in

Toyota en haar wedstrijdgeschiedenis. Een fascinerende reportagedag in België

©Bart Spijker

De wekker gaat vroeg. Het is kwart over vijf en direct spring ik het bed uit. De jongensachtige opgetogenheid en koffie maken dat morgenstond goud in de mond heeft. Belgisch goud, want Toyota-adept Ron Moës benaderde zijn Vlaamse contacten en regelde een juweel van een reportage. In Dendermonde, België, gaan we terug naar de vroege jaren uit de rallyhistorie van Toyota. Benny Heuvinck, Tony de Wolf, Claude Holvoet en Ron gidsen ons door die mooie geschiedenis. En zij missen daarbij geen enkele afslag. 

De afstand Leeuwarden- Wolvega is een peulenschilletje. Bij Van der Valk stap ik bij fotograaf Bart Spijker in de Qashqai. De eerste tussenstop is het parkeerterrein bij de Burger King aan de A27 bij Houten, daar staat Ron Moës met zijn imposante Hi-Lux klaar. Even elkaar zien, dat gebeurde nog niet eerder, de contacten verliepen vooral digitaal. We rijden van daaruit naar Dendermonde.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Na een paar uurtjes zijn we er, en de Vlaamse Toyota-rotten ontvangen ons bij Toyota-dealer Holvoet. Benny en Tony hebben hun geweldige en 200% kloppende Corolla rally replica’s meegenomen. Benny’s TE-27 Levin replica is wonderschoon, de van scratch af opgebouwde Corolla Wide Body van Tony met een 3SG-E motor en 204 PK is dat ook. Ze schitteren in het zonlicht en benemen adem. Dat geldt ook voor de collectie in het gebouw van Holvoet. Terug naar het Toyota verleden smaakt zoet, hier staan Japanse koningen uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. De fenomenale RT55 1600 GT en diens opvolger vertellen hoe sportiviteit er vroeger bij Toyota uitzag, ook meerdere Celica’s in racetrim doen dat. Smullen.

Historische Twin-Cam blokken ontvouwen zich. “Sommige zaken zie je maar één keer in je leven”, zegt Ron als wij stilstaan bij een 4T-GTE blok in opbouw. Slechts een handvol werd gebouwd voor homologatie. Ook de uit Amerika geïmporteerde RA29 is iets aparts. Dat is de 2190 cc Celica Liftback versie. Die bouwde Toyota exclusief  voor de VS en Canada en de 2.2 liter 20R motor kreeg. Ondertussen fluistert Benny Heuvinck mij in dat ik Claude ook nog wel het één en ander heeft te vertellen. En dat is heel wat, zeker in het perspectief van nu is Claude een grote Toyota mijnheer, die overigens heel bescheiden een Yaris D-4D rijdt.

Tijd voor het interview, in Japanse colonne rijden wij naar ’t Ateljeeken, vlak bij de Schelde. Dit is op zijn Vlaams, een terras in de heerlijke nazomerlucht ademt bourgondische sferen en wij doen mee. Op het dijkje bij de gemoedelijke horeca uitspanning waken de twee van Benny en Tony en de Toyota’s verhullen geen moment hun aspiraties. Eigenwijs, krachtig gebouwd, charismatisch. Alsof ze staan te popelen om de volgende historische WRC rally te verorberen.

Een uurtje lunchen is in België schier onmogelijk, want te kort. Hier tafelen wij lang met uitsmijter, koffie, spaghetti, Leffe en andere versnaperingen. En met Toyota mannen, die een karrenvracht aan kennis delen. Het is slechts een minuscuul topje van de ijsberg. Het tafereel ontrolt zich prettig op de plek, waar het mooie gezelschap de belangrijke Belgische wortels van Toyota’s rallysage bloot legt.

Ove Andersson komt vaak voorbij, een grote. Hij reed zelf en was later decennia lang de man achter de successen. En de weg er naar toe. Wij horen de lach uit het verleden. Want er zijn veel anekdotes. Verhalen over de periode vóór- en van Andersson Motorsport, gevolgd door de TTE historie. Nee, ik vertel nu niets, behalve dat België een felrode draad daarin was. Binnen afzienbare tijd verklappen wij in het magazine alles.

Déze reportage past in het persoonlijke rijtje kroonjuwelen. Dankzij de Toyota’s uit de tijd dat zij nog niet zo lang in Europa waren. En zéker ook dankzij de aimabele gastheren aan tafel. Ik heb getwijfeld over België. Omdat iedereen daar lacht. Henk en Henk fluisteren het mij onzichtbaar in.Ik voel mij thuis in Vlaanderen. In een mix van zachte taal en nuchter Utrechts blijven de verhalen maar komen, enthousiast maar bescheiden. Bescheidenheid, die iedere Toyota fan van zich af moet werpen. Want Toyota heeft een heritage om u tegen te zeggen. En het is tijd dat die niet alleen wordt herkend, maar ook wordt erkend. Wij zijn het er aan tafel roerend over eens.

Het is tijd voor de foto’s, ik rij na shoot één van Bart met Benny Heuvinck mee in zijn Corolla, de exacte kopie van de TE-27 Levin waarmee Ove Andersson en Arne Hertz de RAC rally van 1974  reden. Slechts één keer reed de Corolla in deze uitmonstering een rally. Toyota rallygoeroe Benny Heuvinck bouwde hem na, tot in de puntjes. Ik zit nu onder het dak waar Andersson zijn handtekening op zette. De gordels zijn niet nodig, want Benny’s meesterlijke rij capaciteiten en de rappe vermogensontplooiing van de krachtige 1.8 motor in deze letterlijk unieke Toyota drukken ons klem in de kuipjes.

175 paarden werken zich een slag in de rondte, het arbeidsethos deugt. En alle techniek feest hoorbaar mee. Dit is echt rallyspecificatiewerk. Korte klappen, rap op snelheid komen, hoge stijfheid en ongefilterd motorgeluid zorgen voor zindering. En die komt later- op een kasseien weggetje bij Dendermonde- nóg een keer naar boven. Boem. Boem. Tony de Wolf en Benny Heuvinck denderen met hun prachtige Corolla’s over de kasseien, een gaaf gezicht. De foto’s van Bart, ze zijn top, de dag was het ook. Indrukken vinden langzaam hun weg, Bart en ik vinden in alle rust de weg naar het Noorden van Nederland weer terug. Beklijven kan mooi zijn, heel mooi.

Toyota pakt een dag na de fantastische reportage in Vlaanderen Le Mans én de WRC rally van Turkije. Fascinerend, dat ik een dag eerder heel dichtbij de ontstaansgeschiedenis van deze suprematie mocht zijn. En indrukken gaf, die er voor zorgen dat ik lang klaarwakker blijf. 23 uur nadat de wekker in Leeuwarden ging zoek ik eindelijk het bed op. Zo’n dag was het. Wordt vervolgd. En hoe!

Met veel dank aan Ron Moës, Benny Heuvinck, Tony de Wolf, Claude Holvoet en Bart Spijker

6 Reacties

Geef een reactie
  1. telkens ik bij garage Holvoet kom ,ben ik nieuwsgierig welke oldtimers Dominique terug een nieuw leven geeft.Mooie reportage met deze supermannen!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *