in

Kettingonderhoud 1.0

Kettingen. Onmisbare slijtagedelen die onderhoud vragen. Vroeger, toen niet alles beter, maar wel lekker overzichtelijk was, was het schoonmaken en smeren- kettingonderhoud- van de secundaire ketting een heel ritueel.


De brommer ging op de bok. Vervolgens draaide je het achterwiel zover– of zo vaak, want de zaak kon wel eens viezig zijn– rond tot je de sluitschakel, het ‘visje’ had. Vissen zwemmen met de neus vooruit, dus de ronde kant van de sluitschakel moet in de rijrichting wijzen trouwens.
Je maakte de omgeving van de sluitschakel wat schoon met petroleum en een kwast die daarna nooit meer geschikt was om ermee te schilderen.

Het verwijderen van het visje kon je met een platte schroevendraaier of met de platte bek van een tang doen, waarbij je het achterste pennetje van de schakel als reactiepunt gebruikte. Vervolgens kon de sluitplaat van de schakel en kon de sluitschakel er naar achteren uitgedrukt worden. Dan was de ketting ‘gebroken’ en kon hij van de tandwielen af.

Tegenwoordig zijn overal listige systemen voor

Ook voor het reinigen van kettingen. Vroeger maakte je de ketting schoon met een kwast en een hoop petroleum. Voor de jongeren onder ons: Dat archaïsche product is de ‘huishoudnaam’ van de aardoliefractie met een kookpunt tussen circa 150 °C – 290 °C, gelijk aan kerosine en net boven dat van benzine, gebruikt voor verlichting en verwarming. Voor de komst van het aardgas werd in menig huishouden gebruikgemaakt van deze brandstof. Men gebruikte petroleumlampen om te verlichten en een petroleumstel om de maaltijd op te koken. Ook het water voor de thee of de afwas werd erop verhit. Het was te koop bij de drogist of bij de petroleumman of olieboer, een kleine zelfstandige die met een kar langs de deuren ging. Hij vulde de voorraadvaten en deed kleinere hoeveelheden in petroleumkannen.

Lekker soppen

Met ruim gedoseerde petroleum verwijderde je vettigheid en vuil en het afgewerkte product kieperde je in het afvoerputje. Het was immers de tijd dat er in een gerenommeerd motorblad ook de tip wat te doen met je afgewerkte olie: Je groef een putje van een centimeter of dertig-veertig diep, stortte dat vol met grind. En daar goot je dan de oude motorolie in. De tekst sprak van een eenvoudige en nette oplossing om van de oude olie af te komen.
Na het met petroleum reinigen van de ketting moest hij – naar gelang de buitentemperatuur – een paar uur tot een dag drogen. Het reinigingsmiddel was immers ook tussen de pennen en bussen van de ketting gekomen.

Waar rook is… Is kettingvet

Daarna werd het tijd om het blik kettingvet te pakken. Dat was een solide vet dat verhit moest worden om vloeibaar en penetrerend te worden. Als jongeling heb ik dat ooit een keer op het gasfornuis van mijn ouders gedaan. Vrij vlot daarna verliet ik het ouderlijk huis. Daar rook het ter herinnering nog tijden naar kettingvet. Later kreeg ik een petroleumbrander die milder verhitte en waar ik mijn vuile petroleum in stookte. Buitenshuis, Dat wel. Als het vet olie was geworden mocht de ketting zwemmen. Een paar uur lang. Zodat de vettigheid ook weer tussen de pennen en bussen kon komen. Daarna viste je de hete ketting met een tang uit het vet en liet hem uitdruipen en afkoelen. Onder de ketting legde je dan natuurlijk een paar oude kranten om gladde plekken op de vloer te vermijden. En na zo’n 500 kilometer moest dat feest opnieuw gevierd worden. Echte motorrijders hadden dus altijd een vette ketting op voorraad.

“Elk foordeel hep se nadeel” (Nr14)

Dat is allemaal niet echt meer nodig. Moderne (geklonken) O- en X-ring kettingen hebben bij minimaal onderhoud een voor klassiekers oneindige levensduur. Daar zit wel een kleine ‘maar’ bij. De afdichtingen in de schakels zorgen voor wrijving in de ketting. En wrijving kost vermogen. Dat bleek na de montage van een O-ringenketting op een klassiek 90 cc Hondaatje. Met een nieuwe ketting was de topsnelheid van die dappere 90 cc motorfiets meer dan 5 km/u lager dan met een vers ingevette ketting en 7 km/u langzamer met een helemaal droge, schone ketting. En dat maakte hem net te traag om nog lekker mee te komen op binnenwegen. Zo zie je maar weer: “Elk foordeel hep se nadeel”. Dat is een gezegde van Johan Cruyff. Dus het moet waar zijn.

Verder is er tegenwoordig natuurlijk een scala aan handige dingesten om kettingen te reinigen en te smeren. Inclusief de hele wereld aan spuitbussen. Kettingvet in die spuitbussen is er dan ook weer voor ‘klassieke’ kettingen en O- en X-ring kettingen….

Trouwens: een cardanaandrijving is ook niet onderhoudsvrij maar onderhoudsarm.

Written by Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

9 Reacties

Geef een reactie
  1. Petroleum was inderdaad prachtig spul en in ieder huishouden te vinden. Werd voor van alles en nogwat gebruikt, al dan niet ‘verrijkt’ met een beetje olie. Zowat heel Nederland verwarmde er ook zijn huis mee. Flatbewoners hadden vaak een 100 liter vat op hun balkon staan, dat dan met een opgehezen slang door de olieboer werd gevuld.
    Wat die rijrichting van de kettingschakel betreft zijn er inderdaad hele volksstammen op het verkeerde been gezet: rijrichting in de onderloop of de bovenloop van de ketting?? Kwestie van interpretatie ;-). Menigeen kon honderden meters teruglopen om zijn ketting te zoeken bij verkeerde montage van dat ding. Ik had het liever over ‘ gesloten kant met de draairichting mee’
    Maar iedereen snapt nu natuurlijk wat je bedoelt.

  2. …. “dus de ronde kant van de sluitschakel moet in de rijrichting wijzen trouwens”….
    Nu wil ik even wijs doen: als het visje aan de bovenkant van de ketting zit, klopt jouw verhaal, maar alsie dan iets verder doorgedraaid wordt zodat het visje aan de onderkant van de ketting zit….gaat jouw verhaal niet op 🙂
    Om het allemaal nog erger te maken en nog wijzer te doen : de wijzers van de klok lopen ook niet rechts om, omdat de wijzers vanaf kwart over tot kwart voor van rechts naar links gaan……oohhhh wat ben ik wijs 🙂 🙂
    Deze stomme onzin mag verwijderd worden door de moderator !!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Volvo P 1800 (1964)

Volvo P 1800 (1964). De auto van Pieter Postma

VW Golf GTI

VW Golf GTI. Van kleinschalig project tot daverend succes.