Bijzonder

Gewoon, oude motorfietsen

By  | 

Het valt me al jaren op dat we leven in een heerlijke wereld vol fraaie recente- en mooi gerestaureerde klassieke motorfietsen. Gewoon, oude motorfietsen zie je niet mer. Mijn ‘daily driver’ is een uitzondering. Het ding  is wel 25+, maar moet al jaren ze hard werken als een Grieks ezeltje, maar krijgt daarbij beduidend beter te vreten en geen slaag. Technisch bezien krijgt hij een dikke negen. Om de vijf jaar krijgt hij nieuwe remleidingen, om het jaar verse remvloeistof en aandacht voor de voorpoten. Alle kabels worden gesmeerd. Alleen de elektra is organisch gegroeid. Maar dat is een Italiaans dingetje.

Veel patina, heel veel patina

En ruim voordat de banden op hun limiet zitten krijgt hij telkens verse Battlaxjes omdat hij daar nu eenmaal het prettigst op rijdt. Cosmetisch beschouwd ziet hij er even florissant uit als een dakloze bejaarde na een straffe winter onder een winderige brug. Dat hindert mij niet bovenmatig. In Amsterdam werd hij niet gestolen ondanks het feit dat hij niet op slot stond en ik vergeten was de sleutel uit het contactslot te halen. In Londen had een grapjas de moeite genomen een stuk karton onder de zetel te steken met daar op geschreven ”I am old and tired. Spare me a coin”. Er lagen muntjes op het zitje.

 

Gewoon oude motorfietsen hebben charme

Maar onlangs trof ik twee uiterst enthousiaste hipsters naast mijn oude tweewieler. Ze waren laaiend enthousiast over het doorleefde patina. Maar een feit blijft dat motoren veel langer goed en fraai blijven dan hun vierwielige natuurlijke vijanden. Dat komt natuurlijk omdat ze doorgaans minder kilometers maken en goed onderhouden worden. Die kilometrages waarbij een motor nog gewoon een interessante aanschaf zijn kan, zijn trouwens al lang vergelijkbaar met die van auto’s. Er rijden plenty Japanners, Duitsers, Britten en een enkele Italiaan rond waarbij de teller al aan zijn derde rondje begonnen is. En die machines zien er vaak nog netjes  uit. De BMW K100 van een kameraad van met heeft net bij 259.000 kilometer nog zijn reguliere onderhoud gehad. Bij de BMW dealer waar de fluitende baksteen lachend ouder werd verklaard dan de jongste monteur. Hij verklaart zijn lange, warme relatie op dezelfde romantische manier als toen hij zijn betere helft naar de auto zag lopen om naar de Aldi te gaan: “Ze heeft een dikke kont en kan goed koken. Die ruil ik ook nooit in”.

Motorfietsen waren voor arme sloebers

Maar intussen zijn gewoon ‘oude’ motorfietsen een nostalgisch dingetje. In de zeventiger jaren van alweer de vorige eeuw zag je ze nog vol op. Motoren waren altijd al het domein geweest voor sloebers zonder geld voor een auto. En in de jaren zeventig waren dat per definitie studenten en leerling betonvlechters.


Zo heeft kameraad Ernie zijn hele studententijd afwisselend aan de tap of op het zadel van zijn Harley-Davidson WLA door gebracht, En dat was de motor die zijn vader in 1961 voor 110 gulden gekocht had. Het grappige is dat die brave oude V twin sinds aankoop alleen met de kwast is bij gehouden. Maar hij kreeg wel zijn technische zorg, ging elke winter ter controle uit elkaar en de hele techniek werd zo eens in de tien jaar helemaal weer in orde gebracht.

Klassiek of oud?

Voor Ernie is het gewoon zijn oude motorfiets. Hij rijdt er jaarlijks nog een kilometer of tweeduizend mee. Daarbij bestaat de preparatie voor de eerste voorjaarsrit uit het oppompen van de banden. Zelfs met anderhalve volt in de zes volts accu start de veteraan dan nog dapper walmend totdat de olie weer uit het carter en in de olietank zit. Voor Harley passionado’s is het een icoon. En voor Ernies zoon Aart, is het de moto waar hij zich nu al de eigenaar van voelt. Maar in de tussentijd is Aart ook alweer student. Hij heeft bijna geen geld. Daarom rijdt hij motor. Gewoon een oude motor. Een Honda eencilindertje met een ‘Made in China’140 cc set. En wat die over vijftig jaar waard is?

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *