Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Gewoon: prettig bezig – column
Ik mag soms op heel mooie, erg dure klassiekers rijden en dat ‘werk’ noemen. Dan denk ik wel eens terug, want als Erkend Oude Man heb ik veel van die dingen ook gereden toen ze ‘niets’ waard waren. Toen ik een Ducati 750 GT kocht voor 2.000 gulden werd ik serieus daas verklaard. De machine werd door de vader van een vriendje, een onder werktijd stevig bijklussende decorschilder van de NTS, strak olijfgroen gespoten. Voor een kratje bier. Het was geen perfect originele 750 GT, maar ik vond hem mooi. Hij maakte lawaai. En was van mij. Dat zo’n ding in topstaat tegenwoordig € 40.000 waard is? Mooi toch! Maar wat moet je er dan nog mee?
En dat is een dingetje dat ik heb met perfect gerestaureerde klassiekers en met motoren met instant patina. Ergens zijn al die investeringen en is al die perfectie me intussen een brug te ver. Zulke showstukken zijn hoe dan ook onbetaalbaar voor me, maar ik zie er nooit eentje bij regenachtig weer in de Ardennen of als woonwerker op de A2. Voor mij zijn ze hun basisdoel, gewoon, of buitengewoon, motorfiets zijn voorbij geschoten.
Samen met wat gelijkgestemden zitten we daarom in de hoek van waar we ooit uit zijn gekropen: we rijden klassiek omdat we dat spul gewoon leuker vinden. En dat het dan gaat over motorfietsen die geen kapitalen waard zijn of die geen nadrukkelijke bevestiging van onze financiële reikwijdte of rek zijn? We hebben gewoon schik.
De meest recente bewoner van de huisgarage is daar een mooi voorbeeld van. De ex-Spaanse Politie Moto Guzzi V65 werd met gesloten portefeuille geruild tegen een mooie MZ 250TS. De Guzzi was een heel net ding. Hij was blijkbaar een keer onder handen genomen door MW Motoren in Borne. De bedrading was netjes gemaakt en er zaten een hoop RVS-inbusboutjes op. De V-twin met zijn dikke polyester koffers en zijn radioantenne was helemaal wit en in plaats van de blauwe-, zaten er gewoon witte verstralers in de kuip. De bretel bevestiging daarvan was weer zo’n typisch voorbeeld van Italiaanse genialiteit.
Wit is niet mijn kleur. En volle kuipen zijn niet mijn ding. De kuip ging er af en kwam terecht bij iemand die er toevallig eentje zocht. Opbrengst: Een fles whiskey. Kameraad Jan had zijn V50 gun metal blue van Hornbach gespoten. Dat zou dus ook de kleur van mijn aanwinst worden. Want: Mooi!
In de tussentijd loop je zo’n aanwinst rustig helemaal na, je vindt wat dingetjes. Je doet wat dingetjes. Ali leverde het mistachterlicht dat op het montageplatform van de boordradio kwam. Die rooie lamp werd over het remlicht geschakeld. Aan de voorkant kwamen een paar Ali halelujalogeen verstralers die qua vermogen beter niet met het groot licht kunnen branden. De Italo politiefietsen hebben niet veel ruimte als het op het vermogen van de generator aankomt meldde vriend en Guzzi kenner Jan K. Zodoende.
De verstralers pasten mooi op de voorste valbeugel die immers had bijgeleerd als kuip montagesteun. De mist achterlamp en de verstralers kwamen overigens met ander montage- en schakelmateriaal dan op de foto stond. Maar kijk: daar heb je de oudijzerbak dan weer voor. Op de Guz zat een hoop (nieuwe) bedrading die ik wat moeilijk vond. Voor de verstralers trok ik dus een basisschemaatje vanaf de accu. Uit mijn eerdere 25 jaar Guzzi ervaring trok ik wat extra massa verbindingen. Daar knapte bijvoorbeeld de werking van de knipperlichten erg van op. De heel dikke uitlaatdempers werden vervangen door een stel frisse Jama’s die Gerrit Kranenberg een jaartje of dertig voor me had bewaard. De eindplaatjes daarvan zaten met drie poppers per stuk vast. Die gingen er af en toen kwamen er acht extra gaten vrij. Later zal ik eens kijken of die gaten nog wat groter moeten.
Het spuitwerk werd dus met schuddebussen gedaan. De vrij gestructureerde gun metal lak zou bij aanbrengen van een dubbele laag een hamerslag effect geven. Maar dat was me wat te veel ‘heavy metal’. Degene die de lak voor me had meegenomen had ook blanke lak meegenomen om de zaak mooi af te blazen. Dat bleek watergedragen blanke lak. En dat sputterde en snottebelde uit de spuitbus om pokdalig op zijn ondergrond te landen. Ik ging wat sombertjes naar binnen voor sigaren en whiskey. De volgende ochtend bleek de blanke lak – uithardtijd vier dagen – zich boven verwachting gestrekt te hebben.
Intussen staat er dus een naar mijn smaak erg nette, mooie V65 op de hefbrug. Er zit nog wat detailwerk aan, maar dan is hij klaar. We hebben het dan over een niet erg zeldzame, noch buitengewoon geliefde motor uit 1986. De kleur is in elk geval niet origineel en het spuitwerk zou een prof mooier hebben gedaan. Maar ik ben erg trots op de oranje belijning. De hard core liefhebber zou kunnen zeggen dat ik een klassieker heb verkloot. Maar zelf ben ik weer terug bij af. Ik heb een goeie, leuke oude motor met een hoop eigen inbreng. En het hele feest heeft me weinig gekost. Als iemand me zou voorstellen hem te willen ruilen tegen zo’n blijkbaar fenomenale Moto Guzzi V85 Travel? Dan zou ik die kans laten lopen.
Nog meer vrijer vormgeving

De V65 ziet er toch alleraardigst uit t.o.v. dat sneu wit. Hij is er beslist op vooruit gegaan. Met twee extra zonnetjes voorop ben je spekkoper. Waarom die dingen niet met het groot licht samen zou kunnen, is mij een klein raadsel. Een ‘halo geen’ H4 lamp is 55/60W. Scheelt net 5Wattjes tussen dimlicht en groot licht. De V65 zal tocht hopelijk niet zo krapjes in het vermogen zijn elektrische power plant zitten dat het met die extra 5W al huilen zou worden. Normaal kunnen die dynamo’s 20A bij 14V doen (280W) Zit wel snor. Daarbij uitgaand van een correct werkende dynamo. De bedrading ‘knuffelen’ voor een puike werking zal belangrijker zijn. En daar ben je al stevig mee bezig 👍🏼
Het blijft natuurlijk wel ITALIAANSE elektra
Vind ik het mooier ?
Ik weet het niet, en ik vind de kuip ook wel wat hebben.
Maar dit is wel hobby zoals hobby bedoeld is.
Zelf zit in in de klassieke brommertjes “scene”.
Als je dan ziet wat een mooi gerestaureerd italiaans brommertje, of een mooie Batavus Supersport of Whippet moet opbrengen, dat is niet leuk meer.
En ik zou bang zijn ermee te rijden, omdat dan vaak snel het “mooie”er weer vanaf is.
Zelf rijd ik het meeste gewoon in originele lak.
“patina” heet dat inderdaad hip.
Alhoewel er wel een scheidslijn tussen patina en gewoon oud zit.
Maar ik stap voor een boodschap gewoon op de Puch GrandPrix of Aprilia Classic, en zet hem zonder angst voor de winkel neer.
Ook als het ineens gaat regenen, want het is niet superstrak, dus het kan het leiden.
We denken hetzelfde!
Helemaal goed Dolf. De simpele lol is toch al veel te veel verpest door het fenomeen “investeren”. Het is blijkbaar nooit genoeg voor de rupsjes en de leuke dingen zijn daardoor vrijwel niet meer voor normale mensen bereikbaar. Dus gewoon doen wat je leuk vindt zonder “waarde vermeerdering” op de voorgrond.m!
Hier is nooit geld geweest om te ‘investeren’, Laten we maar lekker doorkloten en schik hebben. We doen het voor onszelf. Niet voor de wereld
Leuk artikel weer Dolf 👍
Ik weet niet hoe het nu is, maar een jaar of twintig geleden kwam ik wel eens in Schotland en Engeland, daar reed ook van alles rond dat niet origineel was aangepast onder het motto van : het moet blijven rijden.
BMW in V 85 kleuren, en die slippers, geweldige foto!
Groet
Rolf
Over die slippers is een hoop te doen geweest!
Je hebt een goed punt met die perfecte klassiekers. Ik weet een nieuwe Norton 850 electric start staan, nog in de krat. Ik probeer de eigenaar af en toe te verleiden om hem aan mij te verkopen, maar eigenlijk ben ik bang dat hij ooit akkoord gaat: wat moet ik er dan mee gaan doen ? In de krat laten is idioot, en monteren en rijden (of erger: niet rijden) is de “waarde” verminderen…
Vriend en dorpsgenoot The T kon een vroege BMW R80 G/S kopen. In het krat, Het leek hem een zinloze aankoop, want met het uitpakken alleen al was het nieuweer af. Het ding is volgens mij aan BMW terug verkocht. Voor in het museum. Zinloos.
Is dat er nog eentje uit de befaamde Podevin collectie? Tsja. Het is wat zo’n vondst. Eigenlijk is het een motorSTAwiel ipv een motorRIJwiel. En dat is toch jammer