Historie

Alpine A310, met 4- en 6 cilinders

By  | 

Alpine, ooit een bedrijf dat zich specialiseerde in het sneller maken van Renaults, werd later een dochteronderneming van Renault. Het merk scoorde indrukwekkend met de Alpine A110 die de Monte Carlo-rally in 1973 en het Wereldkampioenschap rally won. De opvolger was de Alpine A310, die eerst een getunede 17TS / Gordini viercilinder motor als krachtbron had. Dat blok leverde 127 pk dankzij twee dubbele 45 DCOE Weber carburateurs.

De Alpine A310 presentatie en modellen

De auto werd gepresenteerd op de Autosalon van Genève in 1971. Het prototype A310 had roosters over de achterruit; maar die kwamen niet in productie. Vroege modellen hadden een NACA-duct in de buurt van het raam bovenop het linker voorspatbord, later kregen viercilinderwagens er twee, die dichter bij de voorkant van de auto zaten.

 

In 1976 werd de goedkopere A310 SX gepresenteerd. Dit model heeft een 95 pk versie van de 1647 cc vier in lijn en het simpeler interieur van de Renault 16/17’s. De viercilinder modellen van de A310 werden geproduceerd tussen 1971-1976. Ze waren groter, zwaarder maar niet krachtiger dan de roemruchte A110´s. Daarom werd de viercilinder A310 doorgaans als ondergemotoriseerd gezien

De Alpine A 310 was moeilijk om te maken

De basis van de nieuwe Alpine was een sterk chassis van tubeless stalen buizen, bekleed met een panelen van glasvezel. Net als de tragisch geflopte DeLorean, die dezelfde PRV-aandrijflijn gebruikte, zat de motor in de lengterichting aan de achterkant en hij stuurde zijn vermogen via een handgeschakelde versnellingsbak met vijf versnellingen naar voren, naar de achterwielen.


De rijpositie was laag en sportief, waarbij de voorwielkasten de voeten van de inzittenden naar het midden van de auto duwden. De A310 was arbeidsintensief om te maken. De productietijd per auto bedroeg 130 uur. Hoewel veel delen van de A310 begrijpelijk wijs uit de Renault voorraden kwamen, kwam het stuurhuis is van de Peugeot 504, terwijl de richtingaanwijzers eigenlijk voor Simca’s 1301-bedoeld waren.

De gerestylde versie van Opron

In 1976 werd de A310 gerestyled door Robert Opron en werd hij uitgerust met de krachtiger, nieuw ontwikkelde 90-graden 2664 cc V6 PRV-motor. De latere V6 kreeg ook een zwarte kunststof achterspoiler. Die deed zijn werk maar had een storende invloed op het fraaie lijnenspel van de A310. Met 150 pk onder de kap was de A310 PRV V6 het 220 km/u snelle vlaggenschip van Renault. De hele opzet van de auto deed hem qua rijgedrag lijken op Porsches 911. Snel, maar soms verraderlijk dus.

Zescilinders verkochten goed

De zescilinder deed de verkoopcijfers veel goed. Ten opzichte van de viercilindermodellen verdubbelden de verkopen zelfs. Maar doordat er tijdens de productieperiode niet echt werd doorontwikkeld aan het concept, werd de A310 nooit de gedroomde 911 killer. De meeste A310’s werden in hun geboorteland verkocht. In 1979 vond het recordaantal van 782 exemplaren nieuwe baasjes.

Vanaf modeljaar 1981 werd de achterwielophanging identiek aan die van de Renault 5 Turbo met middenmotor.

Alpine A310 V6 (1976-1980)

Voor de latere modellen (1983-1984) van de A310 werd een “Pack GT” ontwikkeld dat geïnspireerd was op de Group 4 A310-racewagens, met dikkere wielkasten en grotere spoilers aan de voor- en achterzijde. Er werden ook nog bijna 30  Alpine A310 V6 Pack GT-kit Boulogne gebouwd. In die auto’s was de PRV V6 tot 2,9 liter gegroeid en door Alpine getuned met drievoudige Weber 42DCNF carburateurs die het vermogen op 193 pk brachten.

Alpine A310

Ons fotomodel vonden we en route bij Stefcars in het Belgische Meerhout

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Maarten

    11 juni, 2019 at 08:18

    Seamless (naadloos) staken buizen….

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *