Sluitingsdatum julinummer -> we zijn aan het afsluiten
Volvo 940-lijkwagen camper met Nilsson-achtergrond
Een Volvo 940-lijkwagen camper klinkt op papier als een omweg naar kamperen, maar de basis is minder onlogisch dan hij lijkt. Een lijkwagen is lang, laag van opbouw en gemaakt om iets groots en kwetsbaars ordelijk te vervoeren. Wie die ruimte anders benut, komt uit bij een compacte mooiweercamper met een achtergrond die verder teruggaat dan de 900-serie alleen.
Foto’s: Anno Huidekoper voor Auto Motor Klassiek
Die lijn begint bij Nilsson in Laholm. Yngve Nilsson en Linnea Nilsson startten daar in 1945 Yngve Nilssons Karosseri, aanvankelijk met twee medewerkers. Het bedrijf bouwde onder meer vrachtwagens om tot brandweerwagens en vond al vroeg aansluiting bij Volvo. De PV 444 had een zelfdragende carrosserie en bood een carrosseriebouwer weinig speelruimte, maar de PV 445 uit 1949 had wel een chassis. Op die basis bouwde Nilsson bestelwagens, open vrachtwagentjes en lijkauto’s.
Volvo 940-lijkwagen camper uit een lange Nilsson-lijn
De vormtaal die later bij veel verlengde Volvo’s herkenbaar werd, ontstond ruim vóór de hoekige 900-serie. In de jaren zestig kreeg Nilsson van Volvo de opdracht om Amazons tot bestelauto’s om te bouwen. Daarnaast verschenen lijkwagens en ambulances op Amazon-basis, vaak met een lange wielbasis, grote zijruiten en een brede B-stijl. Ook het prototype van de Volvo 145 Express kwam van Nilsson. Dat model ging als modeljaar 1970 bij Volvo in productie, met een niet-verhoogd dak boven de voorstoelen en een verchroomd kofferrek op het dak.
Daarna volgden varianten op basis van de 140-, 240-, 700- en 900-serie. Nilsson bouwde lijkwagens, ambulances en limousines, afhankelijk van de toepassing praktisch of juist bestuurlijk van aard. De Volvo 264 TE werd eerst door Bertone gebouwd en vanaf 1980 door Nilsson, met 70 centimeter extra lengte en twee klapstoeltjes tussen voorstoelen en achterbank. De Landaulette had dezelfde buitenmaten, maar kreeg een open dak en anders geplaatste achterportieren. Zulke details laten zien hoe specifiek het werk was.
Voor deze camper is vooral de stap naar de 700- en 900-serie van belang. Nilsson leverde vanaf 1985 de eerste 740-lijkwagens en bouwde later ook lijkwagens op basis van de 900-serie. De 940 was in wezen een grondig gefacelifte 740, terwijl de 960 met zijn zescilinder lijnmotor duidelijker afstand nam van de eerdere 760 met PRV-motor. Bij latere lijkwagens kwamen vanaf 1990 ook zescilindermotoren voor. Veel uitvoeringen hadden naast de gewone voorportieren een halfhoog achterportier aan de bijrijderskant; andere kregen volwaardige achterportieren en zelfs klapstoeltjes naast de kist.
Van laadruimte naar slaapplaats
Nilsson bouwde geen campers, maar de maatvoering van een Volvo-lijkwagen biedt aanknopingspunten. De laadvloer is even lang als die van een Volkswagen California, en bij een 740 of 940 kan het bed zelfs een fractie breder worden dan in een 240-lijkwagen. Voor de ombouw moet eerst het tussenschot tussen cabine en laadruimte verdwijnen. In dit exemplaar zat dat met een paar forse parkers vast. Ook het metalen frame voor het uitschuifframe van de kist werd verwijderd.
Daarmee ontstaat nog geen vlakke vloer. Achteras, cardanas en brandstoftank nemen ruimte in, waardoor een plaat betonplex of vergelijkbaar materiaal nodig is als bruikbare basis. Daarop komen de matras en de koelkast. In deze Volvo zitten twee opklapstoelen onder de matras, boven de cabine is plaats voor een groot bagagevak en naast de matras past aan de bestuurderskant een vak voor twee kampeerstoelen en een tafel. Een zonnepaneel levert stroom, een dakluik zorgt voor frisse lucht en de koelkast staat helemaal achteraan bij de grote laadklep. Die klep kan van buiten én van binnen open.
Na het strippen is het gewicht van deze 940-lijkwagen nagenoeg gelijk aan dat van een Volvo 940 Estate. De vergelijking is interessant omdat de Estate een LPT-motor heeft en de lijkwagen een HPT-motor; beide zijn gekoppeld aan een viertrapsautomaat. Het vermogensverschil bedraagt 30 pk. De langere wielbasis vraagt bij krap parkeren wat meer aandacht, maar helpt juist weer bij verkeersdrempels.
Het blijft nadrukkelijk een mooiweercamper. Er is een bed, er is een koelkast en er is ruimte voor een kooktoestel, kleding en stoelen, maar de basis blijft een omgebouwde lijkwagen met een eigen gebruiksaanwijzing. Juist die nuchtere herbestemming maakt hem interessant: Nilsson bouwde de Volvo voor een heel andere taak, waarna dezelfde lengte en degelijkheid een tweede leven mogelijk maken.
De volledige versie staat in Auto Motor Klassiek 5-2026, nu nog in de kiosk.
Hieronder staan nog meer foto’s.

Dat stukje over die PV 445 met chassis verklaart wel waarom Nilsson daar toen meer mee kon. Zelfdragend is leuk voor Volvo, minder leuk voor de zaag en lasapparaat.
Hoe zit dat met keuring en inrichting als camper bij zo’n voormalige lijkwagen? Bed erin is één ding, maar gordels, gewicht en papierwerk kunnen nog best gezeik geven volgens mij.
Ik heb jaren een 940 gereden, gewone estate dan. Als de techniek hetzelfde rustig doorpruttelt, snap ik zo’n ombouw wel. Alleen parkeren op een Frans dorpspleintje wordt geen feest.
Die verlengde carrosserie zou ik wel goed nalopen bij de naden en dorpels. Niet omdat Volvo slecht is, maar zulke ombouwen hebben vaak plekken waar vocht lekker z’n gang kon gaan.
Lang, laag en hoekig. Eigenlijk precies wat een camper nodig heeft.
Een comfortabele en stijlvolle doodskist als slaapgelegenheid zou het plaatje compleet maken.
… een tweede leven mogelijk maken.
En dat voor een lijkwagen. 😀