Reportages

100 jaar Maserati, het merk met de drietand

By  | 

Dit jaar viert Maserati zijn 100 jarig bestaan als bedrijf, waarvan men zich kan afvragen of dit wel terecht is.

De eerste firma met de naam Maserati, “SA Officine Alfieri Maserati” –een service garage voor vooral Isotta Fraschini- werd namelijk op 1 december 1913 geregistreerd, waarmee zij dus eigenlijk al in 2013 100 jaar bestonden.
Afhankelijk van hoe je het bekijkt werd de eerste Maserati auto al in 1900, in 1920 dan wel pas in 1925 gebouwd.

Hoe dan ook is het toch leuk eens dieper op zijn geschiedenis in te gaan.

Vroege jaren in dienst van anderen
De vroege geschiedenis van Maserati is die van 6 broers, vijf met technische aanleg en passie voor snelheid en races, terwijl de zesde meer artistieke ambities had.

In 1900 bouwt de oudste –Carlo- op 19-jarige leeftijd zijn eerste 1-cylinder motor en monteert hem in een fiets. Hetzelfde jaar won hij daarmee een rally rond Brescia, wat er toe leidde dat Fiat hem als testrijder in dienst nam.

Een tweede 1-cylinder motor wordt in een houten chassis gemonteerd, waarmee met enig recht de eerste Maserati auto ontstond.

In 1903 verruilt Carlo Fiat voor Isotta Fraschini als werkgever, waarbij hij zijn dan 16-jarige broer Alfieri meeneemt. In 1908 wordt Alfieri in een Isotta 14e in de Grand Prix van Dieppe.
Carlo is inmiddels overgestapt naar Bianchi, waar hij naast zijn werk in de racerij ook technisch ontwikkelingswerk doet aan het elektrische systeem.

Ook bij Bianchi blijft Carlo echter niet lang: in 1908 wordt hij directeur van Junior Automobili, terwijl hij een jaar later zijn eigen bedrijf voor vliegtuigmotoren begint. In 1910 overlijdt Carlo aan een longziekte.

In 1913 start Alfieri een Isotta Fraschini dealership in Bologna, kort daarna gevolgd door zijn eigen werkplaats. Samen met zijn broers Ettore en Ernesto richten zij de “SA Officine Alfieri Maserati” op, die op 1 december 1913 bij de Kamer van Koophandel wordt geregistreerd. Een 4e broer –Bindo– blijft voor Isotta werken.

Tijdens de korte tijd later uitgebroken eerste wereldoorlog ontwikkeld Alfieri een beter soort bougies, waarvoor hij in een nieuw pand een fabriekje opstart.

Racewagens in eigen beheer
In 1920 ontwerpt de 6e Maserati broer –de artiest Mario– het drietand logo dat tot op heden symbool staat voor Maserati en Bologna.

Alfieri gaat –zonder veel succes- weer racen, ditmaal in een SCAT. De slechte resultaten zetten hem er toe om in eigen beheer een racewagen te gaan bouwen, volgens sommigen de eerste echte Maserati (hoewel het drietand logo pas in ’26 werd gebruikt). Het werd een mengeling van een Isotta Franchini chassis met een aangepaste Hispano Suiza motor, een SCAT versnellingsbak en Itala assen: een waar mengelmoesje.

Het geheel debuteert in juli ’21 tijdens de Mugella race en behaalt gelijk de tweede plaats.
Meerdere successen volgden. Nadat de broers in ’22 voor Diatto zijn gaan werken brengt hij de nodige verbeteringen aan waarna hij hem herdoopt in Diatto Alfieri. Tijdens meerdere wedstrijden wordt de verbazingwekkende gemiddelde snelheid van 69 km/uur gehaald.

Nadat Diatto zich in ’25 uit de racerij terugtrekt, kunnen de broers 10 Diatto 30 Sport chassis kopen, de basis van de eerste wagens met het Maserati logo: de Tipo 26.

Nadat met een Tipo 26 een topsnelheid van meer dan 160 km is behaald, kan de werkplaats de orders van amateur coureurs nauwelijks aan.
Het 16-cylinder V4 model behaalt in ’29 in een race over 10 km het wereldsnelheidsrecord met een gemiddelde van 246 km/u. Tot eind ’37 zou dit record in handen van Maserati blijven.
Ondanks de moeilijke economische tijden blijft Maserati racen, o.a. met de fameuze Tazio Nuvolari die in ´33 na een ruzie met Ferrari voor hen komt werken.

Tot na de tweede wereldoorlog werden vrijwel uitsluitend racewagens gebouwd, al werden er enkele aangepast voor gebruik op de openbare weg.

In dienst van de Orsi familie
Tegen het einde van het decennium komt Maserati steeds meer onder druk van de –door de staat gesubsidieerde- Duitse concurrentie. De hele firma (zowel de racewagen afdeling als de bougie productie) wordt verkocht aan de groot industrieel Adolfo Orsi.

Zo doende worden de broers verlost van de last van financieel management en kunnen zij zich concentreren op het racen.
Begin ’40 verhuist de werkplaats van Bologna naar Modena waar Orsi al zijn fabrieken concentreert. Gedurende de oorlogsjaren stopt de racerij en richt de productie zich volledig op bougies en accu’s.

Na de oorlog wordt al snel weer geracet. In de eerste naoorlogse Grand Prix –de GP van Nice- wordt gelijk de overwinning is behaald.
De resterende broers Maserati verlaten nadat hun contract met Orsi is afgelopen de firma om terug te keren naar Bologna, waar zij zich meer thuis voelden dan in het “big business” klimaat van Modena. Zij startten een nieuwe firma –O.S.C.A.– die zich exclusief met hun oude liefde -race wagens- gaat bezighouden.
De firma “Officine Alfieri Maserati” (van Orsi) blijft zich nog wel bezighouden met races, maar zonder de gebroeders. Met de Argentijn Fangio aan het stuur worden in ’54 met een Maserati de eerste F1 races gewonnen.
Vanaf dat moment worden de F1 races vooral een duel tussen Maserati en Ferrari. Wie op zondag een race wint, kan op maandag de orderboeken trekken.
In ’57 trekt Orsi zich i.v.m. financiële problemen terug uit de racerij, en richt zich volledig op de productie van auto’s voor dagelijks gebruik.

De eerste modellen voor de openbare weg
Kort na afloop van de oorlog stelde Maserati zijn eerste primair voor de weg ontworpen Gran Turismo voor: de A6 1500 met een koetswerk van Pinin Farina.

De A is een eerbewijs aan Alfieri en de 6 duidt op het aantal cilinders.

In de periode van ’48 tot ’57 werden in kleine aantallen diverse versies van de A6-1500 en (na 1950) A6G-2000 gebouwd met koetswerken van Pinin Farina, Frua, Zagato etc. In totaal niet meer dan 65 stuks.

1957 zag met de lancering van de 3500 GT –bijgenaamd de “Witte Dame”- de eerste serieuze poging om de markt van GT modellen te betreden. Daarmee werd het daaropvolgende jaar voor het eerst een productie van meer dan 100 stuks bereikt.

Hoewel Maserati zelf niet meer aan races deelneemt, bleef de affiniteit met de racerij bestaan. Dit resulteerde in ‘60 in de “Tipo 60”, ook wel “Birdcage” genoemd.

Aan diverse niet-fabrieks teams werd deze ter beschikking gesteld, met o.a. de overwinning van de Nurburgring 1000 km race als resultaat.

Tijdens de Turijn Motor Show van najaar ’63 werd een tweetal opvolgers voor de 3500 GT gepresenteerd: de zes cilinder Mistral coupé en de in samenwerking met Frua ontworpen Quattroporte, toentertijd de snelste sedan ter wereld. Tegelijkertijd kwam de 2+2 Sebring in productie die in feite een doorontwikkeling van de oude 3500 GT was.

Halverwege de jaren zestig begon een nauwe samenwerking met de opkomende carrossier Giugiaro. Het eerste resultaat was de 8-cylinder Ghibli die eind ’66 werd gepresenteerd. Aanvankelijk was een serie van 100 stuks gepland, maar toe hij in ’72 uit productie werd genomen stond de teller op 1295 (Coupé en Spyder).

Roerige jaren onder Citroën en De Tomaso bestuur
Tegen het eind van de jaren zestig wordt samenwerking aangegaan met Citroën, in eerste instantie met als doel de ontwikkeling van een Citroën topmodel met een Maserati motor: de Citroën SM. Al snel werd Citroën meerderheid aandeelhouder en uiteindelijk zelfs volledig eigenaar van Maserati.

Onder Citroën’s invloed wordt de organisatie veel strakker georganiseerd. Een hele serie nieuwe, mid-engined Giugiaro modellen werd uitgebracht, alle genoemd naar benoemde winden: de V8 Indy (’68), Bora (’71) en Khamsin (’74), alsmede de V6 Merak (’72).
Echt succesvol kan je deze modellen niet noemen. De productie viel terug tot enkele tientallen wagens per maand (en een goede 100 motoren), wat voor de ca 700 medewerkers tot zware onderbezetting impliceerde. De firma leed dan ook zware verliezen en was eind ’74 de facto failliet. Nadat Citroën in mei ’75 door Peugeot was overgenomen werd besloten tot liquidatie over te gaan.

