Artikelen

Het verhaal achter de double chevron, het logo van Citroën

By  | 

In de verse Auto Motor Klassiek uitgave 6-2016 staat een interessant verhaal opgenomen met wetenswaardigheden over logo’s van autofabrikanten. Ook de legendarische double chevron van Citroën wordt kort beschreven. In dit artikel leest u nog meer over de ontstaansgeschiedenis én de ontwikkeling ervan. Het idee ontstond toen oprichter André Citroën op bijzondere wijze geïnspireerd raakte in Polen. Het was het begin van een omvangrijke “double chevron” geschiedenis.

Double chevrons
Tijdens een familiebezoek in het Poolse Łódź kreeg een jonge André Citroën een romance met een vrouw genaamd Olga Doussavitcha. Zij nodigde André uit voor een bezoek aan haar oom, een uitvinder. Op de grond van deze uitvinder vond Citroën twee houten tandwielen, waarvan de tanden in een V-vorm stonden. In 1900 kocht Citroën het alleenrecht voor een productiemethode die tandwielen met een V-vormige vertanding produceert. André zag namelijk tijdens zijn vondst in Polen de voordelen van deze tandwielen, die sterker zijn, stiller werken en kleiner kunnen zijn. Hij geloofde dusdanig in deze pijlvormige keper vertanding, dat hij er zijn merklogo van maakte.

 
Geëvolueerd, maar altijd herkenbaar: de Double Chevron, het logo van Citroën. Afbeelding: Citroën

Geëvolueerd, maar altijd herkenbaar: de Double Chevron, het logo van Citroën. Afbeelding: Citroën

Zwaan in het logo
De hoofdkleuren van het logo zijn tot in de jaren ’80 geel en blauw. In de jaren ‘20 voerde Citroën naast de ‘double chevrons’, ook nog tijdelijk een zwaan in het logo. Dit dier werd gebruikt als teken van luxe en comfort. Daarna werden de chevrons wit, geplaatst op een rood vierkant wat meer dynamiek creëerde. Dit rode vierkant verdween in 2009.

Logo in de grille
Sinds 1919 werden alle Citroëns voorzien van een medium pijlenlogo, maar het was de Italiaanse automobielontwerper Flaminio Bertoni die daar verandering in bracht. De double chevrons werden over de gehele grille gebruikt, zoals te zien op bijvoorbeeld de Traction Avant. Volgens Bertoni was het logo de beste manier om de merkidentiteit vol trots uit te dragen.


Bescheiden logo
Toch leek de visie van Bertoni te schommelen. Het beeldmerk verdween meer naar de achtergrond, zoals te zien bij de Citroën Ami in 1961, maar ook op de Citroën GS en Citroën CX. Op de Citroën 2CV (‘de eend’) was het logo echter weer wat groter. Om vervolgens op de Citroën ZX en de Citroën amper aanwezig te zijn. Pas in 1998 was de bescheidenheid volledig voorbij. De Citroën Xsara Picasso werd geïntroduceerd met een groter en dikker logo, voorzien van een laag chroom.

Het huidige logo
In 2009, toen Citroën haar 90-jarig jubileum vierde, werd met een compleet nieuwe merkidentiteit het huidige logo uit de doeken gedaan. Vetter, driedimensionaal en voorzien van afgeronde hoeken. Onder designers bekend als de “dubbele hondenneus”. Het eerste model dat dit logo droeg was de Citroën C3. Tot op de dag van vandaag wordt de voorzijde van diverse Citroën modellen er mee uitgerust. En nog steeds doen de historische woorden van Flaminio Bertoni nog altijd opgeld. Tot op de dag van vandaag wordt de merkidentiteit dankzij de double chevronop een herkenbare en trotse wijze uitgedragen.

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *