Motoren

MV Agusta 350 Ipotesi

By  | 

MV is zoveel meer dan de onbetaalbare viercilinders. Nou ja: de 350 cc stoterstangen MV’s zijn natuurlijk van een heel ander kaliber. Maar het zijn wel Echte MV’s en dat staat ook trots op de tanks. Van de ‘rondcarter’ 350’s zijn er naar Italiaanse begrippen best wat verkocht. Maar toen dat model aan het begin van de jaren zeventig toch wel wat oubollig was geworden, werd het tijd voor een nieuw plan. De MV Agusta 350 Ipotesi.

De legende

De nazaten van oprichters Count Vincenzo and Domenico Agusta waren op de meest Italiaanse manier helemaal daas van de racerij. Feitelijk gebruikten ze hun productie om hun kunsten op de circuits mee te bekostigen. Hun insteek was het beste Grand Prix motorteam ter wereld op de wielen te zetten.

 

Misschien ook interessant: MV maakte niet alleen viercilinders

Terug naar de openbare weg

Die passie werd betaald met de pasta. Er moesten gewone motorfietsen verkocht worden. Tussen 1970-1974 maakte MV 250 cc twins die later uitgroeiden naar 350 cc. Eerst hadden die motoren gewoon puntjes, later – ook in 1972 – kregen ze elektronische ontsteking. De boordspanning groeide van 6 naar 12 Volt. De styling van die 350 cc twins leunde erg op die van de jaren vijftig. En tegen het begin van de jaren zeventig was de MV 350 gewoon een oubollig ding. Er moest iets gebeuren.


Een nieuw plan

Het nieuws bestond eruit dat de styling helemaal opgefrist werd met behoud van het goede van zijn voorganger. Het prototype, startte als  ‘Tipo 216’ maar dat werd al snel ‘350 Ipotesi’, en werd in 1973 op de Autosalon van Milaan gepresenteerd. Iedereen was reuze enthousiast over de door Giorgio Giugiaro’s ‘Italdesign’ bedachte styling, en over de kwaliteit van de gebruikte componenten. ‘Ipotesi’ betekent ‘hypothese’, ‘veronderstelling‘ dus. En de veronderstelling was dat de MV Agusta 350 Ipotesi zulke uitmuntende stuureigenschappen zou hebben dat de bezitter van zo’n MV op kronkelwegen de veel sterkere Japanse concurrentie het snot voor de ogen zou rijden. Typisch een gevalletje van ‘If you dream, dream big’. Al met al was de door twee 24 mm Dell ‘Orto’s in ademende voor 34 pk opgegeven (die verdraaide Duitsers maten er krap dertig) sterke MV Agusta 350 Ipotesi een speels dynamische motorfiets voor op secundaire wegen. Daar scoorde hij met zijn rijgedrag, niet door bruut vermogen. Maar een Honda CB 500 zoek rijden? Nou nee…

Kwalitatief hoogwaardig en actueel

Ceriani vering bracht de zaak kwalitatief op een hoger plan. De Dubbele Scarab schijven tussen de voorpoten deden dat ook. Met ook een schijf in het achterwiel had de MV Agusta 350 Ipotesi een Italiaanse primeur. De gietwielen en het kontje waren ook dingen die duidelijk maakten dat we hier met een uiterst actuele machine van doen hadden. En met de optionele, als een enveloppe om de motor sluitende, kuip had de MV Agusta 350 Ipotesi een hoogst dynamische uitstraling. Het enige dat nog klassiek was, was dat de Ipotesi nog geen startmotor had. Het uitklappen va de kickstarter was bij een gemonteerde kuip echt gynaecologen werk. En het in zijn vrij zetten van zo’n MV, dat moest en moet je absoluut ‘rollend’ doen.

De productie van de MV Agusta 350 Ipotesi kwam geheel naar Italiaanse aard moeizaam op gang

Zo traag dat veel geïnteresseerden afhaakten,. Er was op een gegeven moment sprake van een levertijd van 15 maanden. En dat terwijl de Japanners hun motoren gewoon uit voorraad leverden.

In 1975 ging de GT-versie die het jaar daarvoor gepresenteerd was in productie. Slechts een paar maanden voordat het bedrijf enige activiteit op het gebied van motoren opschortte. De opvallendste veranderingen betroffen het type stuur, het tweezits zadel en de tweekleurige afwerking van de tank. Van deze versie werden 350 exemplaren gemaakt.

The end

De op de autosalon van Milaan in 1977 voor MV Agusta gereserveerde ruimte, waar de presentatie van de geactualiseerde “350 S” en van andere nieuwe modellen in de reeks gepland was, zou verdrietig leeg blijven. Het is pas 1980 wanneer de laatste van de bijna 2.000 geproduceerde exemplaren, als winkeldochter voor een ramsjprijs een baasje vindt…

Meer voor liefhebbers via de link klassieke motoren.

Gewoon een stoterstangenblok

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *