Column

Vakantie herinneringen: Hotel du Liverpool

By  | 

Even naar Calais en dan over naar Dover?

Dat is twee keer geen afstand. Daarvoor hoef je dus ook niet voor de lunch weg. Het regende als een gek, maar met moderne motorkleding maakt dat niet uit. En onze in prima staat zijnde klassiekers  zijn waterdicht. De tijden dat alle elektriek al uitviel wanneer er een keer nat over gehoest werd is voorbij. Vanmiddag naar Calais. Moest kunnen! De rit duurde langer dan gepland. Een lekke band. Wat oponthoud omdat een autodebilist bij een tankstation een van onze tweewielers raakte. De klok liep maar door. Het bleef maar regenen.

We kwamen best laat aan in Calais

In elk hotel of kamerverhuurdingest struikelden de baliekluivers over hun woorden terwijl ze ons verzekerden dat ze vol, absoluut volgeboekt zaten. Echt! Naast ons kreeg een droog koppel automobilisten schaamteloos de sleutel van hun kamer. Wat moedeloos sjokten we weg. Totdat we tegen de wat wankele gevel van Hotel du Liverpool aan liepen. Bij onze binnenkomst schrok de dame achter de balie wakker. Zestigplus. Een ontploft grijs kapsel en een bril met heel dikke glazen die met veel plakband aan elkaar hing en scheef op haar hoofd stond. Ze leek geschrokken en wankelde wat. Het was enorm warm in het halletje. “Mais vous êtes des motards! Vous êtes tellement humides!”

En of we verschrikkelijk nat waren tijdens de vakantie! Tegen de schrik nam ze een paar stevige slokken uit haar glas wijn en schonk zichzelf snel bij. Uitdroging is een verschrikkelijke dood. Ze ging onmiddellijk kijken of ze een kamer, of kamers voor ons vrij had. Vanuit waar we stonden zagen we dat ze het gastenboek ondersteboven hield. In de vlekkerige spiegel achter haar zagen we dat ze ernstig bladerde door lege pagina’s. En raad eens wat?

Er was ruimte voor ons

De kamers waren net zo heet gestookt als het halletje. We hingen onze natte plunje in een andere lege kamer, douchten, deden droge spullen aan en we gingen onze brommers maar eens ophalen en wat eten. Onze landlady lag met haar hoofd op haar bureau te snurken met een leeg glas en een lege fles naast haar rechterhand. Terug bij ons hotel bleken we niet meer naar binnen te kunnen. Lichten uit, deuren in elk geval op een slot waar onze sleutel niet op paste. We waren niet in de mood om de gevelartiest uit te hangen op vakantie. Aan het binnenpleintje waar we onze motoren hadden gestald, stond een soort schuurtje.

Er lagen wat dekkleden en zo in

We vonden het wel mooi geweest. We maakten onze eigen bedjes en vielen tevreden in slaap met de zekerheid dat onze spullen de volgende dag droog zouden zijn. Die volgende dag begon met zon. We gingen Calais in om te ontbijten. We liepen een rondje en kwamen weer bij Hotel du Liverpool aan. Daar nipte de hoteleigenaresse net voorzichtig aan een glas rode wijn. Ze begroette ons enthousiast en vrolijk: “Alors mes amis! Est ce que vous avez bien dormi?” In alle onschuld. Of we lekker geslapen hadden. Zoveel warm menselijke interesse. Hotel du Liverpool. Een echte aanrader!

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X