Wetenswaardigheden

Wat Weetjes over Bjoelie (Beaulieu)

By  | 

‘Beaulieu’ zou bij ons ‘welgelegen’ heten. En linksom of rechtsom: het is de klassiekerbeurs waar je als liefhebber toch echt een keer naar toe moet zijn geweest. De insteek is: ‘Als het bestaat, dan ligt het op Beaulieu. We melden wat ‘weetjes’ als basiskennis voor de komende beurs in september. En laten we wel wezen: het is alweer bijna september.

Een nieuw woord: een Autojumble

  1. Beaulieu is een ‘Autojumble’, dat woord was bedacht door de toenmalige curator van het museum op het landgoed.
  2. Het toen hoogst onofficiële woord is sinds 2003 opgenomen in the Oxford English Dictionary.
  3. ‘Bjoelie’ begon in 1967 als eendaags evenement. En er waren toen zo’n 80 standhouders die hun spullen op het veld aanboden.
  4. Tegenwoordig in the International Autojumble 25 acres groot. En 1 acre is 4046,9 m2. Beaulieu is daarmee met ca. 2200 standhouders, een beurs waar je de volle die dagen zoek kan zijn.
  5. In het kader van de klimaatverandering, of in elk geval op hete zomers is er een zwembad voor de kinders.
  6. In 2002 had een vriendengroep een plan: ze zwermden over de beurs op zoek naar Austin Seven onderdelen en zetten daar ter plekke een exemplaar van in elkaar.
  7. In 2003 deed een stel mensen dat met een Model T Ford. En vanuit Beaulieu startten ze daarna met een rondrit door Engeland.
  8. Misschien was hij het spoor wat kwijt, maar in 2008 was er een bezoeker die met onderdelen van de beurs de laagste, rijdende auto ter wereld maakte.
  9. Voor de veertigste Beaulieu, in 2006, nodigde Lord Montagu meer dan 200 standhouders die al meer dan 25 jaar present waren op het evenement uit voor een ‘Tea’ op zijn gazon. De veteranen kregen elk een horloge met inscriptie.
  10. De eerste Autojumble trok krap 5.000 bezoekers. Nu zijn het er jaarlijks meer dan 40.000.
  11. 1969 Was het jaar dat de magische grens van 200 standhouders overschreden werd.
  12. De Autojumble werd ‘International’ in 1969. Toen was er namelijk 1 buitenlandse standhouder: Een Amerikaan.
  13. Het vreemdste dat er ooit op ‘Bjoelie’ te koop stond? Dat was waarschijnlijk het koppel Shire paarden.
  14. 1978 was het jaar dat er meer dan 800 standhouders stonden.
  15. In de vroege jaren negentig waren er meer dan 2000 standhouders met onderdelen plus ongeveer 150 complete auto’s te koop.
  16. In 1979 werd het feest opgeschaald naar twee dagen.
  17. Okay, het is tijdelijk werk, maar voor Beaulieu zijn er zo’n 220 mensen bezig in de organisatie en uitvoering.
  18. Al die bezoekers moeten natuurlijk eten en slapen. Veel vaste bezoekers hebben hun vaste adresjes. Maar jaarlijks is Beaulieu goed voor 11.000 overnachtingen in de lokale hotels.
  19. Wat ooit als een ‘tuinfeest’ begon geeft nu jaarlijks een economische boost van 11 miljoen Pond. En de Britse schatkist plukt er 500.000 Pond BTW van.
  20. Ernie Warminton uit Cornwall was in 1967 de eerste bezoeker.
  21. Ter ere van de 40ste verjaardag van het festijn was er in 2006 een opstelling waar in een auto uit elke jaargang van de traditie stond. En daar bij stonden ook de auto’s die ooit ter plekke uit lokaal gekochte onderdelen in elkaar waren gezet.
  22. Ter ere van de veertigste Beaulieu kregen de standhouders een speciaal gedrukte kalender. En die is intussen ook al een collectors item.
  23. Beaulieu kreeg ook erkenning uit een heel andere hoek: Het evenement kreeg de Silver Award for Tourism tijdens de hoogst prestigieuze Visit England Awards for Excellence Ceremony in 2014.
  24. Er was een jaar met zoveel regen dat Bonhams zijn presentatie in het ondiepe, en de veiling in het diepe water hield.
  25. De prijsknaller op Beaulieu was een ‘barn find; Bentley. Die ging in 2015 weg voor 695.900 Pond.
  26. En de goedkoopste auto? Die ging weg voor maar 80 Pond, het was een Mini.
  27. “Op Beulieu vind je alles”. Een standhouder die zijn contactsleutel kwijt was ploegde door bakken vol losse sleutels om er eentje te vinden die passen zou. En vond die.
  28. In 1985 Was er een Amerikaan die in de war was met de wisselkoersen. Hij vond alles zo ‘goedkoop’ dat hij veel kocht. En later pas in zag hoeveel het hem had gekost.
  29. Je zou het bijna vergeten. Maar in 1971 kwam de eerste standhouder vanaf ‘het Continent’. Dat was de handelaar in klassieke onderdelen ‘Depanauto’ uit Frankrijk.
  30. Alle winst na aftrek van de kosten gaat naar (automobiel gerichte) liefdadigheid zoals bij voorbeeld the Hampshire & Isle of Wight Air Ambulance Service

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *