in

Hoe nieuw kan een klassieker zijn?

klassieker

Natuurlijk is een Suzuki GSX 1100 F uit 1990 met een momenteel niet eens zo indrukwekkende 136 pk uit 1127 cc volgens allerlei regels en redenen ook een klassieker. Maar dat klassiekergevoel zit tussen de oren. De meeste klassiekerliefhebbers hebben hun bacil opgedaan in hun jeugd. En iemand die zo’n Suzuki als droomfiets gehad had kunnen hebben? Zal die toen zo tussen de 12 en de 16 jaar zijn geweest? Dan is hij nu eerste helft 40. En klassiekerliefhebbers van die leeftijd? Ik ken ze niet. De 43 jarigen die ik ken hebben het te druk met hun carrière, hun relatie en de kinders.

Een moderne klassieker

Bovendien is zo’n Suzuki al een machine die feitelijk alles biedt wat een moderne motor biedt. Minus een paar pk, een heleboel elektronica maar met al een te veel aan hoogwaardige Tupperware. Het ding loopt ook nog eens een zinloze 250 km/u. Verder niks mis mee en allemaal prima. Maar zo’n machine doet mij niets.

In mijn eigen kennissenkring – en ondanks het feit dat ik er natuurlijk nog steeds uitzie als een jonge God en ik allang geen 43 meer ben – zie ik een groeiende interesse in oudere klassiekers. ‘Vooroorlogs en vroeg naoorlogs’ is nog niet ‘booming’, maar er komt meer vraag naar. Het leuke is dat je met die oudere machines in een echt andere wereld terechtkomt. Je zal je moeten verdiepen in de techniek van toen. Die techniek is doorgaans verrassend begrijpelijk, maar vraagt wel constant aandacht.

Vriend Lex vindt dingen van na 1910 intussen al te modern, maar die is dan ook wel prettig beperkt. Een vooroorlogse 500 cc Indian Scout ziet hij als modern genoeg om als regelmatig vervoer te gebruiken. En dat doet hij probleemloos. Natuurlijk mijdt hij snelwegen. Maar snelwegen zijn toch niet interessant.

Wat echt opvalt is dat je geestesgesteldheid op een echt oude klassieker verandert

‘Onthaasten’ is een dom modewoord. Maar het is precies wat je op een oude motor overkomt. Je bent niet snel, je remmen zijn matig. Je moet tijdens een tussenstop op een lange rit (Zeeland, Groningen, de Ardennen zelfs) altijd even je oliepeil controleren. Zijspanrijders voelen hun spaken even na. Een oppervlakkige blik over bouten en moeren om te zien of die niet losgetrild zijn. Omdat je bij voorbaat als wist dat je geen haast ging hebben, ga je tussen de middag lekker lunchen. Iedereen knikt je vriendelijk toe. Als je onderweg pech hebt, dan stoppen er automobilisten om te vertellen dat ze vroeger ook motor hebben gereden. Een man met een tandemasser bood aan de gestrande motor op te laden en mee naar zijn huis te nemen. Sleutelen langs de weg leek hem gevaarlijk. We hebben nog steeds contact. Moderne motorrijders stoppen naar ervaring niet meer voor lotgenoten met panne.

Een stukje onverwachte snelweg meepakken met een kruissnelheid van 85-90 km/u?

Dat is op topsnelheid rijden! Maar in praktijk rij je in een soort stilte eiland tussen de Hongaarse en Roemeense truckers. Heel surealistisch. Maar het mooiste is nog wel dat ouderwetse zweefzadels zoveel comfortabeler zijn dan moderne motorzitjes.

Want als je na twee lange dagen rijden in Rügen voor je hotelletje afstapt zonder een greintje zadelpijn. Dan lach je alle BMW GS 1200 rijders uit. Hoewel: die had de 678 kilometers in een dag gedaan en daardoor eerder aan het bier gezeten. Nog een hoewel: een Suzuki GSX 1100 F piloot lust misschien nog wel een pot pils. Maar wat ik van Echt Moderne Rijders heb meegemaakt is dat ze uitsluitend bronwatertjes drinken.

klassieker

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

6 Reacties

Geef een reactie
  1. Hier een 44 jarige die niets heeft met het tupperware spul maar wel de Vtwins van eind jaren 80 begin 90. Had ik mijn motor rijbewijs niet gehaald 4 jaar geleden dan had er een Chevrolet Caprice Classic van begin jaren 80 gestaan. Ik kocht op mijn 30e al bijna een 2e generatie Audi 80 dus dat oude spul had altijd wel interesse.

  2. Ik was met m’n 39 destijds ook een jonge hond in de ‘classic-scene’ met een ouwe oorlogsveteraan.
    En zie juist de toename van jongelui met interesse in echt oud spul toenemen..niet hard, maar gestaag.

  3. Een motorrijbewijs heb ik(helaas nog steeds) niet maar….

    Ik ben al van kleins af aan gek geweest op alles wat klassiek is, was, of wordt….

    43 lentes jong, maar op m’n 22e reed ik al in een ’73er MB 350SE V8 op LPG en heb daarna nog best een aantal oldies gehad…
    Ze deden(en doen) me gewoon veeel meer dan al dat ‘Tupperware-spul’ en ik heb oudere auto’s en motoren altijd al mooier gevonden dan het modernere gebeuren….

    Inmiddels door omstandigheden(scheiding/schuldsanering enz.) al ruim 5jr. geen auto meer gehad maar het suurt niet lang meer voor ik uit die ellende ben en dan komt er weer een 4wieler te staan.
    En als alles dan goed gaat krijg ik een 2onder 1 kap-wonginkje met een zee van ruimte waar wellicht in de (nabije) toekomst wel een klassiekertje kan komen te staan…

    En dat roze motorpapiertje moet er nu toch ook maar eens een keer van gaan komen!👍🏽💪🏽

      • Volgens mij valt het best mee met die leeftijd voor oldtimer liefhebbers. Ik ben 44 en heb nog nooit iets op naam gehad uit de jaren 90 of jonger. Op dit moment al 20 jaar een superglide uit ’82 en een ford econoline uit ’63. Vorig jaar toch maar een ‘moderne softail uit ’87 erbij gekocht voor luxere ritjes. In mijn vriendengroep zitten ook nog wat eind dertigers met auto’s uit de jaren 60 en motoren van 1960 tot max 1990. Van HD tot Ural en IZH.
        Zo zie je maar,het komt wel goed met het oud ijzer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *