VW Kever stationcar Cobus: de Kever die Volkswagen nooit bouwde

Auto Motor Klassiek » Artikelen » VW Kever stationcar Cobus: de Kever die Volkswagen nooit bouwde

Sluitingsdatum nummer 11 -> 22 september

Automatische concepten

De VW Kever stationcar Cobus begint als iets vertrouwds. Ronde koplampen, bolle spatborden en de herkenbare neus laten weinig twijfel over de basis. Pas achter de portieren verandert het beeld. Het dak loopt door, de zijruiten volgen die lijn en achterop zit een klep die eerder aan een Volkswagen Transporter T2A doet denken dan aan een gewone Kever.

Fotografie: Sander Gart voor Auto Motor Klassiek

Volkswagen bouwde officieel nooit een echte Kever-stationwagen. Han Kullberg uit Donderen vond dat zo’n uitvoering best had kunnen bestaan en bouwde hem zelf. Cobus is geen snelle ombouw met een andere achterkant, maar het resultaat van 1273 uur denken, passen, slijpen, lassen, spuiten en opnieuw beginnen. De basis bleef een Volkswagen 1200 Spaarkever, aangevuld met delen van een Transporter T2A uit 1969.

VW Kever stationcar met een praktische aanleiding

Het idee kwam niet uit een ontwerpstudio, maar uit het dagelijks gebruik. Han en zijn vrouw Thera reden eerder met een Mexico Kever 1200 uit 1984 en een Kever 1500 cabriolet uit 1968. Plezier genoeg, ruimte minder. Met twee honden naar het bos gaan is in een gewone Kever nu eenmaal behelpen, zeker wanneer de ruimte achter de achterbank ook nog als hondenvervoer moet dienen.

Rond 2012 zag Han op internet een afbeelding van een Kever stationwagen. Later kwam hij in Rosmalen een vergelijkbaar project tegen. Dat zette het plan verder op scherp, maar bepaalde ook zijn aanpak: niet zomaar een busachterkant aan een Kever lassen, maar eerst nadenken over techniek, binnenruimte en verhoudingen. Han studeerde natuurkunde en benadert zulke vraagstukken graag als puzzels. Dat is aan Cobus te zien.

Kever, T2A en een platter motorconcept

Voor de carrosserie gebruikte Han twee donorvoertuigen. De Spaarkever leverde chassis, kenteken en basisconstructie. De T2A-bus was als restauratieobject nauwelijks aantrekkelijk: sinds 1985 buiten gestaan, geen papieren, geen sleutels en de onderste dertig centimeter grotendeels verdwenen. Juist daardoor was hij bruikbaar als donor voor dakvorm, achterzijde, luchtinlaten, klep en stukken plaatwerk. De bus kostte 350 euro, de Kever 650 euro; onderdelen die niet nodig waren, verdwenen weer uit het projectbudget.

De gewenste lage laadvloer vroeg om meer dan carrosseriewerk. Een gewone Kevermotor bouwt hoog op, en dat past slecht bij een bruikbare stationcar. Han gebruikte daarom de koelmantel van een Volkswagen Type 3 en bouwde het originele Keverblok om naar een plattere configuratie. Frisse koellucht komt via de luchtinlaten van de bus naar binnen, met een sluitplaat om warme lucht van motor en uitlaat buiten te houden. Verder bleef de techniek dicht bij de Spaarkever, aangevuld met elektronische ontsteking van AccuSpark.

Details die de ombouw geloofwaardig maken

De overtuigingskracht van Cobus zit vooral in de verhouding tussen Kever en bus. Han maakte een referentieframe van zes millimeter staaldraad en zette tijdelijk een steungeraamte in de carrosserie voordat de achterkant van de Kever verdween. De laadvloer kwam uit de bus, de zijruitframes zijn gemaakt van achterkleppen van andere Volkswagen bussen en de achterklep bestaat uit zeven stukken plaatwerk. Alleen die klep vroeg 21 uur werk.

Ook de afwerking is praktisch doordacht. De scharnieren van de achterklep zijn grotendeels in het dak weggewerkt en een gasveer houdt de klep omhoog. De complete achterbumper is deelbaar, zodat het onderste motordeksel kan scharnieren en de motor bereikbaar blijft. Originele Kever-achterlichten zijn een kwartslag gedraaid gemonteerd, waardoor ze liggend in de achterzijde passen. Het witte dak, de witte bumpers, de verlaging en de verbrede stalen velgen brengen de lijnen verder bij elkaar.

Binnenin moest de ombouw eveneens bruikbaar blijven. Een originele Kever-achterbank paste niet meer, dus kozen Han en Thera voor een achterbank en voorstoelen uit een Volkswagen Polo met dezelfde bekleding. Thera verzorgde het naaiwerk van de zelfgemaakte hemelbekleding. Achter de achterbank zit een verhoging met daaronder een verborgen opbergvak voor gereedschap, reserveonderdelen en veiligheidshesjes. Achterin is plaats voor een hond, bagage of onderdelen; voorin bleef de Kever-kofferruimte beschikbaar.

Op 15 juni 2023 reed Han met Cobus naar de RDW. De auto kwam in één keer door de keuring en werd officieel als stationwagen omschreven. De dag erna volgde een rit van ongeveer 300 kilometer van Drenthe naar het IKW-treffen in Wanroij, bij circa 32 graden. De olietemperatuur bleef rond de 100 graden en Cobus reed probleemloos. Op meetings keert sindsdien geregeld dezelfde vraag terug: heeft Volkswagen dit model echt geproduceerd?

Voor het complete en gedetailleerde ombouw- en restauratieverslag moet je het septembernummer van AMK in huis halen. Die ligt nu in de kiosk.

VW Kever stationcar: verder lezen

Voor wie nog niet uitgelezen is over VW Kever stationcar: dit zijn logische vervolgstukken.

Hieronder volgen nog meer foto’s.

VW Kever stationcar Cobus: de Kever die Volkswagen nooit bouwde - foto 2
Volkswagen leverde nooit officieel een Kever-stationwagen; Han vond dat zo’n uitvoering best had kunnen bestaan en bouwde hem zelf
VW Kever stationcar Cobus: de Kever die Volkswagen nooit bouwde - foto 3
De overtuigingskracht van Cobus zit in de verhouding tussen Kever en bus, met T2A-dakvorm, achterzijde, luchtinlaten, klep en stukken plaatwerk. Hij klopt helemaal!
VW Kever stationcar Cobus: de Kever die Volkswagen nooit bouwde - foto 4
Verder bleef de techniek dicht bij de Spaarkever, aangevuld met elektronische ontsteking van AccuSpark
VW Kever stationcar Cobus: de Kever die Volkswagen nooit bouwde - foto 5
Het idee voor Cobus kwam uit dagelijks gebruik: Han en Thera wilden met twee honden naar het bos zonder het behelpen van een gewone Kever
VW Kever stationcar Cobus: de Kever die Volkswagen nooit bouwde - foto 6
Han gebruikte de koelmantel van een Volkswagen Type 3 en bouwde het originele Keverblok om naar een plattere configuratie

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

5 reacties

  1. Donderen, Drenthe, het begint al wat Zuidelijker te klinken.
    Maar deze “vw”, lijkt wel erg veel op een Duet?
    Als jullie weten wat we bedoelen😃
    Chainese imitatie?

  2. Wat s dat vreselijk goed doordacht en fraai uitgevoerd zeg! Echt fantastisch om te zien. In Zuid Amerika zijn wel dergelijke voertuigen.in kleine oplage gemaakt maar die zijn lang niet zo mooi als deze.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten