Bijzonder

Berkeley. de andere driecilinder

By  | 

Als twee motorfietsliefhebbers zich staan te verbazen onder wat zich er onder het motorkapje van een sportwagentje bevindt? Als ze het hebben over Japanse Britse en Franse driecilinderbloken? De motor in de Berkeley was een modulair tweetaktsysteem waarbij een twin vrij eenvoudig in een triple werd veranderd. Niet zo’n best systeem trouwens…

Berkeley Cars Ltd uit Biggleswade, Bedfordshire

Dat was de basis van het merk(je), produceerde tussen 1956 en 1960 polyester lowbudget  sportwagentjes met motoren van 322 cc tot 692 cc en voorwielaandrijving.

Ontwerper Lawrence “Lawrie” Bond had veel ervaring met glasvezel versterkt polyester. Charles Panter van de Berkeley Coachworks factory was een van de grootste Britse caravanmakers. En hij zocht iets te kunnen maken buiten het caravanseizoen.

De mannen bedachten dat het een goed plan zou zijn om een goedkope, snelle en mooie sportwagen te gaan maken. Een sportwagen waar ook nog eens races mee gewonnen zouden kunnen worden.

De productie was best een succes

De Berkeleys werden zeker in de USA ontvangen als echte pretmobieltjes. We weten niet of het door een klimaatomslag kwam, maar in 1960 stortte de Britse caravanmarkt in. En dat had ook gevolgen voor de autoproductie. Nadat er dik vierduizend Berkeleys waren gemaakt hield het verhaal op. De productielocatie werd overgenomen door een bedrijf dat damesondergoed produceerde. We laten de voorzet voor open doel: “Dat kan ook klein en spannend zijn” even voor wat hij is.

Eerst met motorfietsblokken

De eerste productieauto van Berkeley was de ‘Sports’ (type SA322), aangekondigd in september 1956 en geproduceerd tussen oktober 1956 en februari 1957. De productie begon met twee prototypen, die enthousiast werden getest in de buurt van Biggleswade in de late zomer van 1956. Stirling Moss reed er een in Goodwood in september, en de auto werd gelanceerd voor het publiek tijdens de London Motor Show in 1956 – een jaar eerder dan de Lotus Elite, die ook een glasvezel versterkte monocoque constructie had.

De motor was een Britse Anzani-tweecilinder 322 cc tweetaktmotor die 15 pk leverde en tussen de voorwielen werd gemonteerd en de transmissie verzorgde met een ketting en een versnellingsbak met drie versnellingen. De motor werd al gebruikt door verschillende motorfietsfabrikanten zoals Cotton en Greeves, maar in de Berkeley zat een Siba Dynastart die voor de elektriciteitsvoorziening zorgde en tegelijkertijd startmotor was.

Dertig pk uit drie cilinders

Nadat er 163 van de SA322’s waren geproduceerd, kreeg het SE328-model een Excelsior-motor van 328 cc met 18 pk. Eind 1957 werd een nieuw afgeleide model geïntroduceerd, dat had een 30 pk, Excelsior driecilinder 492 cc motor met drie AMAL carburateurs. Deze motorconfiguratie werd mogelijk gemaakt door de verticaal gespleten krukas van de Excelsior-motor en modulaire carterdelen plus krukas, waardoor het toevoegen van een centrale cilinder relatief eenvoudig was. Een vierversnellingsbak was gestandaardiseerd.

De driecilinders waren echt rap.

En met zulke 700 cc ADHD’ertjes werd heel dapper geracet. Want de wielophanging/wegligging van de Berkeleys was ook erg goed. Maar de opgebouwde krukassen hadden de neiging tot torderen. Er gingen dus nogal eens blokken stuk. We vonden iemand met het idee om de driecilinders van ‘echte’ krukassen te voorzien. Gewoon, hier in Nederland. Maar voorlopig heeft hij daar even de tijd nog niet voor. Wordt vervolgd.

 

Berkeley

De Berkeley twin

Berkeley

En de triple

Berkeley

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *