in

Bond Equipe GT (2 + 2). Fraaie en zeldzame fastback met Triumph genen

In het begin van de jaren zestig kwam de markt voor sportieve (kleinere) coupés steeds meer in zwang. Het ontging ook Sharps’ Commercials Ltd of Preston niet. Daar werden vooral kleinere en spartaanse minicars gebouwd. De fabrikant wilde echter een stap voorwaarts maken en zocht contact met Standard-Triumph. Dat zei “ja” tegen de samenwerking. Het resultaat was de Bond Equipe GT die in mei 1963 debuteerde.

De Equipe GT- die pas later GT 2 + 2 zou worden genoemd- was een heel aardig resultaat van de samenwerking met Standard-Triumph. Als kleine autobouwer had Sharps’ zich gespecialiseerd in de vervaardiging van glasvezel carrosserieconstructies. Dat werd ook het uitgangspunt voor de nieuwe Bond Equipe GT. Sharps’ was echter niet groot genoeg om de technische componenten en het platform te ontwikkelen. Daarvoor haalde men dus de banden aan met Coventry.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Aangepaste Triumph techniek

De Bond Equipe GT kreeg een gemodificeerd Triumph Herald “double U” chassis. De Bond leende ook het onderstel van de Herald. De wielen aan de vóórzijde waren onafhankelijk opgehangen, de achterophanging bestond uit pendelassen en bladvering. De motor kwam eveneens uit een Triumph. Het was de 1.147 cc motor uit de Spitfire Mk1. In de Bond kreeg de krachtbron 2 SU HS 2 carburateurs. De motor was goed voor een vermogen van 64 DIN-PK (63 BHP) en werd gekoppeld aan een vier bak, waarvan de eerste versnelling niet door de technici was gesynchroniseerd. De aandrijving vond via de achterwielen plaats.

Prestaties niet voor de poes

Het was Lawrie Bond die de fastback glasvezel carrosserie van de nieuwe Bond ontwierp. Wie goed kijkt ziet dat er ook elementen van de Triumph Herald werden verwerkt. De voorruit en de (plaatstalen) portieren zijn een belangrijke indicatie in die richting. Ook de wijze waarop de hele voorzijde scharniert om bij de motor te komen was een Triumph toepassing, evenals de vergrendeling van de voorzijde. Toch toonde de carrosserie met zijn aflopende daklijn en het tamelijk laag uitgesneden front een heel eigen en tamelijk exclusief gezicht, dat bovendien sportiviteit beloofde. Dankzij het lage gewicht in combinatie met de aardige specificaties snelde de Bond naar een top van 160 kilometer per uur. De prestaties werden beteugeld door schijfremmen vóór en trommels achter.

Bagage: via de zijportieren inladen

Het interieur van de nieuwe Bond Equipe GT was ook een resultaat van de samenwerking tussen Bond en Standard-Triumph. Het dashboard afkomstig was van de voormalige Vitesse. De instrumenten kwamen uit de Spitfire. De met PVC afgewerkte kuipstoeltjes vóór gaven een sportieve touch. Bijzonder was het achterbankje, dat plaats bood aan twee kleinere kinderen. Het bankje was ook neerklapbaar, daardoor was er een mogelijkheid om extra bagage te vervoeren. Eveneens bijzonder is het om te zien dat de derde deur in die jaren absoluut geen gemeengoed was. Sterker nog: de Equipe had niet eens een kofferklep. Bij de Equipe GT 2 + 2 was het noodzaak om de bagage voor het achtercompartiment via de zij portieren te laden, met het bankje in neer geklapte stand.

Sportieve publiciteit

Eind 1963 bemoeide de tuning divisie van Triumph zich met de Equipe. Er kwam een SAH Equipe. Daar was weinig vraag naar maar had wel genoeg interesse opgewekt. Sharps’ wilde die publiciteitskansen verder benutten. Het schreef de Bond Equipe in voor de Rally van Monte Carlo 1964, en later zou de auto ook in andere rally’s en circuitwedstrijden optreden.

Stevige prijs, beperkt aantal kopers

Ondanks deze publicitaire stunts was slechts een beperkt aantal kopers bereid, om de handtekening onder het orderformulier voor de fraaie Bond fastback te plaatsen. Dat lag niet aan de constructie, maar wel aan de stevige aanschafprijs én het specifieke segment waarin de auto opereerde. In Nederland betaalde men rond elf mille voor het wagentje. En daar kon je bijvoorbeeld ook een BMW 1800 voor kopen. Of voor minder geld een Fiat 1800 B, een Glas 1500 of een Triumph Vitesse 6.

Einde in oktober 1964 na 444 exemplaren

We noemden het al: de Bond Equipe GT was een auto die voor een specifieke doelgroep werd gebouwd, net als bijvoorbeeld de Panhard 24 modellen. In totaal vonden slechts 444 exemplaren van de Equipe GT een koper. In oktober 1964 stopte Preston met de productie. Hij werd opgevolgd door de GT 4 S, die al voor het productie einde van de Equipe GT was gepresenteerd. Die GT 4 S werd tot in 1970 door de inmiddels in Bond Cars Ltd genaamde fabrikant gebouwd. Pas vanaf dat moment heette de Equipe debutant met terugwerkende kracht Equipe GT 2 + 2. Hoe dan ook een boeiende creatie, of liever gezegd: A stunning machine!

 

 

 

 

 

 

Een reactie

Geef een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *