Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong

Auto Motor Klassiek » Artikelen » Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong

Sluitingsdatum nummer 12 -> 20 oktober

Automatische concepten

In maart 1966 presenteerde Fiat op de Autosalon van Genève een nieuwe middenklasser die een belangrijke rol zou gaan spelen in de geschiedenis van het Italiaanse merk. De Fiat 124 was een ruime vierdeurs sedan met een conventionele aandrijflijn, maar onderscheidde zich door zijn moderne onderstel, vier schijfremmen en een relatief krachtige motor. Wat begon als een praktische gezinsauto groeide uit tot een omvangrijke modellijn, met onder meer een stationwagen, een sportcoupé en een roadster. Bovendien was de 124 een sterke basis voor diverse producenten buiten Italië.

Een moderne gezinsauto

Bij de ontwikkeling van de Fiat 124 stond ingenieur Dante Giacosa aan het hoofd van de technische werkzaamheden. Hij koos voor een beproefde constructie met een voorin geplaatste motor en achterwielaandrijving. De zelfdragende carrosserie kreeg hoekige, overzichtelijke lijnen die aansloten bij de vormgeving van de jaren zestig. Met een lengte van iets meer dan vier meter bood de sedan plaats aan vijf inzittenden. Ook de bagageruimte was doelmatig ingericht.Onder de motorkap lag een viercilinder lijnmotor met een cilinderinhoud van 1.197 cc. De krachtbron had een onderliggende nokkenas en kleppen die via stoterstangen en tuimelaars werden bediend. De krukas draaide in vijf hoofdlagers. Het vermogen bedroeg aanvankelijk 60 pk, voldoende om de betrekkelijk lichte auto behoorlijk vlot te laten rijden.

De constructie van het onderstel was eveneens doordacht. Aan de voorzijde paste Fiat onafhankelijke wielophanging toe, terwijl achter een starre as met schroefveren was gemonteerd. Telescopische schokdempers en een Panhardstang droegen bij aan de stabiliteit. Opvallend voor een auto in deze prijsklasse waren de schijfremmen op alle vier de wielen. Daarmee beschikte de 124 over een remsysteem dat niet vanzelfsprekend was bij concurrerende gezinsauto’s uit die periode. De combinatie van ruimte, prestaties, remvermogen en een relatief bescheiden gewicht leverde de Fiat veel waardering op. In 1967 werd de 124 uitgeroepen tot Europese Auto van het Jaar.

Uitbreiding van het programma

Fiat zag al snel mogelijkheden om het concept verder uit te bouwen. Eind 1966 verscheen de 124 Familiare, een stationwagen met een grotere laadruimte en een praktische achterklep. De auto richtte zich op gezinnen en gebruikers die extra vervoerscapaciteit nodig hadden, zonder te willen overstappen naar een grotere en duurdere wagen. In 1968 volgde de Fiat 124 Special. Deze uitvoering was herkenbaar aan onder meer de aangepaste grille met dubbele koplampen en een gewijzigd interieur. De motorinhoud groeide tot 1.438 cc en het vermogen steeg naar 70 pk. Ook de rembekrachtiging en de achterasconstructie werden aangepast. Daarmee kreeg de Special een nadrukkelijker eigen positie binnen het programma.

De ontwikkeling ging verder. In 1970 werd de modellijn op verschillende punten vernieuwd en verscheen de 124 Special T. De letter T verwees naar de tweemaal bovenliggende nokkenas van de motor, een constructie die Fiat inmiddels ook in de sportieve modellen toepaste. De aanvankelijk 1,4-liter krachtbron leverde 80 pk. Bij de modelaanpassingen van 1972 werden opnieuw wijzigingen doorgevoerd. De gewone 1.2-motor leverde voortaan 65 pk, terwijl bij de Special het vermogen naar 75 pk steeg. De Special T kreeg- na het verdwijnen van de 125 en 125 Special- de nieuwe ‘132 motor’ met 95 DIN-pk onder de kap, en werd een wolf in schaapskleren.

De komst van de Sport Spider

De naam Fiat 124 werd niet uitsluitend met praktische gezinsmobiliteit verbonden. In november 1966 presenteerde Fiat ook de 124 Sport Spider, een open tweezitter met een bescheiden achterbank, ontworpen door Pininfarina. De vormgeving was van de hand van Tom Tjaarda, die bij het Italiaanse ontwerp- en carrosseriebouwbedrijf werkzaam was. De Spider gebruikte de basis van de sedan, maar kreeg een kortere carrosserie en een sportiever afgestemd onderstel. Onder de motorkap lag de 1.438 cc grote viercilinder met dubbele bovenliggende nokkenassen. Het vermogen bedroeg 90 pk. Een handgeschakelde vijfversnellingsbak behoorde tot de standaarduitrusting, een voorziening die in die jaren nog lang niet bij iedere sportieve auto gebruikelijk was.

Coupé en 124 Abarth Rally

In 1967 werd het sportieve aanbod uitgebreid met de 124 Sport Coupé. Ook deze carrosserievariant beschikte over de dubbelnokkenasmotor en verscheen in verschillende uitvoeringen. De Coupé bood een combinatie van sportieve prestaties en bruikbaarheid, terwijl de Spider zich vooral richtte op open rijden en een andere rijbeleving. De sportieve mogelijkheden van de 124 kwamen eveneens in de autosport tot uitdrukking. De Fiat 124 Sport Spider vormde de basis voor de 124 Abarth Rally, waarmee Fiat in internationale rally’s successen behaalde. De competitieversie kreeg een ingrijpend aangepaste techniek en een lichtgewicht carrosserie. In 1972 behaalde Fiat met de 124 Sport Spider Abarth de internationale constructeurstitel in het Europees rallykampioenschap.

Een auto zonder grenzen

De betekenis van de Fiat 124 bleef niet beperkt tot de Italiaanse markt. Het meest ingrijpende voorbeeld was de overeenkomst met de Sovjet-Unie. Op basis van de Fiat 124 ontwikkelde de Russische fabrikant VAZ de Lada 1200, ook bekend als de VAZ-2101 of Zhiguli. Voor gebruik op minder goed onderhouden wegen en onder uiteenlopende klimatologische omstandigheden werden diverse onderdelen aangepast. De Russische uitvoering kreeg onder meer een versterkte carrosserie en wijzigingen aan het onderstel en de motor. De productie begon in 1970 in de nieuwe fabriek in Togliatti. De daar ontwikkelde modelreeks groeide uit tot een van de belangrijkste personenautoprogramma’s van de Sovjet-Unie. De oorspronkelijke technische basis bleef, in verder ontwikkelde vorm en met diverse modellen, tot ver in de eenentwintigste eeuw herkenbaar. In totaal bouwde Lada op basis van de klassieke 124-vormgeving meer dan 17 miljoen exemplaren. De productie eindigde in 2012.

Gebouwd over de hele wereld

Ook in andere landen werden auto’s gebouwd die hun oorsprong in het Fiat-concept vonden. In Turkije rolde bijvoorbeeld de Murat van de band, en de ‘124’ werd ook gebouwd in India (Premier), Egypte (Lada-Egypt), Zuid-Korea (Fiat-KIA) en Maleisië. En in Spanje bouwde Seat sinds 1968 de 124 in licentie. Deze laatste was- na het verdwijnen van de Italiaanse 124- nog als 124 D leverbaar in Nederland (D 1200, Especial, D 1430 Special) en België (D 1200 en Fiat 1200 Pamplona). De Fiat 124 een vroeg voorbeeld van een internationaal automobielplatform: één technische basis die aan uiteenlopende markten en gebruiksomstandigheden kon worden aangepast. Verder werd de Fiat 124 in Oostenrijk (Steyr, Graz) en Duitsland (Heilbronn) geassembleerd. De productie van de Italiaanse sedan en Familiare eindigde in januari 1975 na ongeveer 1,54 miljoen exemplaren. De Sport Coupé bleef tot begin 1976 in productie. De Spider hield het langer vol en werd, na verschillende technische en uiterlijke wijzigingen, tot 1985 gebouwd. De laatste jaren werd de Spider verkocht met de merknaam Pininfarina.

