in

Klassiekerrijders zijn anders – column

Wij klassiekerrijders zijn toch anders dan moderne motorrijders. Hoe vriendelijk die ook kunnen zijn, rijden ze doorgaans braaf achter het pijltje van hun GPS aan op hun welhaast perfecte motoren. Tijdens lunchstops eten ze broodjes gezond en drinken ze Spa of cafeïnevrije koffie. Roken doen ze ook al niet meer. We hoorden van iemand die een trip van een week gepland had tot en met de locatie en tijd van lunchstops aan toe.


Er is een aanzienlijk verschil tussen motorrijders en mensen die een motor hebben. Dat bedacht ik toen ik met iemand sprak die boos en verdrietig was omdat zij geen boek mocht maken van haar ervaringen bij de ANWB alarmcentrale. Natuurlijk gingen die verhalen niet alleen over motorrijders 2.0.

Er was ook het tragische verhaal van de man die door zijn eigen camper overreden was nadat hij daar op een helling ondergekropen was om naar de losse uitlaat te kijken. Of het telefoontje van de automobilist in paniek die vroeg: “Help me. Ik zie borden ‘Trier’. In welk land zit ik?” Maar het koppel dat belde om gerepatrieerd te worden omdat de bestuurder en zijn partner ergens in de Alpen opeens een haarspeldbochtenfobie hadden ontwikkeld, of de man die eiste dat de ANWB hem uit Schotland kwam redden omdat zijn GPS kapot was? Er was sprake van een motorrijder die vroeg of het erg was wanneer een motorfiets nat was. Bij wat navragen bleek dat de all road in kwestie bij het oversteken van een beekje was omgevallen en kopje onder was gegaan. De avonturiers waren vergeten de diepte van de oversteekplaats te checken.

Dat is een andere wereld dan de onze. Bij de meest recente road trip met een man of drie leken de straten op snelstromende rivieren. Zo nat kunnen motoren wel worden. En hun berijders ook. Maar toch belde niemand de ANWB of zijn moeder. Iedereen had dikke schik. Gewoon omdat motorrijden leuk is en juist het onverwachte de franje aan het kleed is.

Dat zaten we onlangs tevreden te overdenken na een dynamoschade in de Ardennen. De dynamo laadde niet meer op. De accu was leeggereden. Dan is het even een kwestie van improviseren. Bij de dorpsgarage werd een auto accu gekocht. Bij de locale quincaillerie scoorden we een paar meter dik snoer en wat klemmen. De accu werd met een paar goedkope spanbandjes op de buddy gekneveld, het stuk snoer werd de navelstreng tussen de accu en de bedrading van de motor. Als je zonder licht rijdt en de claxon niet gebruikt kom je op zo’n acculading echt honderden kilometers ver. Missie geslaagd dus.

Het aardige is dus dat het juist de dingen zijn die mis zijn gegaan die een trip het herinneren waard maken. En als je op zondag in de Maasvallei met pech door een vriendelijke ober wordt verwezen naar de weduwe van een dorpsgaragist? Dan tref je een oude dame en een garagebedrijfje waar twintig+ jaar eerder gewoon de deur van dicht is gedaan. Haar echtgenoot was opeens overleden. Het gereedschap lag op de stoffige werkbank naast een open liggend Honda CB360 blok.

De weduwe was heel vriendelijk. We mochten de overleden motor ophalen en gewoon doen alsof de garage van ons was. En met een complete werkplaats tot je beschikking werk je opeens veel prettiger dan langs de kant van de weg. Al doende werden de twee andere oudgedienden ook nog even gecontroleerd. De oude dame kwam vriendelijk koffie brengen. En dat die koffie blijkbaar sinds het overlijden van haar man op een warmhoudplaatje had gestaan? Ach, het idee was goed.

We gooiden ons reisschema om en besloten in Dinant een overnachtingsplek te scoren. Dan zit je ’s avonds na een stevige maaltijd met een pot bier voor je heel tevreden over de Maas te kijken. Domweg gelukkig te genieten. Herinneringen op te halen. Aan die keer dat één van ons was ingeleend als meerijder bij een ‘avontuurlijke motortrip’. Avontuurlijke motortjes rijden doe je blijkbaar op ZGAN dikke BMW’s GSSen en KTM’s. En dan kun je de tweede dag al klachten horen dat de lunchstop te laat is. Hoe avontuurlijk kun je het hebben? Maar alles komt goed: Het voorjaar tintelt al in de lucht.

Lees ook:
– Meer columns via deze link
– Meer verhalen over klassieke motoren

Written by Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

18 Reacties

Geef een reactie
  1. Wat leuk, eindelijk iemand, die ooit bij de ANWB-Alarmcentrale werkte en dat, alsmede de motorritten overleefde. Die vent, die zijn aardrijkskunde nooit geleerd had en schrok van bordjes “Trier”. Hij had in het romijns antwoord moeten krijgen, Trier was een romijnse vestingstad aan de moezel/Moselle en je nadert de Duits-Franse taalgrens.

  2. Och, 25 jaar geleden voor het eerst op mn Laverda 750 gtl, 6 wk door Noord Afrika gecrost. Een wereldse ervaring met enorm veel bekijks. Wat doet die Hollander op die te zware motor hier. Vorig jaar weer eens de zelfde route gereden. Helemaal super. Wederom veel bekijks. Nu bewonderende blikken.
    Mn brikkie tussen vele moderne off roads. Of het nou 2.0, 1.0 of 1,5 .0 is, het maakt niet uit het gaat om het genieten op 2 wielen en dat blijft voor al die rijders en sters hetzelfde

  3. Al rij ik geen off the road en respecteer ik de mogelijkheden van mijn fietsen, toch kijk ook ik weemoedig tegen de hedendaagse modernerij aan. Motorfietsen die je nog met een zakmes kunt repareren, worden niet meer gemaakt.
    Blauwtje is eigenlijk als gemuteerde R45 best al een modern ding. Toen de ontstekingsmodule eraan ging moest ik het ding twee kilometer verder duwen naar een veilig onderkomen. In de regen en met hellingen van 8% in Zuid-Limburg, zowaar een opgaaf. Met contactpunten had ik dat waarschijnlijk niet hoeven doen. Nadat de twin spark zijn tweede module erbij gekregen had, besloot er weer een module ‘hops’ te gaan. Op de andere module kon hij gelukkig nog verder, al was het met beduidend minder vermogen. Een zakmes kon echter ook toen niet meer helpen. Verder heeft Blauwtje mij nooit laten staan. Hij heeft mij door wind, regen en bijtende vorstkoude gebracht. En als niet specifiek mooi weer rijder kan ook ik de zonneschijn op mijn vizier waarderen. Een regenbui waar mijn gedateerd leren pak doorweekt van raakt, kan de pret echter niet bederven.
    Al heb ik de gedateerdheid van Blauwtje voorzien van moderner weggedrag en dito prestaties, het gedateerde blijft lief en vriendelijk. Ik maak mij geen zorgen om de remapping van de ECU want die heeft gelukkig toch niet. Ik mag zelf nadenken over mengsel- en vonkenfabriek.

  4. Ben een oude zak van 65 jaar. Heb nu ongeveer 500.000 km door Europa en de USA gereden, steeds zonder navigatie, met een jet helm, zonder intercom en geen irritante navigatiedame die je de weg wil wijzen en waarachtig ik ben toch wel steeds weer thuisgekomen. Heel af en toe had ik de kaart nodig, die in de tanktas zat. Lekker op mijn oude BMW of af en toe op een tweekleps desmo Duc. Eigenlijk kunnen we niet oordelen over de jongere garde motorrijders. Zij zijn anders opgegroeid. Aan de moderne fietsen kun je bijna niks meer zelf doen. Toen ik rond 1969/1970 over parkeerterreinen met motorfietsen liep, zag ik dat er veel ijzerdraad(ietwat overdreven) aan motorfietsen zat en onderweg kon je zelf sleutelen om weer verder te komen. Ben nog steeds dankbaar dat ik dat heb meegemaakt.

  5. Albert op een 75 electra kun je als in Parijs je koplamp vanwege een kortsluiting nog maar een gloeiende spijker is, alle stroom los koppelen en de tank vol gooien om dan met iemand ervoor en iemand erachter die wel goed licht hebben, zonder licht, remlicht of knipperlicht tot in Belgie komen om daar weer de tank vol te gooien. Daarna moesten we hem wel aanduwen en kon hij nog net in Rossum komen. Daar was het toen ook echt op. De lampjes gloeiden niet eens meer maar wel rijdend thuis gekomen. En al Parijs begon het donker te worden.

  6. Geweldig verhaal weer, en herkenbaar.
    Met een BMW R100 met de originele Mareg 28Ah accu kom je trouwens zonder licht en zonder dynamo precies van Arras naar Zoetermeer. In de poort achter het huis was de prik op.

  7. Indien jullie motormannen (vrouwen) zijn zoals ik denk dat jullie over het algemeen zijn, dan kan ik alleen maar overlopen van sympathie. Een echte motorman laat niet iemand langs de kant van de weg stikken omdat ie met een scooter rijdt: zo is het toch? Ik denk dat mijn oudste broer jullie dna in zijn bloed had. Iemand met een lekke motorband in onze buurt? Gratis voor niks repareerde hij die band en hij kende die man niet eens. Petje af voor zo’n mensen! Als je ergens een koffietje langs de weg drinkt, denk eens even aan hem. Het zal ‘m daarboven plezieren! Want echte motormannen (+ vrouwen)… never die.

  8. Als een ‘motard’ mij komt vertellen dat zijn nieuwe Kayasuki het fijnst rijdt in ‘Sport-modi’ met uitgeschakelde ATC en de demping drie klikjes van boven..loop ik al hoofdschuddend weg..
    Off-road hoef ik geen GSA of KTM voor; mijn ouwe zijklepper is allroad zat…ploegde 75 jaar geleden ook al door de Noord-Afrikaanse woestijn en door Russische modder-toendra’s.
    Motorrijders 1.0 worden oud Dolf, en de 2.0-generatie vindt ons hopeloos achterhaald..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Toyota rallyhistorie. De vergeten WRC overwinningen (Bandama 1986)

Plymouth Prowler: herkansing voor een youngtimer