Sluitingsdatum augustusnummer -> 16 juni
Chrysler’s TC by Maserati, een absurd hersenspinsel van Lee Iacocca
Vergeef iemand met middelmatige autokennis de reactie ‘LeBaron’. Daar hebben we precies het pijnpunt te pakken van Chrysler’s TC by Maserati, bekokstoofd door de respectievelijke bazen Lee Iacoca en Alejandro de Tomaso om te penetreren in de Amerikaanse markt voor exclusieve roadsters. Het idee was aardig, de uitvoering tamelijk hopeloos, ook al rijd je in deze elegante sportcabriolet beslist niet voor schut.
Door: Aart van der Haagen
In de basis verdient Lee Iacocca, president en CEO van Chrysler in de jaren tachtig, diep respect om zijn visionaire leiderschap en lef. Hij trok een kwakkelend concern op de kade door naar aanleiding van tweemaal een oliecrisis en de Japanse invasie te erkennen dat compacte, economische auto’s de toekomst hadden. Bij het roadsteravontuur voor het luxesegment schoot hij echter mis.
In 1984 zocht hij de samenwerking op met een oude bekende: Maserati-eigenaar Alejandro de Tomaso, volgens Chrysler-kenner Gortie Bekkers om handig gebruik te maken van het sterke imago dat Europese premiumauto’s in de Verenigde Staten kenden. “Dat had best iets kunnen worden, alleen dan met achter- in plaats van voorwielaandrijving en een V8 onder de motorkap. Zeker geen V6 van Mitsubishi of, erger nog, een viercilinder met turbocompressor.”
Voeg daarbij het gegeven dat het design van het eindresultaat wel erg nadrukkelijk het profiel van de LeBaron voor de middenklasse volgde en je had geen glazen bol nodig om te voorspellen dat Chrysler’s TC by Maserati kansarm de markt betrad, mede vanwege het astronomische prijsverschil: 33.000 tegenover 19.000 dollar. Verklaarbaar dus dat de eind 1988 gelanceerde cabriolet nauwelijks aansloeg en dat de partners het na modeljaar 1991 voor gezien hielden.
Schijn bedriegt
Er verblijven iets meer dan een handvol TC’s (in naam verwijzend naar ‘Turbocharged Convertible’) van de slechts 7300 gebouwde eenheden in ons land en één daarvan vinden we bij Auto Control in Soesterberg. De Chrysler in kwestie ging volgens de papieren in 1991 voor het eerst op kenteken, maar het kan niet anders of de productie vond al in 1989 of eind 1988 plaats, aangezien de 2,2-liter turbomotor met acht kleppen in modeljaar 1990 het veld ruimde voor een 3,0-liter V6.
Je kon trouwens al die bouwjaren lang ook een zestienkleps turboversie met een door Maserati bewerkte kop kiezen. Oppervlakkig beschouwd lijkt het model heel veel componenten met de LeBaron te delen, maar schijn bedriegt. Hij rust met zijn zogeheten Q-body op een ingekort K-platform, wat resulteert in negentien centimeter minder wielbasis en 23 centimeter minder voertuiglengte. “Vandaar dat je bij dit model geen achterbankje aantreft,” meldt Bekkers. “Verder was er blijkbaar geen plaats voor elektrische kapbediening.” Als troost werden TC’s afgeleverd met een polyester winterkap, voorzien van zogeheten ‘opera windows’ inclusief gemixt Chrysler- en Maserati-logo.
Productie bij Maserati
De ogenschijnlijke overeenkomsten tussen de koetswerkpanelen zetten je opnieuw op het verkeerde been. “Geen van de plaatwerkdelen kun je uitwisselen met die van een LeBaron,” weet Bekkers. “Verder kreeg de TC een geheel eigen dashboard, deurpanelen en stoelen, allemaal bekleed met hoogwaardig Italiaans leder. De productie kwam trouwens grotendeels voor rekening van Maserati, waar platformen met een aandrijflijn vanuit Amerika pet boot werden aangeleverd. Alle goede bedoelingen van de ingenieurs zorgden er echter nog niet voor dat deze tweeslachtige roadster daadwerkelijk de respectabele concurrentie wist af te troeven. Weliswaar geldt hij vandaag de dag als een collector’s item, maar hij blijft de zwakkere speler tussen onder meer SL’s van Mercedes-Benz en XJS’en van Jaguar, al zal wijlen Lee Iacocca dat nooit hebben toegegeven.
Hieronder volgen nog meer foto’s.

De Tomaso en Iacocca samen, dat klinkt achteraf al als een vergadering waar niemand de remleiding heeft gecontroleerd.
Ooit eentje gezien op een treffen in België. Van dichtbij minder goedkoop dan op foto’s, vooral het interieur. Maar ja, de eerste reactie blijft toch: waar zit de Maserati dan precies?
Voor zo n Chrysler heb ik nog een Nieuw LV spatbord liggen. GRATIS ophalen vind het zonde om in de kliko te persn.
Die viercilinder turbo vind ik juist wel grappig. Niet passend misschien, maar spannender dan weer zo’n brave V6. Alleen moet je dan wel zorgen dat de rest van de auto ook klopt.
Reed Leo Getz met zo’n auto in de eerste Lethal Weapon film?
Zeker die neus schreeuwt gewoon lebaron, heeft weinig met middelmatige autokennis te maken.
En qua leentjebuur spelen voor motoren denk ik dat het zo slecht nog niet was.
Een japanse 2 of 2.2 8klepper of amerikaanse 3 liter V8 met hetzelfde vermogen maar een verdubbeld verbruik.
Volgens mij was het grootste probleem niet eens die voorwielaandrijving, maar de prijs. Voor 33 mille verwachtte de Amerikaan iets dat niet naast een gewone Chrysler leek te staan bij de dealer.
Die LeBaron neus krijg je niet meer uit je hoofd, hoe hard Maserati er ook op staat.