in ,

Renault 4. Herinneringen aan de jarige Franse evergreen

Dit jaar blaast de Renault 4 zestig kaarsjes uit. Natuurlijk is er alle reden om daar bij stil te staan. Renault bouwde de opvolger van de 4CV bijna 33 jaar. Zonder al te ingrijpende aanpassingen en in diverse uitvoeringen. Meer dan acht miljoen exemplaren verlieten de fabriekspoorten. Daarmee kwam hij in de top-10 van meest gebouwde auto’s uit de geschiedenis.


De Renault 4. Ooit noemde een Zweedse journalist hem de belangrijkste auto van de jaren zestig. Met voorwielaandrijving, twee cilinders meer dan de 2CV, de vijfde deur, twee naast elkaar liggende torsiestaven achter en een herkenbaar en praktisch ontwerp betrad de Renault nieuwe wegen binnen de kleine klasse. De Fransen hadden ook nog de Spartaanse Renault 3 op het programma, maar deze ruimde snel het veld. De Renault 4 werd wél een blijvertje.

Plastic modelletje van NOREV

Ik koester fijne herinneringen aan de Renault 4. Als jochie sprak hij mij al aan. Ik weet nog goed dat ik een plastic modelletje van mijn ouders kreeg. Dat was de 1:43 versie van NOREV. De speelgoed R4 fascineerde mij. Hij kwam dicht in de buurt van de échte R4. Het achterklepje kon open, en de rugleuning van het achterbankje kon naar beneden. Dat maakte de miniatuur Renault levensecht en vaak bespeeld. Binnen een half jaar was het gedaan met het wagentje, maar Sinterklaas zorgde voor een vervanger. Ik kan zo de geur van het modelletje oproepen, en ook het speciale gevoel dat ik erbij had.

Wegenwachtversie van Bburago

Dat gevoel voor levensechtheid kwam in 1979 opnieuw naar boven. Wij vierden Sinterklaas bij oma de Mooij in Haarlem. Ik geloofde niet meer in de goedheiligman, maar ik had hem wel gevraagd of hij de Wegenwacht Renault 4 van Bburago in de pakjesmand wilde stoppen. En dat gebeurde. Ik was nog kind, mijn blijdschap was dito. Ook deze speelgoedauto was levensecht, met onder meer heuse pionnen en een waarschuwingsbord. Ik had hem jarenlang, uiteindelijk eindigde hij als sloper in een oude schooltas. Zonde, zonde.

Uit de Nederlandse jaarboeken

Wat ik ook zonde vond was het gegeven dat de Nederlandse importeur de Renault 4 voor 1987 van het programma haalde. De Renault 4 had op dat moment al een aantal gedaantewisselingen achter de rug. Gewijzigde grilletjes, het vervallen van de schuifklep onder de voorruit, de komst van de GTL, de Safari: het staat mij allemaal nog bij. Ik volgde de Renault 4 met zijn afwijkende wielbasis links en rechts altijd, en het speet mij oprecht dat de sympathieke Fransman vanaf 1987 niet meer in de Nederlandse autojaarboeken stond. Toch bleef ik fan.

Bijna gekocht

Dat bleek bijvoorbeeld toen ik eind 2016 een reportage maakte met de in prima staat verkerende Renault 4 die door Egbert Spinder van Nosstalgia werd aangeboden. Ik kwam een beetje thuis in het wagentje, dat een lach op mijn gezicht toverde. Een aantal jaren eerder was ik ook in de ban van een R4. Deze stond in Vlaardingen, garage de l’Est bood het exemplaar uit een laat bouwjaar aan. Ik dacht erover om deze Renault de mijne te maken. De voortekenen waren goed, en alsof het zo moest zijn kwam ik toen op Terschelling in contact met een R4 clublid. Niet veel later kruiste echter een VW 1303 mijn pad, dat was liefde op het eerste gezicht. Ik koos na wikken en wegen voor de Volkswagen, en daar was ik jarenlang heel blij mee. Maar ik dacht toch nog vaak aan de Renault-die-ik-niet-kocht. Met een beetje pijn in het hart.

De Renault 4 in de huis aan huis krant

Het was niet de eerste keer dat ik een Viertje liet schieten. Járen eerder, in 1992, viste ik een huis aan huiskrantje in Leeuwarden uit de brievenbus van mijn studentenflat. Ik spelde dat krantje altijd uit, vooral vanwege de particulier aangeboden auto’s in de Friese hoofdstad. Die zaten vaak in een prijscategorie die voor een student-met-bijbaan behapbaar waren. Zo stuitte ik ook op een R4 uit 1980, met nog vijf maanden APK. Hij stond voor tweehonderdvijftig gulden te koop, dus ik waagde er eens een belletje aan. Vervolgens maakte ik een afspraak om de volgende dag met de Renault te rijden.

“Fred Flintstone, aangenaam”

De voordeur ging open, de eigenaar stelde zich voor. “Fred Flintstone, aangenaam”. Toen wist ik al genoeg. De grap van de verkoper bevestigde de matige staat waarin ik het Viertje al had aangetroffen. “Neem hem maar een paar dagen mee”. Ik maakte veel kilometers met het Viertje. Het motortje was prima, maar om rem druk te ontwikkelen moest ik structureel pompen. De schuifraampjes klapperden, en de stoeltjes zakten door. De door moeder natuur beschikbaar gestelde ventilatiemogelijkheden in de bodem deden hun werk prima, want het tochtte behoorlijk in de Renault. Vijf maanden APK, hoe in de wereld was dat mogelijk.

“Toch nog iets verdiend”

Ik kocht de R4 niet, maar vergat hem nooit. Het wagentje was knus, het tweedaagse plezier enorm.  De eenvoud was een openbaring, de paraplu pook charmant, de pedaaltjes stonden gezellig dicht bij elkaar, en het comfort was subliem. Bovendien kwam ik er aardig mee vooruit. En mensen lachten, staken een duimpje omhoog, ik kreeg af en toe een knipper. Maar de ratio gaf in, dat ik deze auto simpelweg niet kon kopen. Met een beetje spijt en een volle tank bracht ik de Renault uiteindelijk terug. De verkoper begreep mijn overwegingen om de Renault niet te kopen wel. Hij lachte en nam afscheid met de legendarische woorden: “Een volle tank? Ha ha, toch nog wat verdiend.”

Een blijvend zwak

De Renault 4. Ik heb er een zwak voor. Want dit was een auto die in al zijn eenvoud praktische charme meedroeg. Het zat hem in de eenvoudige en goede techniek. In de veelzijdigheid. In de ruimte. In het ontwerp dat iedereen zo kan natekenen. En in dat achterbankje, dat alles vertelde over de grote mogelijkheden van een kleine auto, die heel groot werd. Gefeliciteerd, Renault 4!

Written by Erik van Putten

12 Reacties

Geef een reactie
  1. Na een proefrit in een R3 kozen mijn ouders eind 1961 voor een R4. Lichtblauw met ronde verchroomde bumpertjes, met van die aparte wieldoppen. Chroomomlijsting van de kentekenplaat achter. Mijn vader had hierop zijn Eend van 1957 ingeruild en had het gevoel nu met een echte auto te rijden. Ik was apetrots want ik had nu ook een portier om in en uit te stappen, dat was in die Eend bestel met achterbank en zijruiten toch een ander verhaal. Mijn complimenten Erik voor je verhaal, goed zoeken, want ze zijn er vast nog wel. Misschien nog wel een R4 Super!

  2. Mooie terugblik. Ook voor mij de eerste auto (van het geld van pa). Mooie herinneringen. Alleen werkten de ruitenwissers niet naar behoren. Bezoek in Amsterdam bij de Renault garage bleek dat ik een afspraak had moeten maken en kon niet direct geholpen worden. Toen maar in stromende regen naar Limburg gereden en gedacht: ik nooit meer een Renault. Maar ja, nu denk ik er inmiddels anders over. Die garage had kennelijk klanten genoeg. R4 blijft met goede herinneringen.
    groet, ARco.

  3. Mijn enige herinnering aan de R4 is, dat ik (fervent 2cv-rijder) bij een proefrit hard achteruit wegreed, omdat niemand mij verteld had dat de achteruitversnelling op de plek zat van de eerste versnelling bij een Eend…

  4. Leuke auto, ik heb er een paar jaar mee gereden en op kampeervakantie naar Engeland mee geweest. Daar was het een ideaal autootje voor, alles paste er in! Alleen in de regen rijden was een drama met dat ruitenwissermotortje op het vooruit!

  5. Mijn herinnering aan de Renault 4 is bij de eerste series het altijd zwart zijnde LA wiel , omdat de uitlaat bij die typen nog aan de zijkant vlak voor het wiel tevoorschijn kwam .

  6. Ooit van een “vormingsweek” met z’n drieën samen met een leraar van de MLS, in zijn auto mee teruggereden naar school… ’t was zo’n bordeaurode Renault 4 waarvan het toen wemelde op weg. Déze was duudelijk herkenbaar met achterop de toen zo bekende ronde gele sticker “Atoomenergie? Nee Bedankt”. De chauffeur en eigenaar was toen onze leraar “maatschappijleer” en later parlementariër en burgemeester Jacob Reitsma.
    Als je nu terug kijkt en af en toe een viertje op weg tegenkomt, bekruipt je toch het gevoel dat je iets gemist hebt…

  7. Bij het ophalen van onze nieuwe Renault 4 GTL viel bij het dicht doen de deur de verf op de grond! Er zat geen grondverf onder. verder 3 nieuwe Renault 4 gehad.
    Heerlijke comfortabele auto met veel ruimte en erg zuinig!

  8. Mijn allereerste auto, een Renault 4 Safari van 1976. Turquoise van kleur. Kocht hem van een leraar die er een klein ongelukje mee gehad had. Zijn buurman had verstand van auto’s en had de wielbasis opgemeten. Conclusie: toch meer schade dan alleen 1 voorscherm.
    Ik keek het even na in een Autovisie jaarboek. Wielbasis R4 links / rechts 240/245 cm 🤓. Maar ja …ik was pas 16…had geeneens een rijbewijs en die buurman, tja…die had er verstand van!
    Heb er een leuke winst mee gemaakt terwijl mijn klasgenoten ondertussen aardbeien plukten.

  9. Onlangs reageerde ik bij een R4-rijder op facebook “wat staan jouw ruitenwissers hoog, moet dat niet worden afgesteld” waarop ik als reactie kreeg dat dat zo hoorde. Huh?

    Het is me in al die tientallen jaren nooit opgevallen! Maar inderdaad, bij de Renault 4 staan de ruitenwissers in de ruststand al halverwege de voorruit. Zal wel een kwestie van wennen zijn.

    Verder natuurlijk geweldig. Ja, roest, maar als het moet til je het hele koetsje zo van het aparte chassis. Motorisch is er niks mis mee.

    Ikzelf vind de Parisienne nog het mooist.

  10. Mooi verhaal van een geweldige auto.

    Kom op, zet die 1303 op marktplaats en verwen jezelf eindelijk met een nette R4. Zoveel geduld, je hebt het verdiend!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Manx MX1 (1983). Exclusieve Kitcar van Sigfried. 

Klassieke vrachtauto’s: een niche markt