De betekenis van de 124

Zestig jaar na zijn introductie is de Fiat 124 meer dan een herinnering aan een succesvolle Italiaanse gezinsauto. Het model laat zien hoe een fabrikant met een betrekkelijk conventionele technische opzet een veelzijdige en internationaal aansprekende auto kon ontwikkelen, die met de wetenschap van nu goed was voor een uiterst langdurige houdbaarheid. De 124 was niet alleen een belangrijk model voor Fiat zelf, maar vormde ook de basis voor auto’s die miljoenen mensen in Europa en daarbuiten mobiliteit boden. Daarmee behoort de Fiat 124 tot één van de belangrijkste auto ontwerpen uit de historie.

Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong
Doorsnede van het ontwerp, dat de basis was voor een concept dat mondiaal geliefd werd.
Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong
De 124 Familiare was een praktische en behoorlijk ruime aanvulling op het programma
Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong
Het oermodel, de 124 berlina, onderging de nodige wijzigingen tijdens zijn carrière. Afgebeeld is de laatste serie van de reguliere 124 berlina
Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong
De eerste Fiat 124 Special was onder meer herkenbaar aan de dubbele koplampen in de grille en de wielen met ventilatiegaten. Hij kreeg de 1438 cc DOHC motor
Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong
De 124 Special hield ook na de wijzigingen in 1970 zijn eigen gezicht. De Special T kreeg hetzelfde front, dat later nog een keer werd verfijnd. Afgebeeld een 124 Special T uit de serie 1972-1974, mét de 1592 cc DOHC motor
Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong
De coupé verscheen in 1967 en hield het in drie generaties vol tot begin 1976
Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong
Groeide ook uit tot een icoon. De in 1966 gelanceerde Sport Spider hield het in meerdere generaties vol tot in 1985. Toen ging het fraaie ontwerp met de merknaam Pininfarina met pensioen.
Fiat 124. De auto van de wereld is zestig jaar jong
Steeg prestatief tot grote hoogten, zowel op de weg als in rallyverband: de 124 Abarth rally

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

7 reacties

  1. In september 1968 nam mijn vader de sleutels van onze eerste auto in ontvangst, een gloednieuwe Fiat 124. Deze werd opgevolgd door een 124 special. De beste herinneringen aan deze Italiaanse raspaardjes overgehouden, zo goed dat ik nu nog steeds als 2e auto een Fiat Panda rijdt. probleemloos, net als alle voorgaande Fiats

  2. Wat vooral geweldig was aan de eerste Fiat 124 Berlina was dat ie ja vier schijfremmen had maar geen servo ik herinner mijn vader die rechtkwam uit zen chauffeurszetel om die auto gestopt te krijgen

  3. Ik ken de 124 nog goed. Met de 1.2 motor ‘behoorlijk vlot’ rijden, ach… Dat is arbitrair. Voor de tijd van toen was het vlot maar ook weer niet behoorlijk vlot. Zeker naar de maatstaven van nu. Dat behoorlijk vlot rijden begon pas bij de grotere cilinderinhouden. De 1600 versie was er ook bij Lada. Mijn vriend had er toen eentje. Hebben we naderhand nog de koppeling aan moeten vervangen. Met iets bij de 75pk was ie idd vlot. En hij was stevig ook. In de winter nooit startproblemen. En toen het lichtknopje vergeten was hebben we hem zelfs aangezwengeld. Mooie herinneringen!!

  4. Ik heb een aantal jaren in de Lada 1500 gereden die qua model hetzelfde oogde als de 124 Special T. Was ook een fijne auto begin jaren ’80 voor ons.

    • Mijn eerste auto in de jaren 80 was ook een 6 jaar oude Lada 1500S.
      Kostte toen tweedehands (omgerekend) 250 euro, nog met veel plezier 60.000 km mee gereden, startte en reed altijd.
      Als ik nu de keuze had tussen een tweedehands fiat 124 of Lada 2101, dan zou ik toch voor Lada kiezen, sterker chassis en dikker plaatstaal.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten