Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Oud en nieuw. Een partnerruil.

Ik heb net over de grens een croissantje bij de bakker gehaald en loop terug naar mijn motor.
Daar staan intussen twee recente tweewielers en een paar motorrijders te bewijzen dat het nogal mee valt met de vergrijzing binnen onze passie.
Die extreem hoge gemiddelde leeftijd van motorrijders komt natuurlijk mede door mijn oudoom Garty. Die heeft zijn motorrijbewijs ooit in de koloniale tijd gehaald. Hij is intussen 87 en rookt nog steeds zonder bril. Maar motorrijden doet hij al geen 50 jaar meer. In de statistieken telt hij echter nog dapper mee.
De ene motorrijder kijkt me met een verbaasd opgetrokken wenkbrauw aan. “Is dat een klassieker of is hij gewoon oud?” Hij is gewoon oud. Maar hij doet het nog braaf en ik ben er een beetje mee vergroeid. “Hij lekt,” wijsvingert de andere motard. “Nee hoor. Hij markeert zijn plek. Tis een reu. Geen teefje.” “Rijdt zoiets nu nog een beetje?” “Mwah, ik ben op weg naar Hannut en we gaan blijkbaar dezelfde kant op. Probeer maar.”

We kijken even naar elkaars motoren en denken het wel te snappen. We ruilen van partner. We gaan op weg. Mijn nieuwe jonge vriend rijdt voorop omdat hij bezorgd over de lompheid van zijn leenfiets het tempo wil aangeven.
Het is erg leuk om eens achter je eigen motor te rijden. Een buitenkans. Het valt me trouwens wel op hoeveel geluid de uitlaten maken wanneer je achter je eigen trots rijdt. Ik snap opeens de huilende kinders die bij mijn passeren soms de handjes tegen de oortjes drukken en zich van hun mamma’s losrukken om te vluchten. Het geluid is wat luid. Maar niet onaardig. Vind ik. Een soort onweer achter de bergen. Of een artilleriebeschieting in Syrië.

Maar de Honda stuurt heerlijk, komt mooi op toeren en voelt aan als iets dat je in je binnenzak steekt wanneer je klaar bent met spelen.
Thierry heeft intussen het tussengas geven bij het terugschakelen ontdekt. De jongen heeft er feeling voor. De bebouwing naast de weg kaatst het rochelende geblaf uit de Italiaanse competiedempers van onbestemde origine vol schrik terug. Bij Hannut nemen we afscheid. Wisselen weer van motor. Thierry meldt stralend verbijsterd: ”Dat jullie vroeger op dat soort dingen reden!” Ik ben gevallen voor de charmes van zijn Honda. Maar klop mijn trouwe twin geruststellend op zijn tank. Hij mag nog blijven. Tevreden laat hij een drup olie op het wegdek vallen.
