Historie

Deze auto’s worden veertig in 2019. 1979 Deel twee

By  | 

Aan het begin van dit jaar presenteerden wij een aantal auto’s die dit jaar hun veertigste verjaardag vierden, en dus volgens de Nederlandse belastingwetgever officieel klassieker zijn. In dit overzicht presenteren wij beknopt het tweede deel met jubilarissen.

Alfa 6

De eerste auto in dit overzicht is een onvervalste Italiaan: de Alfa 6. Zes cilinders, zes Dell’Orto carburateurs en een 2.5 liter motor. Dat waren de uitgangspunten die het topmodel onderhuids voedden. De Zes in de typeaanduiding heeft onbedoeld nog een betekenis. Deze niet transaxle Alfa kwam feitelijk zes jaar later dan gepland op de markt, het had alles te maken met de oliecrisis van 1973. De koper stond een technisch complexe wagen ter beschikking, die haarfijn balanceerde op de dunne scheidslijn tussen passie en ergernis, maar vooral een prachtig alternatief vormde voor diegenen die in deze klasse van de Duitse conventie wilden afstappen. In alles was de vier deurs Italiaan gracieus, zeker in de eerste serie met dubbele ronde koplampen en die unieke Dell’Orto configuratie. In 1983 bemoeide Bertone zich met de Alfa 6, de ronde koplampen verdwenen, en er kwam L-Jetronic voor de 2.5 en de nieuwe 2.0 motor. Verder bracht Alfa Romeo nog een dieselversie ten tonele. Puristen kiezen voor de eerste serie. Mét handbak. Die variant van de auto, die in twee series werd gebouwd en in 1986 werd opgevolgd door de 164, is het meest geliefd.

Citroën GSA

Hé. De GSA, die stamt niet uit 1979, toch? Dat doet-ie wel degelijk. Het is een doorontwikkeling van de GS, en tegelijkertijd meer dan een facelift. Medio jaren zeventig had Heuliez al geprobeerd om Citroën ervan te overtuigen dat een GS met vijf portieren (op termijn) een aantrekkelijke propositie zou zijn. Uiteindelijk ontwikkelde Citroën zelf de variant, die dus de GSA werd. De praktische variant was onderhuids en carrosserietechnisch duidelijk op de leest van de GS geschoeid, maar kreeg dus een vijfde deur, een nieuw instrumentarium met bedieningssatellieten en diagnose-panel, grotere kunststofbumpers en een luxere afwerking. Verder was de GSA, net als de GS, als Break leverbaar.

Motoren voor GSA

Bij de lancering in 1979 kregen aanvankelijk alle GSA’s de 1.299 cc motor, die ook in de GS X3 (eveneens uit 1979) was gemonteerd.  De leveringsvarianten hielden gelijke tred met die van de GS, die voor het modeljaar ’80 alleen nog als GS Special (let op de schrijfwijze) leverbaar was, terwijl het GSA instapmodel de Club was. Een jaar later verving de GSA Special de laatste vierdeurs GS. De 1.130 cc motor kwam later nog in het basismodel van de GSA (zonder aanduiding) te liggen, de GSA Special groeide vanaf dat moment qua motorinhoud. In 1986 werd de GS/GSA periode afgesloten. En dat was het einde van de bouwperiode van één van de meest bijzondere middenklassers uit de autohistorie.

Lancia Delta (1979-1994)

Feitelijk mag hij als de eerste hatchback van Lancia worden gezien, de voorwielaangedreven Delta, die in 1979 werd gepresenteerd. De sportief gelijnde Lancia deelde de technische basis met de Ritmo van concernmoeder Fiat. Het ontwerp van Giorgetto Giugiaro had een eigen gezicht. Daarnaast paste Lancia het onderstel en de motoren (1.3 en 1.5) aan. De vijfdeurs Lancia werd Auto van het Jaar in 1980. Dat was een pré, maar de Delta- die vanaf 1983 groei qua motorenaanbod en uitrustingsniveaus ontketende- werd vooral bekend vanwege de successen die in rally’s werden gehaald. Van HF 4WD tot Integrale Evoluzione II: de Delta Groep A sage werd beeldbepalend voor deze toch al fraaie Lancia, dat met de Delta zes jaar achtereen de WK-constructeurstitel greep. Daarnaast won de Delta in 1987, 1988, 1989 en 1991 ook {individueel} het WK in de rallygroep A. En de Delta bood ook een goede basis voor de S4, die actief was in groep B. Je zou haast vergeten dat de Lancia, die in totaal meer dan 500.000 werd verkocht, ook nog voor gezinsdoeleinden kon worden ingezet, én ook nog even met een 1,9 Turbodieselmotor leverbaar is geweest.

VW Golf Cabriolet

Volkswagen lanceerde de open variant van de Golf I, die op 14 februari 1979 in Osnabrück in productie ging. Karakteristiek aan de Golf Cabriolet was de rolbeugel boven de B-stijl. Het opvallende designelement diende geen cosmetische doeleinden, maar wel de inzittendenveiligheid. De vaste rolbeugel beschermde de passagiers en bood een ankerpunt voor de gordels. Opmerkelijk: het prototype van de Golf Cabriolet (1976) had- evenals voorganger Kever Cabriolet- deze rolbeugel niet. Het marktdebuut van de Golf II in 1983 betekende voor de Golf I Cabriolet overigens niet het einde. Sterker nog, het model kreeg in 1987 een facelift en werd daarna tot 1993 doorgebouwd. Al met al zijn er in veertien jaar tijd zo’n 389.000 exemplaren van de Golf I Cabriolet geproduceerd.

 

1 Comment

  1. Cor van Loenen

    23 maart, 2019 at 21:22

    Mooi stuk over de 40-ers. Wie de concept Golf cabrio in het echt wil zien: hij staat in de Karmann fabriek in Osnabruck, net als veel andere studiemodellen.

Hoe denk jij erover? Ik hoor het graag!

X
X