Motoren

Kleine, lichte motorfietsen

By  | 

Kleine lichte motorfietsen. Dan praten we vanaf dag 1 van de motorhistorie over zo’n 80+% van alle motorfietsen die er mondiaal gemaakt werden en worden. Want motorfietsen waren het gemotoriseerde transport voor lieden zonder geld voor een auto. En de stap vanaf een fiets naar een lichte motorfiets was sneller gezet dan die naar een automobiel. Je zat dan wel niet droog. Maar je hoefde niet meer te trappen.

Natuurlijk waren er ook al vanaf de begindagen van het motorfietstijdperk zware, dure motorfietsen. En er waren mensen die ze kochten. Denk aan overheidsdiensten, vee-artsen en links en rechts een dappere dorpse notabel.

Klein, maar fijn

Maar in al die kleine, lichte motorrijwielen zat best een hoop slim denkwerk om ze met behoud van betaalbaarheid zo goed en aantrekkelijk mogelijk te maken. En vandaag de dag zijn er nog best veel van die ‘dienstfietsen’ van vroeger over. De handel er in heeft echter niet die explosie meegemaakt waardoor topstukken als MV’s en Münchs nu alleen nog maar door investeerders kunnen worden gekocht. Eigenlijk zijn klassieke motorfietsen tot – zeg maar – 200 cc gewoon heel prettig geprijsd.

Daarbij hebben ze natuurlijk hun beperkingen

Ze zijn niet mega indrukwekkend, je kunt er door onoplettende automobilisten op aangezien worden voor bromfiets, snelwegen zijn taboe. Maar lichte kleine motorfietsen zijn heerlijk om een lekker blokje om mee te doen.

Maar het grappige is dat het kleinere slag motorfietsen niet eens zozeer wordt gewaardeerd door hard core rijders, maar door mensen met een technische achtergrond en interesse. Want ook in het lichte segment waren er erg leuke constructies bedacht. Kijk maar eens naar de Imme motorfietsen.

Imme bijvoorbeeld

Het eerste model motorfiets van dat merk , de Imme R 100, had een eivormig 98cc-tweetaktblokje waarin de carburateur en het luchtfilter onzichtbaar waren weggewerkt. Het krachtbronnetje hing in een frame dat voor en achter van monovering was voorzien. De wielen waren enkelzijdig opgehangen en onderling uitwisselbaar en de enkele achtervorkbuis functioneerde ook als uitlaatpijp. Het motorblok scharnierde met de achterbrug mee om de kettingspanning constant te houden en de voetsteunen waren verstelbaar. De Immes werden gen verkoopsucces. Ze werden van 1948-1949 gebouwd. Maar ze zijn desondanks nog met enige regelmaat te koop.

Duitse succesnummer

Lichte Duitse motoren die wel succesvol verkocht werden, dat waren Zündapps en Kreidlers. En Herculessen en DKW’s. Van dat stel worden er alleen voor Zündapps en Kreidlers serieuze prijzen betaald. Die merken hebben natuurlijk niet alleen een uiterst indrukwekkend raceverleden, maar voor veel verzamelaars die in de tijd van de Kreidlers en Zündapps zo tussen de 8 en de 12 jaar jong waren, staan die merken zo’n beetje voor het toppunt van nostalgie. Grappig daarbij is dat er in de Zündapp wereld een soort verbouwingsvirus heerst waarbij fantasievol lakwerk en uitbundig chroom de duidelijkste symptomen zijn. Gelukkig valt er over smaak niet te twisten

De lichte brigade uit Japan is altijd mondiaal enorm veel verkocht

En grappig genoeg haalde klassiekerhandelaren ze regelmatig als containervulling uit the States mee. Want ze pasten in de kleinste hoekjes, zagen er doorgaans nog netjes uit, hadden vaak weinig kilometers gereden en kostten aan de inkoopkant niets. En zo’n Honda 125 cc twinnetje? Dat is voor elke techneut een heerlijk stukje techniek.

Aan de minkant

Lichte motorfietsen zijn doorgaans kleine motorfietsen. En een full sized Hollander op een lichte motorfiets? Dat ziet er volgens velen niet uit. Ik herinner me nog de kreet “Kijk, daar heb je Dolf op zijn gemotoriseerde aambei”.
En dat was dan het commentaar op de Honda C90S waar ik best trots op was.
Als zestienjarige.

Ik verwacht overigens hetzelfde commentaar op mijn veel zwaardere 250 cc Honda Dream project. Want tussen mijn 16e en nu ben ik 25 kilo gespierder geworden.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Pascal

    26 september, 2018 at 15:34

    Ik krijg doorgaans de leukste reacties wanneer ik, al dan niet met m’n zoon als passagier, een rondje ‘doe’ op mijn AWO/Simson 425 met zijspan.
    Op de één of andere manier boezemt zo’n “kleintje brommert” niet de angst in die een bulderende grotere soortgenoot wel doet, ook niet bij de beter geboetseerde soort.
    De frons verdwijnt als ze m’n spruit’s koppie boven de bak zien uitsteken, en dat werkt ontwapenend…zelfs de grootste motorfietshatert weet een glimlach te ontwaken..

    Jammer dat Motorrijdend Nederland M/V massaal de neus ophaalt voor een sub-500-je en je niet voor vol wordt aangezien als je zonder blikken of blozen vermeldt prachtige tijden te beleven aan boord van zo’n “kinderfiets”..

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X