in

Rudolf Steiner en the Art of Motorcycle Maintanance

Rudolf Joseph Lorenz Steiner (Donji Kraljevec, 25 februari 1861[1] – Dornach, 30 maart 1925) was een Oostenrijkse esotericus, schrijver, architect, filosoof en had een geheel eigen zienswijze op pedagogie. Hij is bekend geworden als grondlegger van de antroposofie en haar praktische toepassingen, zoals de Freie Waldorfschule, de antroposofische geneeswijze, de heilpedagogie, de sociale driegeleding en de biologisch-dynamische landbouw. Ook heeft hij hulp en advies geboden bij de oprichting van het kerkgenootschap De Christengemeenschap. Ik denk dat hij een beetje eng was.

Zijn gedachtegoed wordt uitgedragen in Vrije Scholen

Steiners pedagogie streeft ernaar de intellectuele, artistieke en praktische vaardigheden van leerlingen op een geïntegreerde en holistische manier te ontwikkelen. Het ontwikkelen van de verbeeldingskracht en creativiteit van de leerlingen staat centraal. En dat is dan een systeem waarvan een standaard schoolhoofd eens zei: “Dat moet je je kind niet aan willen doen”. Mij lijkt het nogal vaag. Maar ik ben dan ook een cynische ouwe zak.

Ik ben van huis uit werktuigbouwkundige en spiritueel gedachtegoed is niet helemaal mijn ding

Maar natuurlijk heb ik als man 1.0 ook mijn zachte kant. Die gebruik ik om op te zitten. Uit oppervlakkig veldwerk is me gebleken dat volgelingen van dat systeem redelijk alternatief denken, nogal eens vegetarisch zijn en dat ze blijkbaar een milde voorliefde voor oudere Volvo’s hebben. Dat laatste snap ik dan weer wel.

Meer over praktijk, sleutelen en techniek. 

Ik ken meer mensen dan dat ik euro’s heb

En zo kwam ik in contact met een bezorgd ouderpaar van een vrije school leerling. En dat jongetje was wars van verbeeldingskracht en creativiteit. Door een evolutionaire terugslag was hij bijna obsessief bezig met oude techniek. Hij was gek op oude motoren. Zijn ouders waren daar oprecht bezorgd over. En wilden graag eens praten met iemand die met dezelfde insteek in elk geval al vijftig jaar verder was gekomen. Uit hun eigen kring kenden ze dat soort mensen niet.

Mij leek het juist dat je als oudere heel gelukkig mocht zijn wanneer je kind een andere passie dan zijn telefoon heeft

Het was een prettig gesprek op basis van goede wil en wederzijds onbegrip. Er werd afgesproken dat het jongetje een keer langs mocht komen als ik aan het sleutelen was. En zo werd er een poosje later een 10-jarige met glanzende ogen afgeleverd. Natuurlijk had ik van zijn ouders gehoord en aangenomen dat het kind hoogbegaafd was. Dat schijnt te heersen in die kringen. Maar buiten een bijna hinderlijke pienterheid bleek daar weinig van. Hij wist heel veel zinnigs te melden, maar had nog nooit de mogelijkheid gehad om zijn passie een keer aan de praktijk te toetsen. In die praktijk meldde hij direct dat mijn garage een rommeltje was en dat er zo natuurlijk nooit goed gewerkt kon worden. “Nou, dan ruim je de zaak eerst maar eens op. Ik ga een kop koffie doen.” Toen ik terug was in de garage was de werkbank schoon en was de vloer geveegd. Het gereedschap op de heftafel lag keurig gerangschikt. Het jong keek tevreden en blij.

We gingen ons wat bezighouden met de motor die op de heftafel stond

De warboel aan Italiaanse bedrading ervoer hij ook als hinderlijk. Ik gaf hem de bak met AMP stekkertjes, de AMP tang en tie-wraps. “Hoe zou jij dat dan doen? “

Hij ging heel systematisch aan het werk en fatsoeneerde de bedrading op een manier waar ik nooit de moeite voor had genomen. Veel te vroeg naar zijn zin werd hij door zijn moeder opgehaald. De moeder was oprecht verheugd over hoe blij haar zoontje was. “Het is precies zo leuk als dat ik dacht” concludeerde de kleine hoogbegaafde rustig en tevreden.

Meer columns via deze link

Intussen staat er in Zutphen – waar Vrije Scholerij blijkbaar hoogtij viert – een oude Puch Maxi plus wat overbodig gereedschap uit mijn voorraden in de schuur. Daar wordt binnenkort een spreekbeurt of wat dan ook over gehouden op een Vrije School. De ouders van het kind zijn intussen niet meer bezorgd. Ze hebben gezien dat motorrijders en techniek niet zo verwerpelijk zijn als dat ze dachten.  En junior heeft al gemeld dat hij als de Puch Maxi klaar is een Kreidler wil hebben en dat er daarna een Benelli viercilinder moet komen. Het komt vast wel goed met dat jong.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

2 Reacties

Geef een reactie
  1. Prachtig opvoedkundig verantwoord verhaal maar onderbelicht blijft dat Robert Pirsig de geestelijke vader is van Zen and the Art of Motormaintenance. En niet Rudolf Steiner!
    Overigens zegt Pirsig in zijn voorwoord dat het betreffende boek niet zo heel veel met Zen te maken heeft en..eerlijk gezegd eigenlijk ook niet met motoronderhoud..
    En dat maakt het boek nou juist geniaal!

  2. Ik zeg uitstekend opgelost Dolf.
    Hier in den lande noemen we dat ook wel ‘ontwikkelingswerk’.
    West Friesland wordt vanuit de randstad als minimaal even achterlijk beschouwd als Twente en omliggende gebieden, dus ik begrijp de insteek van jou wel.
    Gaat zo door, ik deed wel hetzelfde met kindertjes die aan oude radio’s wilden knutselen en moeders die dat eng en gevaarlijk vonden..
    Na wat uitleg en aanbevolen veiligheidshulpmiddelen, (driehonderd Volt DC kan hinderlijk au doen) was er weer een kind gelukkig…

    Groetjes van madame électricienne…..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *