Motoren

Norton Electra. “Mag het iets minder zijn?”

By  | 

Norton  had altijd zware motorfietsen gebouwd. 500 cc machines, 600 cc machines. Maar in 1958 bracht Norton toch een 250 cc uit. Dat was feitelijk een nieuw motorblok in een samenraapsel van bestaande onderdelen, maar toch. In 1960 kreeg de 250 cc Jubilee een groter broertje: de 350 cc Navigator. Daarna maakte Norton de stap naar ‘modern’. Er kwam een startmotor. Er kwamen knipperlichten. De Norton Electra was geboren. En onlangs zagen wij zo’n Norton voor het eerst. De Norton Electra was dan ook geen verkooptopper.

Kijken wat de Japanners doen

Tegen die tijd bestudeerde Joe Berliner, de Amerikaanse Norton importeur de nagelnieuw Honda’s om het geheim van hun succes te doorgronden. De Berliners importeerden diverse merken uit de Oude Wereld. En ze hadden gevoel voor de markt. Ze wisten wat Amerikanen wilden. En omdat de USA zo’n grote markt was luisterden fabrikanten graag aar deze importeur. Doorgaans hadden ze het daar mee aan het goede eind. Natuurlijk ging er ook wel een wat mis. De wondermooie Ducati Apollo V4 is daar het meest tragische voorbeeld van. De Laverda 750 twins zijn ook zo’n bewijs van Amerikaans inzicht: Laverda kreeg de instructie “zo eentje., maar dan in het groot”. En die ‘zo eentje was Honda’s CB77. Joe Berliner bedacht dat motorrijders blijkbaar geen motorfietsen meer wilden aantappen. Dus moesten er startmotors komen.

Hij bouwde twee Navigators om naar elektrostarters en ging daarmee aan het experimenteren. Daarna meldde hij zijn bevindingen en wensen aan de fabriek. De Britten gingen in het idee mee. Zo kreeg de Navigator een Lucas startmotor die bedacht was voor de Triumph Tigress scooter plus wat kleine aanpassingen. Piece of cake!

Modern!

Met een startmotor werd de Navigator de Electra en zijn cilinderinhoud steeg naar 383 cc. Het blok leverde 25 pk. Het frame werd aangepast en kreeg eindelijk de Roadholder voorvork die het verdiende. En die startmotor? Die werkte zolang het niet te koud was. Het feit dat de Norton Electra eigenlijk een bouwdoos van bestaande spullen uit verschillende schappen plus een aangepast bestaand blok was? Ach, daar zagen de marketeers geen probleem in.

De Norton Electra stuurde niet zo goed als de Nortons met een featherbedframe, ze druppelden naar hun aard wat olie. Erg zuinig waren de Norton Electra’s niet. En ze trilden nogal. Maat zeker voor Engelse begrippen was de Norton Electra een moderne motorfiets met zijn blokmotor, startmotor en richtingaanwijzers. De elektrische componenten aan boord van zo’n Norton Electra waren overigens door maar liefst 4 verschillende merken geleverd. Oh ja: het blok was mechanisch nogal luidruchtig vanuit de kleppentrein.

De concurrentie deed het beter

Het idee was dat de nieuwe Norton zou moeten concurreren met de nieuwe Japanners in het opnieuw gedefinieerde middensegment. Maar dat was buiten de waard gerekend. Old skool Nortonrijders vonden het elektrische starten maar niets. ‘Andere’ motorrijders kozen massaal voor de vanaf de tekentafel als één compositie getekende Japanse motorfietsen. Die waren modern en betrouwbaar. Tel daarbij dat de Electra’s te zwaar en te hoog waren voor gemiddeld damesgebruik en dat de gebruikswaarde – in de tijd van de Norton Electra’s waren motorfietsen nog gebruiksartikelen, geen lifestyle fun dingetjes –  beperkt was omdat er geen beenschilden en kofferrekken geleverd werden. Omdat de verkopen in de USA tegenvielen zette Norton de rest van de geproduceerde motoren in de Europese markt. Maar daar was hij te duur. En zo bleven Norton Electra’s nog lang bij motorzaken staan. En elk jaar stonden ze een rij verder naar achter in de showroom.

Pas heel veel later kregen Nortons weer eens een startmotor. De late 850 cc Commando’s hadden startmotoren. Die gingen vaak stuk. Gelukkig hadden de Commando’s ook kickstarts.

Kopen of laten staan?

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X