Artikelen

Rostock by night

By  | 

Ik zat op een terras in Rostock. Rostock ligt op een KMZ K750 op vier dagen rijden van Gelderland. Er kwam een ouwe, gestripte Goldwing over het plein daveren. Het ding maakte een U-bocht. Stopte. De berijder schopte de jiffy uit en kwam naar me toe. Hij was groot, anabool breed en dubbel getatoeëerd.

Een buiker in plaats van een biker. Met een Totenkopf beringde hand gebaarde hij naar mijn Russissche zijklepcombinatie . “Mensch, was machst du hier mit so ein blödes Ding?!” Dat moest dus uitgelegd worden. “Setze dich und nimm ein Bier.” Mijn tafelgenoot die er uit zag als een geslaagde Disney Neo Nazi met veel Nationaal Socialistische opdruk stelde zich voor: “Großer Dirk”.

 

Maar zijn bikerclub naam was Adelwolf. Ik heet Dolf. “AH,… Adolf? “. “Jawel, maar dan wel via de Indische kant.” En de betreffende opa Dolf was zoekgeraakt toen het koopvaardijschip waarop hij voer door een Japanse onderzeeër getorpedeerd werd.  “Ach so. Dass war ja alles damals. Scheisse war dass.“

Adelwolf bleek voorzitter van de lokale bikergang. Lui tot een jaar of dertig. Redelijk tot goed opgeleid. Werkeloos. Kansloos. Want voormalige Oostduitsers werden immers gediscrimineerd. “Scheisse!”


We namen nog een pot bier. Het dienstertje behandelde me met nieuw ontzag. Ik was blijkbaar in goed gezelschap. Dikke Dirk moest weer verder. Hij zei dat, als ik om een uur of acht weer hier zou zijn, mee zou mogen naar de clubavond. Om 20.01 uur daverden er vier motoren het plein op. Ze blijven precies, die Duitsers. Er werden handen geschud. Namen uitgewisseld.

In colonne verdwenen we naar het buitengebied. Duitsers zijn gek op colonnes. Er stond een verlaten loods die door de club geadopteerd was. We waren niet de eersten. Want er stond al een krap dozijn oudere, zware Japanse fietsen op het hof.

Adelwolf werd respectvol verwelkomd. Ik, als genodigde werd vriendelijk ontvangen. De krat bier die ik uit het span haalde werd met gespeelde verontwaardiging aan genomen. “Wenn wir einer einladen, braucht der nichts mit zu nemen!” Maar toch: “Skol!”

Ze zagen er dan in burgermans ogen wat eng uit. Maar het waren aardige mensen. Met hun maatschappelijke beperkingen maakten ze er wat van. Er was een dikke twintig man. Er waren een paar biker girls.

Er was bier, bratwurst. Op het vuur werden er aardappels in de schil gepoft. Later bleek de schuur in gericht te zijn als bar, werkplaats, motorsloop en voorraadschuur.

Een hefbrug. Veel gereedschap. Tussen de slopers stonden een paar recentere motoren met buitenlandse platen. Er stonden wat dozen met literflessen wodka. Zo’n honderd dozen. Achter de bar slingerde een shotgun. Op het perceel achter de loods groeide hennep. Bijverdiensten en beveiliging waarschijnlijk.

Het werd steeds later. Het bleef gemoedelijk. Er werd stevig geblowed. Ze reden rondjes met mijn Ural. Op een gegeven moment werd me gevraagd of ik een slaapplaats voor de rest van de nacht had. Nee dus. Ik mocht slapen in de ‘Gäste Zimmer’.

En die bleek geventileerd, schoon opgemaakt met vers beddengoed. In Duitsland hebben biker gangs nog hun normen en waarden.

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Bo

    7 januari, 2019 at 09:28

    Ik was begin jaren ‘90 met mijn vrienden een paar keer bij schoonfamilie in Bautzen en Bisschofswerda.
    Je kwam terecht in een totaal andere wereld.

    De Oostduitsers waren ook een keer op bezoek in Nederland. Ik kan me herinneren dat ze zich in de supermarkt verbaasden over onze westerse weelde. Met open mond constateerden ze dat wij konden kiezen uit wel 30 soorten kattenvoer.

    Even kwamen een paar mooie herinneringen terug aan Tante Siggi und Onkel Horst waarvoor dank.

  2. Jinny

    6 januari, 2019 at 12:29

    Heerlijk….

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *