in

Opel Olympia (1952). Duurzame betrouwbaarheid. 

Opel Olympia (1952)

Voordat we het verhaal van Nico vertellen is het goed eens kennis te nemen van de adviezen die de FEHAC ons geeft als het gaat om het rijden in een oud voertuig met gedateerde eigenschappen. (FEHAC is de belangenbehartiger van onze historische voertuigen.)


Door: Dirk de Jong

Gezond verstand aanbevelingen

  • Begrijp de mogelijkheden en de beperkingen.
  • Kijk goed uit, weet of u wordt gezien.
  • Maak uw bedoeling tijdig duidelijk.
  • Rijdt met gezond verstand en begrip voor andere weggebruikers.
  • Rustig rijden kan irritatie bij andere weggebruikers veroorzaken.

Nico: “Irritatie? Ik heb zelfs mijn ouders en vrienden gelukkig gemaakt met trouwritjes en andere jubilea. Sterker nog… als we op weg zijn dan rijdt men graag wat langzamer om te kijken en genieten. Als regelmatige gast op oldtimerevenementen wordt ons ‘complimentenarchief’ ook altijd flink aangevuld.”

Opel is het geliefde automerk

Opel is het geliefde automerk van Nico. Hij noemt zijn garage de ‘koesterkamer’ waar verschillende oldtimers staan te glanzen. Dat geeft hem elke keer weer een trots gevoel.

Opelclub

Opel clubleden helpen elkaar. Soms met onderdelen, soms met adviezen. Toen hij – nadat de restauratie van zijn Opel Blitz was voltooid – in gesprek kwam met een clublid die zijn zwarte Opel Olympia aanbood kwam gelijk de prikkel voor een nieuwe uitdaging. Sommige zaken komen op je pad zonder dat je ernaar op zoek bent. De Opel Olympia was in goede staat, maar helaas slecht gespoten. Toen er na enige tijd lekkage optrad bij de voorruit en ook bleek dat daar de roestkevertjes flink had huisgehouden werd besloten de auto een heel nieuwe lakjas te geven en werd de auto Neptunusblauw in plaats van zwart.

Wat is het mooie van een klassieker?

Het is rijden en genieten, met mensen om je heen met dezelfde interesse. Ze mogen naar zijn ‘gedateerde’ Opel kijken, zelfs aanraken, foto’s maken en even achter het stuur plaatsnemen. Als andere liefhebbers er plezier aan beleven is het ook genieten. Is dat niet een staaltje hoffelijkheid? Nico kan het in één zin zeggen: “Alles pleit voor Opel.”


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.


Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 


Opel Olympia (1952)

13 Comments

Leave a Reply
  1. Hoe charmant dat mijn reactie op dit artikel geweigerd werd…. Gaf naar mijn idee juist een perfect beeld op de liefde voor het merk Opel. Dank en tot ziens. Not.

  2. Ik ben opgegroeid met n Opel olympia van bouwjaar 1950. Reservewiel achterop en n smalle achterruit. Mijn vader kocht hem in 1956 (ik was toen 3) en reed ermee tot 1968. Alles aan die auto werd vervangen in de loop der jaren. Van n ruilmotor van de VEGE tot volledige nieuwe bekleding. Er was n moment dat het motorkap ornament verboden werd en later werden spatlappen verplicht. Overal geweest met dat poeltje. Eerste versnelling niet gesynchroniseerd wat hachelijke momenten opleverde als je in de bergen toevallig achter n omhoogkruipende vrachtwagen belandde. Uitstappen en blikje hout achter achterwiel.

      • Dubbel clutchen kan zeker. Daar ben ik mee bekend maar niet op n steile helling
        Daar is geen tijd voor. Zodra je van het gas gaat sta je stil of ga je achteruit naar beneden

  3. Natuurlijk in de 60e jaren hadden wij nog geen auto, maar onze “oude” buurman wel, reed en soms mee. Sprong ook op zijn 80+ leeftijd van de ‘hoge’ duikplank in ons regionale buiten zwembad.

    Des al te min, hij had een auto, stond altijd in de garage, maar was toch íets anders dan een Berini, laat staan een Kreidler of Zundapp.

    Persoonlijk heb ik altijd een dubbel gevoel gehad, ik vond hem lelijk, over geproportioneerd.

    Maar goed, in de tijd gezien, mocht mijn vader een auto aanschaffen voor zijn werk… neen géén lease bak – persoonlijke lening afsluiten en km. declareren!
    Opel; is voor mij altijd een dualisme geweest tussen rationele en emotionele aspecten.
    In die tijd, ik trapte mijn ‘op gevoerde zundapp, naar 100cc aan’ ik moest elke dan (in de zomer) met mijn brommer van Doetinchem naar Arnhem, waar ik op school zat.
    Mijn vader kocht met de muntjes van de werkgever een P1 en daarna nog een aantal “business uitvoering”…
    Wat een frustratie, buurman had de Olympia in de schuur staan, overbuurman kon zich destijds de Opel DiplomatV8 veroorloven ( Later óók een Astin Martin Lagonda en RR).
    Als er decennia duidelijk zijn geweest over “sociale klassen”, dan waren het wel de 60e.

    Maar, zelf ook toch enigszins besmet, heb mij beholpen met een 2e hands, Rekord 20.0, Commodore 2.5 berlina, een Omega 20i GLS, Maar toen was Opel voor ons wel passé!

    Eigenlijk gek, dat ik nu met andere ogen kijk, dan 40 jaar terug – toen nog – op mijn Zundapp of later Lambretta ( die ik omgebouwd heb tot ‘chopper’ – zonde!

    Blijft eigenlijk best een unieke auto.

  4. Rustig rijden en irritatie (aanbeveling5) roept bij mij meteen twee gedachten op.
    1. Ik kan met mijn klassieker(s) zo hard scheuren als ik wil maar vanuit een auto met meer dan 200 PK zal ik altijd stil lijken te staan. Ik laat me dus niet opjagen want dat verandert de situatie niet.
    2. Waarom is de acceptatie van de irritatie over een langzame auto een normaal fenomeen en wordt andersom de irritatie over de (agressie) van de snelle autobezitters niet gezien?

    Ik lees hier een soort omgedraaide werkelijkheid van sociale omgang. Wij (klassiekerrijders) moeten ons wegcijferen omdat de ‘haastige petjes’ anders geïrriteerd zouden kunnen raken.
    Je zou als aanbeveling6 kunnen meegeven “De openbare weg is er voor iedereen. Fijn als iedereen daar rekening mee houdt”. Aanbeveling7: “Voor lekker racen heb je het circuit, voor irritatie heb je Zen”.

  5. Dan zal ik maar wat over deze auto vertellen. De Oly’51, want zo heet dit type, is de laatste directe opvolger van de Olympia van 1935. Inderdaad, genoemd naar de roemruchte Olympiade van Berlijn, waar Hitler een showroom van het nazisme in zag en Leni Riefenstahl haar beroemde film “Olympia” schoot. Voor de gelegenheid besloot General Motors de nieuwste telg met de Olympische vlam mee te laten reizen van Athene naar Berlijn. En dat was niet het enige. De Olympia werd ingezet in zowat alle rally’s van die tijd, en won keer op keer.

    Dat was belangrijk, want deze auto was de allereerste in serieproductie in de wereld die een volledig zelfdragende carrosserie had. En een auto waar totaal geen chassis in te bekennen was, dat maakte mogelijke klanten huiverig.

    Niet nodig. De Opel ontwerpers onder leiding van chef-ingenieur Hans Mersheimer namen geen enkel risico en nog steeds voelt zo’n Olympia aan als gewapend beton. Als motor kwam er een 1300cc kopklepper in met als bijzonderheid een viermaal gelagerde krukas. In deze 1952’er zit hetzelfde blok, maar dan opgeboord tot 1500cc, dat levert zo’n 38 pk en geeft de auto een top van 115 km/u, wat hij ook op de snelweg continue kan volhouden. “Autobahnfest” heette dat. Te koop was hij ook als Cabrio-Coach met open dak en als bestelwagen. In 1936 verscheen zijn kleinere broertje, de Kadett, om concurrentie te bieden aan de op stapel staande KdF-Wagen, de latere Volkswagen. Het zouden na de oorlog inderdaad dé grote Duitse rivalen worden.

    De techniek van de Olympia had inmiddels de zwaarste testbaan uit de geschiedenis achter de rug, geheten “Tweede Wereldoorlog”, want Opel was net als de overige Duitse industrie
    hofleverancier voor Hitlers oorlogsmachine (GM incasseerde de miljardenwinst ná de oorlog, net als Ford Motor Company, en kreeg als klap op de vuurpijl ook nog compensatie voor de gebombardeerde Opelfabriek in Rüsselsheim). De Olympia-motor zat dan ook in talloze legervoertuigen en -generatoren en kregen naast de hete Sahara (met Rommels Afrikakorps) ook de Russische winter (waaronder de ijzige belegering van Leningrad en de nog ijziger Slag bij Stalingrad) te verduren. Ze waren succesvoller dan hun bazen en na de oorlog zou Opel haar Kadett moeten afstaan als oorlogsreparatie, zodat hij als Moskoviet een tweede leven kreeg.

    Wat hebben we verder in handen met de Olympia? In deze laatste update was hij al een beetje ouderwetserig, met zijn jaren ’30-lijnen, maar de kofferbak kon in elk geval van buiten worden geopend, het reservewiel verhuisde naar de bodem, hij had een toen heel moderne stuurversnelling die de driebak bediende, een groot ivoorkleurig stuurwiel en als archaïsch overblijfsel nog wrijvingsschokdempers en in de deurstijl verborgen richtingsaanwijzers. Een kachel was er niet, daarvoor moest worden bijbetaald en de ruitenwisser werkte op het motorvacuüm, wat (ahum) niet altijd even handig was.

    Kortom: techniek en staal van topkwaliteit voor de gewone man, en in 1953 kwam op basis van min of meer dezelfde techniek de pontonversie uit als Olympia Rekord.

    • Interessant Olav!
      Kleine rectificatie: de ruitenwissers werken niet met het motorvacuüm, maar zijn mechanisch (middels een kabel) aan de motor gekoppeld. Dat betekent wel nog steeds dat dat niet altijd even handig is: bij laag toerental gaan de ruitenwissers langzaam en bij hoog toerental gaan ze snel.

      • Ok! Bedankt voor de aanvulling!

        Ik weet nog dat ik als kind achterin deze Olympia zat en mijn vader bij elke straathoek commandeerde welke richtingaanwijzer nodig was, want in de winter vroren ze vast of waren ze zwak en kwamen ze er niet uit en dan moesten we op de achterbank een klap op de B-stijl geven om ze uit te laten klappen. Ook was de auto beslist niet kindvriendelijk, met harde ijzeren stangen op gebithoogte aan de achterkant van de voorzetels. Maar het was wel een oerdegelijk ding, mijn ouders kochten hem toen hij al tien jaar oud was en deden ermee tot 1967, dus vijftien jaar. Dat in een tijd dat de meeste auto’s na zeven tot tien jaar opgeveegd konden worden.

        • Ja ook heb nog steeds eelt op de muis van m’n hand door de klappen op de metalen “b stijl” om de richtingaanwijzer helemaal uit te laten steken. Ook bij niet vriezend weer was dat soms nodig anders ging de wijzer maar half uit. Bij het rechtsafslaan bij n stoplicht kwam het soms voor dat n fietser tegen de uitstekende richtingaanwijzer aanreed.

    • Mooi verhaal!
      Alleen volgens mij was dit niet de eerste serieproductie auto met zelfdragende carrosserie; eerder was er o.a. al Lancia (begin jaren ‘20) en de Citroën TA (1934).

      • Verhip, je hebt gelijk en dat had ik moeten weten. Nooit aan gedacht, de Citroën TA was toch algemeen bekend. In de Wikipedia staat dan ook dat de Opel Olympia van 1935 “een van de eerste auto’s was die in massa werd geproduceerd met een zelfdragende carrosserie” en niet “de eerste”. In elk geval was deze Opel in de jaren ’30 een moderne auto.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Italianen: Voor elke oplossing is er een probleem – column

Jaguar Mk10

Jaguar Mk10: Een plus size model