Historie

De verdwijning van Rudolph Diesel

By  | 

Op van die momenten dat u in uw diesel over ’s heren wegen zoeft, het verkeer niet al té veel aandacht van u verlangt, kan er nagedacht worden. Over het fenomeen diesel bijvoorbeeld. Misschien heeft u het idee dat de ‘olie’ die u net getankt heeft en bij enig morsen op uw schoenen, kleren of handen zo lang blijft ‘geuren’, de naamdrager is van de motor in uw voertuig? Nope, de diesel is vernoemd naar de uitvinder, de op 18 maart 1858 in Parijs geboren Rudolph Diesel.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Rendement

Kind van een uit het Duitse Beieren geëmigreerd ouderpaar, dat vanwege het uitbreken van de Frans-Pruisische oorlog opnieuw de spullen moest pakken en in de Britse hoofdstad belandde. Van daaruit werd Rudolph ‘geëxporteerd’ naar een oom en tante in het Duitse Augsburg. Voor die tijd een absolute globetrotter. Daar aangekomen studeerde hij na zijn middelbare schoolopleiding wiskunde. Een begaafde leerling die na het afronden van zijn studie op 28 februari 1892 patenten kreeg voor de door hem bedachte en geconstrueerde ‘zelfontbrander’, de naar hem vernoemde Dieselmotor. Indertijd had de gangbare stoommachine slechts een rendement van tien procent van de ingebrachte ‘brandstof’, kolen en zelfs hout. Rudolph Diesel wist de wereld ervan te overtuigen dat de door hem uitgevonden motor een rendement kon leveren van 75 procent. In werkelijkheid was dit slechts 26 procent…; ‘manipulatie’ is dus niets nieuws in deze wereld.

Allesverbrander

Tevens bewees hij dat er niet alleen dieselolie door zijn motor opgerookt kon worden, iedere soort plantaardige olie kon gebruikt worden tot aan frituurolie toe. Een dieselmotor heeft geen ontsteking nodig. De brandstof en zuurstof ingebracht in de cilinder, evenals extreem hoge compressie zorgen ervoor dat het mengsel uiteindelijk door de daarmee gepaard gaande hitte ‘vanzelf’ ontploft. De wereld stond op zijn kop. Het is 29 september 1913 wanneer hij – inmiddels 55 jaar oud – in Antwerpen aan boord van het Stoomschip ‘Dresden’ – een zogenaamde ‘postboot’ naar Groot-Brittannië – stapt. Vanwege een vergadering met de Consolidated Diesel Manufacturing Company in Londen. Na een uitgebreid diner gaat hij rond 22.00 uur naar zijn hut, echter niet nadat hij had aangegeven de volgende ochtend om 06.15 uur gewekt te willen worden.

Spoorloos

Niemand heeft hem nadien meer gezien, gehoord of gesproken, op dat ‘wekken’ werd namelijk niet gereageerd, zijn hut was leeg. Er had zelfs niemand in het bed gelegen, hoewel zijn nachthemd op het bed lag, zijn horloge op het nachtkastje en wel zodanig dat hij er bij het wakker worden, direct de tijd op kon aflezen. Zijn hoed en jas werden eveneens gevonden. De jas keurig netjes opgevouwen, de hoed erop en alles onder de railing van het achterdek… Een groot mysterie. Zelfmoord of vermoord? Tot op het moment van nu is dat nog steeds de grote vraag. Ruim 10 dagen na zijn geheimzinnige verdwijning, op 10 oktober om precies te zijn, ontdekte een Belgische matroos een in zee drijvend lichaam. Dat werd direct uit zee opgevist en geïnspecteerd. Het bleek mogelijk het lichaam van Rudolph Diesel te zijn. In verregaande staat van ontbinding werden er persoonlijke zaken veiliggesteld – zoals dat heet – zijn kleding, een identiteitskaart, zijn zakmes en brillenkoker waarna het lichaam weer aan de zee werd teruggegeven. Drie dagen later bevestigde Rudolph’s zoon dat het inderdaad spullen waren van zijn vader… Hoewel sterk gedacht werd aan zelfmoord, zijn er ook verschillende aanwijzingen dat hij vermoord is. In opdracht van het leger of grootindustriëlen. Niet lang na zijn verdwijning opende zijn vrouw een tas die conform zijn uitdrukkelijke wens gesloten moest blijven tot één week na zijn vertrek. In die tas onder andere 200.000 Duitse marken in contanten, verschillende bankafschriften waaruit duidelijk werd dat er géén geldgebrek was, maar ook een agenda waarin de dag van 29 september 1913 was doorgestreept… Zijn lichaam is nooit meer teruggevonden. Beetje droevig einde voor een geniale uitvinder die de wereld door zijn inventiviteit danig veranderde.

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *