in ,

BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma en woelige jaren

BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Badge engineering en wereldspeler (slot)

Het jaar 2022 nadert het einde. Ook dit jaar vierde menig automodel weer een bijzonder jubileum. Een aantal van deze jubilarissen lichtten wij dit jaar zoals gebruikelijk uit. Ook nu het einde van 2022 in zicht is laten wij een historische auto niet onbenoemd. Of auto: we spreken liever van een reeks. Want de ADO 16 reeks van BMC bestaat zestig jaar. Daar valt zoveel over te vertellen, dat wij in drie delen aandacht besteden aan deze uitermate sympathieke klassieker van Britse herkomst. Vandaag het tweede deel: het brede Britse gamma

In augustus 1962 debuteerde de ADO 16 als Morris 1100. Niet veel later volgde de MG 1100, die een BMC A motor met een aangepaste cilinderkop en twee carburateurs kreeg. De meervoudige merkstrategie was begonnen voor de ADO 16-serie. Met name de vraag naar de Morris 1100 was groot. Wachttijden van negen maanden waren op de thuismarkt geen uitzondering, ook omdat BMC de exportmarkten belangrijk vond. Zo stond de productie van CKD pakketten voor Nieuw-Zeeland in de steigers. Daarnaast speelden tijdens de jaren zestig de stakingen al een behoorlijke rol. De vakbonden kregen steeds meer invloed en ageerden openlijk tegen de moeizame arbeidsverhoudingen, beloningsstructuren en arbeidsomstandigheden. Zeker in ‘plant Cowley’ vond men bij de arbeiders veel gehoor, met diverse werkonderbrekingen tot gevolg.


Tandje bijschakelen, verbreding ADO 16 gamma

BMC moest hoe dan ook een tandje bijschakelen. Er kwamen nachtploegen voor de productie, en in Longbridge bouwde men een nieuwe, moderne productiefaciliteit. Daar werd vervolgens de nieuwe Austin 1100 geproduceerd. Dat was de auto die in 1963 het volumespectrum binnen de ADO 16 reeks vergrootte. De Austin week in cosmetische zin op details af van de Morris. BMC bleef doen waar het goed in was: een basismodel als uitgangspunt nemen voor meerdere brands. De Morris en Austin zaten in het volumespectrum, de MG zat daar een trap boven, en dat gold ook voor de latere aantal leverbare merken binnen de ADO 16. De Riley Kestrel en de Wolseley 1100 breidden de luxekant van het spectrum uit. De zeer luxe Vanden Plas Princess was top of the line, met een bijbehorend prijskaartje dat je ook op een Volvo 122 S of een Citroën DS 19 vond. De MG, Riley, Wolseley en Vanden Plas kregen bovendien de 1098 cc motor met 2 SU carburateurs. Intussen bouwde Innocenti (vanaf 1963) in Italië en Authi in Spanje (1966) hun versies van de ADO 16 reeks, daarover leest u volgende week in deel 3 meer.

Estates en de 1275 cc motoren

De ontwikkelingen ging ook in Groot-Brittannië door. In 1966 verschenen de Austin Countryman en de Morris Traveller: driedeurs stations die een aardige aanvulling waren op het gamma. In juni van het voor BMC roerige jaar 1967 verscheen de 1275 cc motor met 59 DIN-pk als optie voor de MG, Riley, Vanden Plas en Wolseley versies. En in oktober van dat jaar presenteerde BMC in Londen de ADO 16 Mk II modellen. De estate varianten hielden de ontwerp uitgangspunten van Mk I. De Saloons werden wél optisch aangepast. De vleugeltjes aan de achterzijde werden meer afgerond, er kwamen nieuwe interieurs, knipperlichten op de spatborden én nieuwe grilletypen.

Austin en Morris 1300, verkoopterugval door productieproblemen

De lancering van Mk II was ook het moment om de 1275 cc motor beschikbaar te stellen voor de Austin en Morris versies. Alle 1275 cc kregen een volledig gesynchroniseerde vier versnellingsbak standaard, en ook was er (typeafhankelijk) een automaat leverbaar. De 1275 cc motor (grondvormelijk onder meer bekend uit de Mini Cooper S) was overigens geen upgrade van de bestaande 1098 cc motor, maar had een afwijkend motorblok en daar was een aparte productielijn voor nodig. Dat leverde de nodige vertraging in de productie van deze motoren op, en dus ook in de levering van de modellen.

Roerig 1967 zet marktpositie ADO 16 modellen onder druk

Anno 1967 begroette BMC meer problemen. De onderdelenleverantie was eveneens onder de maat, het kwam daarom regelmatig voor dat onafgebouwde auto’s wachtten op hun voltooiing. Chaotische logistiek, matige werkomstandigheden en stakingen wierpen een steeds grotere schaduw over de productie van BMC modellen, ook de ADO 16 varianten hadden er veel last van. Het gevolg: binnen thuismarkt Groot-Brittannië nam de Ford Cortina het stokje van best verkochte auto over. Om dit in 1968 weer over te dragen aan….. de ADO 16 modellen.

Terug aan kop en het einde van een illustere naam

De handgeschakelde Riley, MG, Vanden Plas en Wolseley typen kregen in 1968 de sterkere 1275 cc motor met twee carburateurs, de 1100 versies verdwenen voor deze badges steeds meer naar de achtergrond. De Riley en de MG met 1300 motor waren met 71 DIN-pk het meest krachtig. Deze motor kwam ook in de Austin én Morris 1300 GT, net als de voor de snelle 1300 versies gebruikte versnellingsbak met aangepaste overbrengingsverhoudingen. Toen deze twee sportievelingen van de volumemerken hun intrede deden was het over en sluiten met de Riley, die als 1300 met pensioen ging. Sterker: het nieuwbakken British Leyland (1968) zette ook een pijnlijke streep door de illustere Riley merknaam. En dat had men ook al gedaan met de vierdeurs MG versies. Bovendien was de MG 1300 (twee deuren) alleen nog beschikbaar voor de export markten.

Mark III. Het laatste ADO 16 hoofdstuk in Groot-Brittannië

Zo langzamerhand maakte het ADO 16 gamma een terugtrekkende beweging. De Britse Morris ADO 16 modellen verdwenen in 1971 allemaal van het toneel, waaronder de 1100. Dat was de ADO 16 debutant in 1962. De Marina nam het stokje over namens Morris. Aardig detail: de naam Marina werd in Denemarken al jaren gebruikt voor de Morris 1100. De derde ADO 16 generatie liep wat Europa betreft door tot in 1974. De MG 1300 (de 1100 was al uit productie), Austin Countryman en de Wolseley verdwenen een jaar eerder. In juli van dat jaar ging een definitieve streep door alle nog in Europa leverbare ADO 16 modellen. De laatst gebouwde ADO 16 in Groot-Brittannië was…. een Vanden Plas Princess 1300. Kort daarvoor had British Leyland de stekker uit de Austin 1100 en 1300 getrokken.

Lang houdbaar concept, niet te evenaren door opvolgers

Zo kwam de carrière van de ADO 16 modellen voor wat betreft de inmiddels door ernstige maatschappelijke en economische problemen geteisterde thuismarkt ten einde. Maar ondanks de regelmatige industriële en maatschappelijke tegenwind was de ADO 16 reeks succesvol. Hij werd meer dan een miljoen keer verkocht op de thuismarkt. En dat was terecht, want anno 1962 waren deze wagens heel vooruitstrevend en modern getekend. En daarmee zorgden zijn ontwerpers voor een lange loopbaan. En roem, die het zijn opvolgers haast onmogelijk maakte om uit de fraaie schaduw van de ADO 16 reeks te treden. ADO 16 acted like a candle in the wind.

Volgende week leest u het sluitstuk van de reeks in deel 3: Abroad and different, de buitenlandse geschiedenis (slot)

BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
William Richard Morris naast de Morris 1100, die in augustus 1962 zijn debuut maakte
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
De MG 1100 was het tweede ADO 16 model, en werd een paar maanden na de introductie van de Morris 1100 gelanceerd
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
Luxe, sportief en sierlijk. De Riley Kestrel. In 1969 schrapte British Leyland niet alleen het model dat toen 1300 MkII heette. En dat niet alleen: het merk Riley verdween in zijn geheel
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
Austin 1100 Mk II, vaak zag je aan de grille of je oog in oog stond met een Morris of een Austin
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
Absoluut luxepaardje binnen de ADO 16 reeks. De Vanden Plas Princess. Hij kostte een lieve duit, anno 1966 kocht je voor hetzelfde geld bijvoorbeeld een Volvo 122 S of een Citroën DS19.
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
De Morris Traveller en Austin Countryman modellen vormden een praktische aanvulling op het ADO 16 gamma
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
Wolseley 1300 in een fraaie bruintint.
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
1967 was het jaar dat de 1275 cc motoren (uiteindelijk) voor alle ADO 16 modellen van Britse huize beschikbaar kwamen
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
Bijzonder appetijtelijk, de Austin/Morris 1300 GT modellen
BMC ADO 16. Een bestseller is zestig jaar jong. Deel 2. Het brede Britse gamma
Deel van het Mk III gamma in beeld, dat wordt op deze afbeelding vertegenwoordigd door de Austin modellen

6 Reacties

Geef een reactie
  1. Toch zonde dat er van die Britse autoindustrie zo weinig over is gebleven.
    Ik, eigenaar en rijder van het Franse werk, moet eerlijk toegeven dat alle merken zoals Austin, Morris, Wolseley, Riley, MG etc steeds meer mij gaan bekoren.
    Vaak nu nog te koop voor redelijke prijzen.
    Wordt verhoudingsgewijs minder aangeboden dan het Duitse en Franse werk.
    Bedankt voor deze artikelen!

  2. Leuke auto,s, niet beter of slechter dan andere, ik heb fiat, simca, renault gereden. Roesten ook, gaan ook kapot. Golf 1, scirocco 1975, ook roestproblemen door alleen verf aan de buitenkant en geen roestpreventie. De fransozen hebben 12 weken nodig gehad om een startmotor te leveren voor mijn Simca…Ik ben van mening dat de Minor, de Mini, de Glider en de Landcrab ( grote broer van de Glider) voor hun tijd voor een revolutie gezorgd hebben, andere zelfdragende carosserien, voerwielaandrijving, rationalisering van componenten. Engeland heeft enerzijds door arbeitsconflicten en anderzijds door slecht management hun eigen marktaandeel verloren door niet tijdig te herkennen dat klanten ook ergens anders een product kopen kunnen. Jammer, maar ik vind het nog steeds fascinerend, ga graag naar een beurs of met de ferry naar de andere kant. Door de brexit zijn ze nog verder in de problemen gekomen. Jammer, de geschiedenis herhaalt zich..

  3. Ze hebben mij nooit kunnen bekoren. En nog steeds vind ik deze Engelse auto’s moeilijk te plaatsen. De eerste versie is zijn tijd meestal ver vooruit en de laatste zijn door de tijd enorm ingehaald. Ertussenin is het een grille, koplamp of een badge die het verschil moet maken.

  4. Mijn eerste auto was een Morris 1100, daarna had ik een MG 1300 MK II.
    Vooral de MG was behoorlijk snel, beide auto’s hadden een ongelofelijke wegligging, ik reed iedereen kwijt op bochtige wegen.

  5. ik had een MG1300 tweedeurs van 1969 antilope beige,ook laten bewerken met dinitrol, zodat de prijs inderdaad te vergelijken was met de Volvo Amazone en Citroën ID; later heb ik het onderdeel (onder de chrome bagette laten spuiten in Jaguar chocolade bruin). Prachtig, in 1980 in Dover een nieuwe versnelling laten installeren, ik heb hem gehad tot 1984 en aan een verzamelaar verkocht voor 40.000 Bf (1000 euro) ik heb er nog spijt van.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Old School: Een winterpoject

Old School: Een winterpoject

Wintertijd…

Wintertijd… – column