Artikelen

British Racing Green: Vijftig tinten… Groen

By  | 

Afgelopen weekend stond er bij de Spankerense Doe Het Zelfgarage ‘Rubo Cars’ een man met een British Racing Green MG. Ruud van Rubo Cars, zijn Lief Agnes en de honden  genoten zonder twijfel van het goede weer. De MG rijder was overigens alleen naar Spankeren gekomen om het adres van Rubo te checken.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Lees: Hij had een reden gezocht om een stukje te gaan rijden en vertelde tevreden hoe hij door de stromen klassieke auto’s, motoren en toeristen te ontlopen een heerlijk rustige trip had gehad. We staken er een sigaar bij op en praatten over BRG: British Racing Green. Ook wel vertederd ‘British Raging Green’genoemd.

British Racing Green

Vroeger hadden landen ‘nationale’ kleuren voor wat betreft de competitiewagens. Dat ging om herkenbaarheid. Dat idee was ontstaan voor de Gordon Bennet Cup, een kampioenschap dat tussen 1900 en 1905 verreden werd in verschillende Europese landen. Ten tijde van de Gordon Bennett Cup stelde graaf Eliot Zborowski voor om elk land zijn eigen kleur te geven.

Aangezien zowel de auto als de coureur uit hetzelfde land dienden te komen kon er geen misverstand bestaan over de te nemen kleur. Groot-Brittannië moest afzien van zijn nationale kleuren rood, wit en blauw omdat die reeds vergeven waren aan respectievelijk Italië, Duitsland en Frankrijk. Duitse auto’s werden wit*, Franse blauw, Belgische deelnemers reden in het geel en rood was voor de deelnemers uit de US.

Maar die kleur ging een paar jaar later naar Italië waar hij legendarisch werd. Toen het indertijd nog wereldwijde United Kingdom zich met deze tak van sport ging bemoeien kreeg het dus de kleur groen toegewezen In 1902 was de auto van Selwyn Edge – de baas van de Napier Car Company – olijfgroen. Later werd ‘British Racing Green’ zo’n beetje alles als het maar donkergroen was.

Te weinig kleuren

Tussen de wereldoorlogen gingen er steeds meer nationaliteiten mee rennen op de circuits. Omdat het aantal basiskleuren beperkt is werd de zaak flex aangepakt: Er kwamen combinaties waarbij Dat, motorkap en andere carrosseriedelen verschillende kleuren kregen. Het gebruik van de lokale nationale vlag bleek daarbij erg bruikbaar. En de Nederlandse bolides waren… Oranje. denk nog maar eens aan de Porsche van Carel de Godin van Beaufort, de racende jonkheer of ook De jonker van Maarsbergen

Maar het befaamde BRG, British Racing Green, was er in tientallen tinten. De absolute kleur groen was nooit omschreven. Binnen een aardig ruim kader hadden de teams de vrijheid in kleur zolang de herkenbaarheid maar gewaarborgd bleef.

Geld in plaats van nationale trots

In de jaren zestig nam de commercie het over van het Grote Nationale Denken. De tijd van de grote sponsors was aangebroken. De auto’s werden reclamedragers en op die manier werd de babyblauwe/oranje combinatie van het Gulf team legendarisch. Net als de combinatie van zwart en goud van de John Player Specials en de Martini strepen op de gevechtslancia’s en het okergeel van de auto’s die door Camel werden gesponsored.

De strijd tegen de tabak

Het waren vooral de tabaksmerken die in de autosport een draagvlak voor de verkoop van hun rookwaar zagen. En daar kwam in Europa in 2001 een eind aan. De sponsors speelden subtiel mee en trokken de aandacht door bij gelijk blijvende kleuren en letters bijvoorbeeld geen ‘Benson & Hedges’ op de auto’s te zetten maar ‘Buzzin’ Hornets’. Net als in ‘hints'” “Klinkt als…”

*Wit of niet?

Omstreeks de jaren dertig werd al erg doordacht gedacht. Gewicht gaat ten koste van snelheid, verf heeft gewicht. Zonder verf ben je dus sneller. Het waren de Duitsers die dat bedachten. En zo werd de kleur van kaal aluminium de tweede racekleur voor Duitsland. En de naam ‘Silberpfeile’ was daarbij natuurlijk helemaal top!

British Racing Green

Er is zelfs een boek over

British Racing Green

BRG volgens… Toyota

 

British Racing Green

In gevechtstenue

British Racing Green

‘French Racing Blue’in chique metallique

British Racing Green

Sponsoring dus… Wie betaalt, bepaalt

 

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *