser Ken Norton, Sylvester Stallone, entertainer Wayne Newton, Vince McMahon en King Hussein van Jordanië.

Intussen heeft de Clénet serie 1 de status van een klassieker. In Europa zijn ook exemplaren te vinden in Duitsland, Frankrijk, België, Nederland en Oostenrijk.

Het blauw witte exemplaar, een Series II op de foto’s staat in Drempt, bij Venema Antiques and Classic Cars

 

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X