Historie

Triumph. Het zit hem in de naam

By  | 

Triumph. Het zit hem in de naam.

In 1883 vestigde de Duitse zakenman Siegfried Bettmann zich in Engeland. Hij begon daar naaimachines te verkopen, maar richtte zich al snel op het nieuwste product dat het land aan het veroveren was: de fiets. Bettmann, die al snel wordt geassisteerd door de ook al Duitse ingenieur Mauritz Schulte, gaf zijn fietsen een naam die internationaal bruikbaar en duidelijk was: Triumph. Vandaar ook de link met het Duitse TWN: Triumph Werke Nürnberg.

Het ging goed met Triumph. Het bedrijf overleefde twee wereldoorlogen en leverde door de betrouwbaarheid van zijn producten een bijdrage in de overwinning in die oorlogen.

De topjaren van Triumph

Met circa 50.000 geproduceerde motorfietsen per jaar, waarvan een groot deel naar Amerika werd geëxporteerd, bereikte Triumph in de late jaren ’60 zijn hoogtepunt. Door een combinatie van slecht management en de (mede daar door) snelle opkomst van Japanse concurrenten zat het bedrijf enkele jaren later bijna compleet aan de grond.

Dit leidde in 1973 tot de opname van Triumph in een nieuw, door de overheid gesubsidieerd bedrijf: Norton-Villiers-Triumph. Deze actie kon niet verhinderen dat de Triumph-fabriek in Meriden in 1983 definitief zijn deuren moet sluiten.

De Wedergeboorte

Zonder John Bloor zou hiermee de geschiedenis van Triumph zijn geëindigd. Deze vastgoedmiljonair kocht de naam en rechten op, liet een nieuwe, moderne fabriek bouwen in het plaatsje Hinckley, en zet een groep ontwerpers aan het werk om het merk nieuw leven in te blazen. Hij liet zich daarbij niet door emoties, Britse ambachtelijkheid en geschiedenis inspireren. En motorrijden zelf deed hij ook al nauwelijks vanwege een heupprobleem. Hij zag wel het potentiële verdienmodel in het marketen van het historische merk. Hij deed hetzelfde wat Honda in zijn begindagen deed: Hij ging kijken hoe de succesvolle concurrentie zijn kunstje deed. En waar Soïchiro Honda naar Europa kwam om de kunst af te kijken. Daar liet Bloor zich bij Kawasaki inspireren. Dit resulteerde in 1990 in de lancering van zes nieuwe Triumph-motorfietsen.

Net Kawa’s!

En die leken volgens criticasters wel heel erg op ’de Kawa’s van het jaar daar voor’. Maar ze bleven heel en de media en markt pakten de wedergeboorte goed op. Bingo!  In de loop van de jaren ‘90 worden nog meer modellen geïntroduceerd, waaronder de populaire Speed Triple. En naar gelang het merk zich weer vestigde trok zakenman Bloor weet de rente van zijn oude historische kapitaal: De staande tweecilinders. De Bonnevilles kwamen terug. Nostalgisch ogend. Groter en zwaarder dan vroeger, betrouwbaar. En tegenwoordig gemaakt in Thailand. Dat laatste heeft de fabriek eerst wat onder de horizon trachten te houden. Maar ach: BMW’s en Harleys komen tegenwoordig ook deels uit China en andere lage lonen landen. En wie herinnert zich nog de stickertjes op aftermarketspullen uit de tachtiger jaren: “Made in Taiwan under British/American supervision”. Hoe was die whiskeyreclame ook weer “Nothing has really changed”

De Rocket III

En de Rocket III? Dat was de eerste in serie geproduceerde motorfiets met een cilinderinhoud van meer dan twee liter. En wat je daar ook van vindt: Dat wordt een geheide klassieker! Een status die de nieuwe Bonnies niet snel zullen bereiken.

 

 

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X