in

Zomer, motorrijden. En veters – column

Dit weekend wordt het te heet om motor te rijden. Als je je verantwoord kleedt, dan sterf je van de hitte. In T-shirt en shorts loop je gegarandeerd tweede graads verbrandingen op. Maar eergisteren was het nog wel te doen.

Bij het uitrollen naar een net op rood gesprongen verkeerslicht werd ik voorbij gereden door iemand waarvan ik denk dat het een nieuwe motorrijder zou kunnen zijn. Die inschatting maakte ik – mogelijk helemaal onterecht – omdat hij zo te zien zorgvuldig, stoer maar toch casual – gekleed was in T-shirt, tattoos, wielrennershandschoenjes, een bril met glazen met titaniumcoating en een helm waar over was nagedacht.  

Hij was beduidend jonger dan de gemiddelde motorrijder die ik ken en intussen een gezonde 50+er is, want hij had een volle baard zonder grijs erin. Hij stopte voor me en viel om.

Al dat gedoe over beschermende motorkleding is een beetje aan me voorbij gegaan. Maar wat ik ooit heb mee gekregen is dat het minder handig is om op de motor te stappen terwijl je kek-kewle bergschoenen of ‘working man’s boots’ met veters draagt. De lus van zo’n veter heeft de aangeboren neiging om over schakel- of rempedalen te schuiven. En als je dan je voet op de grond wilt zetten? Dan kom je met die voet een paar centimeter van je steppie af en donder je om.

Dan komt je voet toch aan de grond, alleen op een manier die je niet gepland had. Sandalen met bandjes hebben de neiging hun eigenaars op dezelfde manier te foppen. Schoeisel is dus een dingetje. Vrienden Theo en Jan zagen zoiets in Italië. Een plaatmooie, op effect verpakte berijdster van een Harley Sportster reed met in stijl bijpassende ‘stiletto’s’ aan haar zonder twijfel ook fraaie voeten. Bij het afstappen brak de 10+ centimeter hoge hak van haar linker schoen. “BOM!’ Een gevallen vrouw…

Ondertussen lag mijn voorganger klem tussen zijn urban scrambler en het asfalt. Ik zette mijn brommer dwars op de rijstrook en tilde met de goeie tiltechniek – kijk maar eens op Youtube – de scrambler zover vrij dat de gevallen ridder er onderuit kon. Moderne motorfietsen zijn trouwens loodzwaar.

De gevallene zat eerst nog even vast aan zijn veter, maar had benul genoeg om die vrij te maken. Samen zetten we de motor definitief overeind. Mijn vondst mompelde: “God, wat stom dat ik daar niet over heb nagedacht. Ik schaam me kapot!” Dat kon dus nog wel eens een heel goeie motorrijder worden. Want nadenken is voor ons, als bedreigde soort, toch wel een punt.

We besloten de zaak op een terras honderd meter verder op te evalueren. Mijn nieuwe vriend nam een watertje. Ik heb jarenlang gedoken en weet wat vissen onder water doen. Een pils vatten is veiliger. Mijn tafelgenoot bleek een aardige gozer.

Hij had alleen de leeftijd waarvan ik zeg dat het zo jammer is dat jeugd wordt verspild aan jonge mensen. Mike bleek erg geïnteresseerd in oud spul. Maar hij was bang dat zoiets voor hem als niet technische persoon niet gegeven was. Ik vertelde hem dat hij voor minder dan de helft van de prijs van zijn scrambler kon kiezen uit hele rijen klassiekers die hem probleemloos overal naartoe konden brengen.

Hij begon meteen weg te dromen over een oude Harley, over een WL. Geen ‘liberator’. Want hij was pacifist. Op zich een goede insteek. Maar als je zo recht in de leer bent, dan kun je ook geen Duitse of Japanse motor rijden. En om nou als niet technische onderlegde motorrijder een Italiaanse of Britse klassieker te kopen? Mike beloofde me een abonnement op Auto Motor Klassiek te nemen en zich in te gaan lezen.

Ik gaf hem de namen van sleutelgoeroe Erik van Lent en Mw. Davidson, een dame die sleutelcursussen aan Harleys geeft. Zijn ogen lichtten op bij de combinatie ‘dame’ en ‘Harley-Davidson’.

Motorrijden gaat over emoties. Bij het afscheid kreupelde Mike een beetje. Pijn is ook een emotie.

Maar dit weekend is het dus te warm om te rijden

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

13 Reacties

Geef een reactie
  1. vanmorgen met een paar vriendinnen en een vriendje 185 km gereden tussen maas en waal. Gelukkig dat het warm was want er waren bijna geen andere motoren over de dijkweggetjes onderweg. Langs een tankstation gereden waar de thermometer 35 graden aan gaf om half een. Rijden was nog wel leuk maar stil staan was toch wel warm ook al stonden alle ritsen in mijn jas open. Dan is een terras met schaduw wel lekker om even af te koelen. En na een frisse douche thuis was mijn temperatuur ook weer een heel stuk naar beneden bijgesteld. Ik moet toegeven, het laatste stukje van Werkendam naar huis was het erg warm en straalde de hitte zowel van het asfalt, de zon als van mijn motor

  2. Normaliter rij ik altijd ‘in vol ornaat’. Maar bij dit soort ‘übertropische’ temperaturen is het, zoals je schrijft Dolf, zelfs serieus gevaarlijk.
    Maar als het weer alweer normaliseert en vol ornaat doenlijk is, zo doemt een ander fenomeen op. De keuze tussen welke motorbroek ik zal aantrekken. Die óver de laarzen gaat of die ín de laarzen gaat. Met gokken was ik nooit goed. Dus ‘de broek in de laarzen’ ging aan en in de middag ging het regenen. Na eerdere natte ervaringen,omdat al het regenwater langs de pijpen liep, bleek een role breed cellotape deze keer egwel dé oplossing. Gewoon effe aftapen die handel. Het werkte en alles bleef droog. Sindsdien ligt zo’n rol standaard in mijn koffers. De broek over de schoenen heeft dd voorkeur. Met mijn inschattingsvermogen zal het toch nooit wat worden. Cellotape is de uitvinding van de eeuw….

  3. Tja.
    Schoeisel.
    Ik heb vaak de bekende werkschoenen aan, en doe de veters in de schoen.
    Heb hetzelfde namelijk al eens als 7-jarige gehad met de crossfiets, dat mijn voet niet naar de grond wilde, omdat de veter een relatie begonnen was met het pedaal.

    Mijn maat draagt vrijwel altijd Zweedse klompen.
    Die Strofels-dingen.
    Houten onderkant, leer bovenkant.
    Hij zeilde ook onderuit, niet eens erg hard, maar zijn klompen waren pleite eer hij het asfalt raakte, en zijn sokken deden echt dienst om de vellen bij elkaar te houden . . . .

  4. Ooit met linnen gympen naar mijn werk gereden want het zou toch droog blijven, niet dus en om te voorkomen dat mijn gympen nat zouden worden werden er een paar KOMO-vuilniszakken omheen gebonden. En die zijn glad! Helaas merkte ik dat pas bij het eerste verkeerslicht. De restjes olie op het wegdek hielpen ook niet echt…

  5. Eén van de redenen dat ik meestal met (tuin)klompen op de motor zit, is (naast luiheid iets anders aan m’n voeten te doen en ook ik heb de film “altijd motorkleding aan” gemist..) bovengenoemd scenario.

    Een WL(A, want daar zijn er veel van) kost tegenwoordig serieus knaken, voor de helft heppie een donders leuk brits schudijzer..ook leuk en kewl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *