Praktijk en techniek

Evo Sportsters vanaf 1986. The new generation van toen

By  | 

Evo Sportsters vanaf 1986. Dat is de generatie na de Ironheads die op onterechte gronden zo’n slechte reputatie hebben.

In 1983 werden de Sportsters met hun Evolutionblokken – die later het koosnaampje ‘Blockheads’ kregen – in de markt gezet om de Japanse motorverkopen te dwarsbomen. De 883 was een goedkoop instapmodel. En de nationale importbeperkingen voor wat betreft Japanse motoren zwaarder dan 700 cc hielpen ook mee. Dat sportieve uit de begintijd van het Sportsterras (1957) is er in de loop van het Grote Amerikaanse Marketingdenken wel zo’n beetje afgegaan. Maar met een Harley-Davidson (let op het streepje, daar zijn ze vanuit de organisatie scherp op) Sportster met een Evoblok kun je heerlijk slenteren en kan je af en toe nog best eens het beest uit hangen. Of de beest.

Sportsters zijn wijvenfietsen

En de opmerking dat Sportsters wijvenfietsen zijn? We hebben er over nagedacht. Sportsters zijn niet zo duur en aanzienlijk kleiner dan de full sized big twins. En er is natuurlijk een groep Harley Rijders die zijn bestaan gedeeltelijk baseert op het idee dat alle Harleys enorm duur, waardevast en uniek zijn. Die willen niet weten dat Real American Steel al voor vriendelijke prijsjes bereden kan worden. En dat ze voor dat geld sinds de Evoblokken zulke heerlijk ongecompliceerde en betrouwbare dingen zijn.

Nog meer aan de pluskant: best wat aangeboden Sportsters met ervaring hebben hun – vaak weinige – kilometers daadwerkelijk gemaakt onder het gebilte van een lid van de vriendelijker geboetseerde sexe. Wij persoonlijk praten nooit over “Wijven”. Waar de oude Ironhead Sportsters nogal eens stuk gingen (trouwens vaak door onoordeelkundig sleutelwerk van een half getalenteerde zelfbenoemde Harley Goeroe die geen sixpack, maar een heel fust onder zijn opbollende T shirt leek te hebben), daar zijn Evoblokken gewoon goed. Ze zijn dus minder vaak stuk gesleuteld. Bedenk alleen wel even dat er in de loop van de tijd nogal wat aan de carburatie- en uitlaatkant gemodificeerd kan zijn. Bedenk dan dat niet iedereen daar de nodige aanpassingen aan de sproeierbezetting aan gedaan hoeft te hebben.

Let er daarbij ook even op dat de ‘mooimakerij’ van Harleys doorgaans op erg persoonlijke smaak is gestoeld, zeker niet professioneel hoeft zijn gedaan en net zo min waardeverhogend hoeft te zijn.

Koop dus het liefst een zo origineel mogelijk exemplaar.

En besef dat dat het probleem van hele generaties Harleys is: Het merk is nooit Japans Perfect geweest. Maar de reputatieschade is voornamelijk ontstaan door dubbel getatoueerde, anabole no-brainers die er van overtuigd waren dat elke willekeurige tattoo van het Harley logo zijn drager tot een getalenterd technicus maken zou.

FAIL!

Maar soms valt verbouwen wel heel mooi uit (Honda CB 500 tank, Hercules zit)

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X