Het Italiaanse staatsbedrijf GEPI werd bereid gevonden om samen met de Argentijnse industrieel Allejandro De Tomaso Maserati een doorstart te laten maken. Voor LIT 210.000 -ca € 100- werd Maserati overgenomen, nadat Citroën diens schuld van ca € 4,5 miljoen had afgeschreven.
Het aantal werknemers werd prompt teruggebracht naar een meer realistische 200.

Uitgaande van de eerdere Giugiaro showmodellen werd onder leiding van De Tomaso de Quattroporte Royale ontwikkeld welke eind ’77 werd gepresenteerd.
De hoekige styling van dit model is sterk gebaseerd op de een jaar eerder uitgebrachte Maserati Kyalami, in feite een De Tomaso Longchamp met een V8 Maserati motor.
De Italiaanse president Pertine koos de QP Royale als officiële dienstauto. Hij gebruikte hem zelfs bij een bezoek aan Maranello, waarop Enzo Ferrari weigerde om hem te ontmoeten.

Begin tachtiger jaren betreed Maserati een nieuw marktsegment met de compacte Biturbo coupé en sedan, aangedreven door een geheel nieuw ontwikkelde, turbocharged 2 liter V6 motor. De middenmotor structuur wordt verlaten.
Vooral in Italië was dit een doorslaand succes. In 10 jaar tijd zouden er –in meerdere versies, van sedan tot spyder- ongeveer 37.000 stuks van worden gebouwd, het hoogste productie aantal ooit voor een Maserati model.

Maserati president Allejandro De Tomaso was al langere tijd bevriend met Lee Iacocca die midden jaren ’80 chairman van Chrysler was. Uit deze vriendschap volgde een samenwerking met Chrysler bij de ontwikkeling en productie van de Chrysler TC by Maserati.
Deze Italiaans-Amerikaanse kruising –samengesteld uit een Dodge platform, Chrysler, Mitsubishi en Maserati motoren en door Innocenti gebouwd koetswerk dat- werd geassembleerd in de Maserati fabriek…

In rustiger water onder de paraplu van Fiat
Nadat hij in ´93 een attack had, trok De Tomaso zich terug uit zaken en werden Maserati en Innocenti aan Fiat verkocht, die de CEO van Ferrari -Luca di Montezuma- aan het hoofd stelt. Onder diens leiding wordt de productie van de verouderde Maserati fabriek gedurende een half jaar naar de Ferrari fabriek in Maranello verplaatst.

De oude fabriek wordt gemoderniseerd en voorzien van up-to-date productielijnen.
Aartsrivaal Ferrari neemt in 2 stappen de controle over Maserati helemaal over.

Het eerste product uit de vernieuwde fabriek wordt in ´98 gepresenteerd, de als vanouds door Giugiaro ontworpen 3200GT Coupé, het model dat in essentie tot op heden wordt gemaakt. In 2001 wordt de spyder versie hiervan voorzien van motoren uit Maranello, waarmee de integratie met Ferrari definitief wordt.

Vanaf 2004 keert Maserati weer terug op het circuit met de speciaal daarvoor ontwikkelde MC12 met een chassis dat is afgeleid van de Ferrari Enzo.

2007 zag de komst van Quattroporto V, waarmee de samenwerking met PininFarina na meer dan 50 jaar weer wordt opgepakt. Net als zijn voorganger uit de jaren ´70 wordt deze door de Italiaanse president als dienswagen gekozen.
Ook de GT wordt door PininFarina in een nieuw jasje gestoken.

Vorig jaar –2013- wordt wederom een nieuwe Quattroporte gepresenteerd, terwijl tegen het eind van het jaar ook een “compacte” sedan het voetlicht ziet: de Ghibli. Met wat goede wil is deze als de opvolger van de Biturbo uit de jaren tachtig te zien.

Tekst: Ronald Ackema; Afbeeldingen: Archief R.Ackema; Archives Maserati

2 Comments

  1. michiel

    12 augustus, 2014 at 19:43

    Kleine correctie: Alfieri is weliswaar in 1913 gestart met IF service nadat hij uit Argentinië terugkwam, maar pas op 1 december 1914 ging de Office Alfieri Maserati officieel naar de kamer van koophandel van Bologna. De verwerkingsdatum is 14 december = officiële oprichtingsdatum. Zie de foto van de oprichtingsakte op pagina 15 van het boek “Maserati” van Maurizio Tabucchi

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *