Bijzonder

Caterham 7. De ideale uitwaai-auto

By  | 

Het is een heuphoge ADHD’er en je trekt hem aan met een schoenlepel. Rara, wat is dat? Dat is natuurlijk de Caterham 7, de enige echte opvolger van de Lotus 7.

Caterham en Lotus

Colin Chapman, de legendarische oprichter van Lotus Cars, presenteerde in 1957 de Lotus Seven. Die kreeg zijn naam van een eerder door Lotus afgewezen model dat voor de formule 2-races zou worden gebruikt. Hoewel de Lotus “7” gewoon op straat mocht rijden werd hij echt ontworpen voor het circuit. Gebaseerd op de eveneens door Colin Chapman geproduceerde Lotus “6” werd de “7” aangedreven door een 1172 cc-Ford-zijklepper die 40 pk vermogen leverde. Deze goedkope betrouwbare motor was specifiek geschikt voor de toen populaire lowbudget races.

Andere mogelijke opties waren een BMC A-serie of een Coventry Climax motor. Het bijzonder lichte van vierkante holle stalen buizen gemaakte chassis werd afgewerkt met aluminium panelen als carrosserie. De panelen waren zo recht en vlak mogelijk gehouden om de kosten zo laag mogelijk te houden en om  dezelfde reden had de wagen eenvoudige kunststof deuren die rechtstreeks aan de voorruitsteunen werden bevestigd.

Alles zo licht mogelijk

Ook de neus en de spatborden waren oorspronkelijk van aluminium, maar deze werden in de latere S2- en S3-modellen door fiberglas onderdelen vervangen. De nieuweling was een lichtgewicht, minimalistische sportwagen met de bodylijn van een Grand Prix-auto en was vooral betaalbaar. Zeker ook omdat hij in kitvorm te koop was. De kleine driftkikker was een redelijk succes. Zoveel pure rijpret voor zo weinig geld? Dat was ongekend! En dat is het nog steeds. Heel veel Sevens bevochten elkaar en de veel indrukwekkender concurrentie op de circuits. Dat daar, in het heetst van de strijd, nog wel eens wat misging, dat mag bekend zijn. Check een 7 of een minder raszuivere kloon daarvan dus altijd op oude schades.


Een slim plan

Vanwege het toen geldende Engelse belastingsysteem was het daar lonend om de wagen als bouwpakket te kopen. Dat scheelde namelijk enorm in de belasting. De belastingwet gaf echter aan dat bij de aankoop als kitcar geen montagehandleiding mocht worden meegeleverd. Chapman interpreteerde de belastingregels op zijn eigen manier: als de wagen als kitcar werd gekocht werd er geen montagehandleiding bijgeleverd. De klant ontving echter een demontage-handleiding die hij ‘achterstevoren’ toe kon passen.

Wordt vervolgd. Als Caterham

Na het succes van zijn Series 1 bouwde Chapman de Series 2, 3 en 4. In ’74, toen de Lotus-oprichter de productie van de Seven wilde beëindigen, kocht Graham Nearn, eigenaar van Caterham Cars in Surrey, Engeland, één van de grootste Lotus Seven-dealer in de jaren 60, de productierechten en bleef serie 4 bouwen. De Caterham 7 is daarom de enige wettige erfgenaam van de Lotus 7. Hoeveel vrije interpretaties/replica’s er in Engeland ook zijn gebouwd. Bekende namen op het gebied van ‘ongeveer precies hetzelfde als een echte’ zijn Westfield en Robin Hood, Dutton, Dax, Haynes, Aphax, Sylva en Locust. Er zijn meer dan 150 leveranciers van ‘7’ replicars. In die hoek wordt veel gebruik gemaakt van Ford Sierra onderdelen. De kwaliteit van de replica’s van de minder bekende kitcar bouwers/kitcars  is niet altijd even fantastisch. De uitvoeringen met vrij recente, hyper potente motorfietsblokken zijn van een heel andere orde.

De Caterhams waren echter klassieke, zuivere sportwagens en Caterham verkocht er duidelijk meer van dan dat Lotus deed. En Caterhams zijn nu, naar gelang hun bouwjaar, gezochte, echte klassiekers.

Het vereist alleen wel een bijzonder soort moed om met zo’n 7 aan het dagelijkse verkeer mee te doen. De inzittenden kijken voornamelijk op bumperhoogte tegen de andere verkeersdeelnemers aan. Maar als de weg rustig en bochtig is… FEEST!

 

Caterham 7

 

 

 

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. berndt Roelvink

    27 juni, 2019 at 20:53

    Eindeindelijk hebben we aan de Caterham 7 onze Donkervoort de danken.
    groeten berndt Roelvink
    http://www.minidome.nl daar staan ze allemal

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *