in

BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: het buitenland en de niet Britse versies (slot)

BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: de exportversies (slot)

Het jaar 2022 nadert het einde. Ook dit jaar vierde menig automodel weer een bijzonder jubileum. Een aantal van deze jubilarissen lichtten wij dit jaar zoals gebruikelijk uit. Ook nu het einde van 2022 in zicht is laten wij een historische auto niet onbenoemd. Of auto: we spreken liever van een reeks. Want de ADO 16 reeks van BMC bestaat zestig jaar. Daar valt zoveel over te vertellen, dat wij in drie delen aandacht besteden aan deze uitermate sympathieke klassieker van Britse herkomst. Vandaag het derde en laatste deel: de buitenlandse versies.

De BMC 1100/1300 reeks en de afgeleiden waren in het thuisland spelers van formaat. Maar dat gold ook voor het buitenland. De ADO 16 modellen werden in diverse landen (verdeeld over meerdere continenten) gebouwd. Hij ging al dan niet als CKD pakket de Britse landsgrens over, en werd ook in afwijkende specificaties, modellen en/of benamingen geleverd. De Ierse en Nieuw-Zeelandse markt kregen de ADO 16 modellen als CKD-pakketten. Met andere woorden: de techniek en het plaatwerk werden als bouwpakket verscheept, en dat had alles te maken met fiscale redenen. Ook in het Belgische Seneffe, vlakbij Waterloo, werden ADO 16 modellen geassembleerd. De Belgische versies kwamen als CKD het land binnen. De redenen waren eveneens fiscaal.


Impopulair in de Verenigde Staten

De abroad-specificaties van specifieke modellen konden nogal eens afwijken van die van de Britse thuismarkt. De USA is daar een mooi voorbeeld van. Daar werd de MG Princess geleverd, feitelijk was dat een Vanden Plas Princess met MG badge. Ook bouwde men de Austin America op basis van het tweedeurs ADO 16 koetswerk. Deze volgde voor de Verenigde Staten de MG op. De America versies (68-71) kregen bijvoorbeeld- naast de indicatoren onder de koplampen- ook richtingaanwijzers aan de zijkant van de voorste spatborden. Verder vielen de dikkere sierstrippen over de flanken op. De America werd in de VS als ideale tweede auto aangeprezen en moest de Kever beconcurreren. Hij kreeg altijd de 1300 motor met1 SU HS 4 carburateur, én was zowel met een handbak (vier versnellingen) als met een automaat leverbaar. Helaas was hij impopulair in de Verenigde Staten. Kritiek op de afwerking, de acceleratie en het vermogen waren daarvoor de belangrijkste redenen.

Australië brengt ADO 16 met 1500 E-series motor

In Australië verscheen in 1964 de lokaal gebouwde versie van de Morris 1100. Daar werd hij naast de Mini en de Austin A40 Farina verkocht. In augustus 1967 kreeg de Morris 1100 gezelschap van de 1100S. Deze werd uitgerust met de 1275cc A-serie motor uit de Austin en Morris 1300-modellen. De 1100 reeks maakte plaats voor de sportieve Morris 1500 (met de uit de vroege Austin Maxi bekende E-engine en bovenliggende nokkenas). De 1500 was ook als automaat leverbaar en kreeg dan de 1275 cc motor. Het in Europa steeds geliefder wordende concept met een in het dak scharnierende achterklep werd in 1967 ook op het ADO 16 concept losgelaten. Het prototype uit Longbridge (1967) haalde in Groot-Brittannië nooit het productiestadium. De Australiërs zagen er wél been in, en bouwden de vijfdeursversie als Morris Nomad. Hij liep gelijk op met de 1500-reeks en kreeg net als de saloonversies de 1500 motor (met handbak) of de 1300 motor (in combinatie met een automaat).

Nederlandse Austin Glider

De Nederlandse Austin importeur Stokvis noemde de ADO 16 versies daarvan Glider. Let wel: deze naam werd alleen in Nederland gebruikt en dan specifiek voor de Austin ADO 16 modellen. De typebenaming was officieel, en geen bijnaam. Morris importeur Molenaar gebruikte de naam Glider bijvoorbeeld nooit voor de haast identieke Morris ADO 16 versies. Ook de andere in Nederland verkrijgbare (en luxere) ADO 16 varianten bleven verstoken van de naam Glider.

Italië en Spanje

In Italië bouwde Innocenti al vanaf 1963 ADO 16 versies. De IM (Innocenti Morris) 3 beet het spits af Deze werd gevolgd door de Austin J4 en J4S én de I5. De Innocenti versies hadden altijd sterkere motoren (twee SU carburateurs), uiterlijke verschillen (een voorbeeld: de koplampunits op de IM3) en een bijzonder luxe en verzorgde afwerking. Alle ADO 16 Innocenti versies kregen de 1098 cc motor met 2 carburateurs. Vaak waren dat de SU HS2 exemplaren, maar tijdens de laatste jaren monteerde men in Italië ook Dell’Orto carburateurs. De Innoncenti’s kenden forse aanschafprijzen, die bijvoorbeeld medio jaren zestig op BMW Neue Klasse en Alfa Romeo Giulia niveau lagen. Authi in Spanje bouwde diverse Morris, MG en Austin modellen die sterke gelijkenissen hadden met de originelen uit het oorspronkelijke land van herkomst. Opmerkelijk was, dat de Authi-Morris modellen de cosmetische details van de Britse Austin uitvoeringen hadden. Verder bleef Authi- (later Leyland-Authi) in tegenstelling tot de Britten- wél vierdeurs MG-versies bouwen. Tijdens het begin van de jaren zeventig verscheen ook de Austin Victoria in Spanje. Deze had gelijkenissen met de Austin Apache, die net als de Victoria een klassieke sedan was met ontwerpinvloeden van Michelotti.

Het definitieve einde
De Apache kwam uit Zuid-Afrika, en werd door Leyland South Africa/Leykor gebouwd. Omdat deze voor 85% lokaal gebouwd moest worden kreeg hij bijvoorbeeld een aangepaste 1275 cc motor die door Leykor werd geconstrueerd. De krachtbron had ten opzichte van een reguliere 1275 cc A-engine andere specificaties (compressieverhouding, andere SU carburateur). Bovendien was de Apache ook als TC leverbaar, en u weet wat dat betekent: een uitvoering met twee carburateurs. De Zuid-Afrikaanse ADO 16 luidde in 1977 de auto die het einde van de ADO 16 episode inluidde. De Apache Zo kreeg ADO 16 bijna overal een voet aan de grond. Buiten Groot-Brittannië vond de ADO 16 reeks bijna een miljoen keer aftrek.

BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: de versies in het buitenland (slot)
De luxe Innocenti IM3S was een fijne en zeer verzorgde Italiaanse interpretatie van vroege ADO 16 modellen.
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: de exportversies (slot)
MG Princess 1100. Feitelijk een Vanden Plas Princess voor de Amerikaanse markt
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: de exportversies (slot)
De Austin America was uitsluitend met het tweedeurs koetswerk en een 1275 cc motor leverbaar. Hij was impopulair in de Verenigde Staten
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: de exportversies (slot)
Laatste der mohikanen uit de illustere ADO 16 reeks: de Zuid-Afrikaanse Apache sloot in 1977 het boek
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: de exportversies (slot)
De Austin Victoria kwam uit Spanje en had net als de Zuid-Afrikaanse Apache een door Michelotti getekend sedan koetswerk met klassieke kofferbak
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: de exportversies (slot)
De Morris Nomad was een vijfdeurs hatchbackversie voor Australië. Hij stamtde af van een Brits prototype dat het productiestadium niet haalde.
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 3: de exportversies (slot)
De Innocenti I5 was net als zijn voorgangers een luxe ADO 16 alternatief met Italiaanse invloeden

4 Reacties

Geef een reactie
  1. Hopelijk komt er nog eens een artikel over de Austin Balanza.1800 en 2200.

    Deze 2 verschillende motorblokken qua CC inhoud auto,s kocht ik in in de begin jaren 70.

    Zeer ruim, bijna 6 persoons, comfortabel en lederen bekleding.

    Maar het zwakke punt waren o.a. de kruisvormige rubberen voorwielaandrijving blokken die aan slijtage onderhevig waren.

    Toch gedurende een paar jaar veel rijplezier van mogen genieten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Vroegâh was alles beter?

Vroegâh was alles beter?

Bad Sassendorf. In de winter

Bad Sassendorf. In de winter – column