Historie

Deze auto’s bestaan in 2019 40 jaar. Deel één

By  | 

Het nieuwe jaar is al weer even onderweg. Het betekent, dat voor de nodige automodellen de jubileumvlag weer wordt gehesen. Zoals voor de auto’s, die in 2019 officieel de Nederlandse klassiekerleeftijd van 40 jaar bereiken. Wij hebben een overzicht gemaakt, dat wij in meerdere bedrijven aan u zullen presenteren. En in die flashback komen modellen voor, die u ongetwijfeld doen realiseren hoe snel de jaren verstrijken.

In 1979 toonde Opel haar eerste voorwielaangedreven auto: de Kadett-D, met schuin aflopende achterkant. Die is dus al 40 jaar. Hij was leverbaar als twee- en vierdeurs variant om de C-kadett rijder aan boord te houden. Verder kwamen op basis van dezelfde carrosserielijnen de drie- en vijfdeursversie in het programma. Daarnaast was de Caravan- het stationmodel- beschikbaar in drie- en vijfdeurstrim, en werd op combibasis ook een driedeurs bestelversie leverbaar. Qua motorenkeuze stond de koper aanvankelijk een reeks ter beschikking die van de 1.0 N, via de 1.2 varianten tot en met de 1.3 S liep.

Uitbreiding van motorisering

De 1.3 varianten waren van een bovenliggende nokkenas voorzien. Vanaf 1982 kreeg de 1.2S ook een bovenliggende nokkenas, en hadden de 1.0 N, 1.0 S en de 1.2 N en 1.2 S (OHV) het veld geruimd. Voor modeljaar 1982 werden ook een 1.6S (OHC) en een 1.6D variant leverbaar, terwijl de 1.8 GTE (115 PK, top 187 km/h, OHC) vanaf medio 1983 de late opvolger was van de meer gepeperde Kadett C coupéversies. In 1984 werd deze Kadett-generatie, die naar goed Opel gebruik in tal van uitrustingniveaus en combinaties leverbaar was, opgevolgd door de Kadett-E. In de loop van dit jaar besteden wij nog méér aandacht aan deze Kadett-generatie.

Toyota Corolla, vierde generatie, Europa

Toyota lanceerde in 1979 haar vierde generatie van de Corolla. 40 Jaar alweer? Voor Europa hanteerde de Japanse grootmacht een overzichtelijk leveringsgamma, dat in meerdere carrosserie varianten kon worden ondergebracht. De twee-en vierdeurssedan, een driedeurs Liftback, de coupé en de stationwagen (met drie en vijf portieren) trokken de Corolla achterwiel aangedreven de jaren tachtig in. De belangrijkste onderhuidse vernieuwing was de toepassing van een Panhardstang, schroefveren en langsarmen. De voorganger had nog de bladvering aan de achterzijde.

Motorenkeuze

Deze Toyota was voor de Europese markt leverbaar met een 1.3 of een 1.6 motor, en dat waren de laatste Corolla krachtbronnen waarvan de meesten de oudere configuratie hadden. Het merendeel van de motoren had daarbij een onderliggende nokkenas. De 1.6 in de Coupé was de 108 PK genererende Twin Cam motor. In Zweden kon de Corolla overigens ook met de 1.8 benzinemotor worden uitgerust. Dieselaars moesten nog even geduld hebben, maar zij konden vanaf 1982 de zelf ontbrander (met bovenliggende nokkenas) uit de Carina voor de Corolla bestellen. Een jaar eerder was de E7 generatie al gefacelift. In 1983 werd de productie van de meeste varianten beëindigd, de combi liep nog wél door en was tot in het najaar van 1985 in het Toyota gamma aanwezig.

Peugeot 505, eerste generatie (1979-1985)

Hij gold als de laatste Peugeot met achterwielaandrijving: de 505, die in 1979 als opvolger van de reeds langlopende 504 werd gepresenteerd. De handtekening voor het koetsontwerp werd gezet door Pininfarina, die verantwoordelijk was voor een aansprekend vormgegeven model op basis van oudere uitgangspunten. Het motorengamma en de onderstel configuratie waren vertrouwd. De uit de 504 GL (en TI) stammende 1.971 cc krachtbron was er in meerdere varianten, waarbij de TI en STI versies de 110 PK versie kregen aangemeten. Kort na het debuut werd ook de 2300 Indenor diesel leverbaar.

Upgrades en GTI

Tijdens de productieperiode van de eerste 505 generatie werden regelmatig upgrades en een grotere verscheidenheid aan volumes toegepast. Zo werden zowel van de benzine-als de dieselversies Turbovarianten geïntroduceerd, en was het mogelijk om motoren met een inhoud van 1.8 en 2.2 liter (benzine) te bestellen, terwijl Peugeot ook begon met de levering van 2.5 liter (diesel) versies. De klapper van de eerste generatie van de 505 was de GTI, met een 2.2 liter motor die 130 PK leverde en naar een top snelde van 180 kilometer per uur. De 505 was tot de facelift van 1985 leverbaar als sedan, break en familiale. Over de Peugeot 505 komt u later in het jaar nog veel meer te weten.

Audi 200 Typ 43

In oktober 1979 introduceerde Audi de 200. Ook al weer 40 jaar. Hij was gebaseerd op de Audi 100 van de C2 generatie. In dat model was de 2,1-liter vijfcilindermotor (5E) de grootste beschikbare motor, en het werd de basismotor voor de Audi 200. Vanaf februari 1980 werd de Audi 200 5T (aanvankelijk als enige Audi) aangeboden met een turbomotor en 125 kW (170 pk), die de luxe Ingolstadter in staat stelde om naar een top van 202 kilometer per uur. In de VS werd dit model verkocht als de Audi 5000 S Turbo.

Verschillen met Audi 100

De 200 was alleen leverbaar met het uitrustingsniveau van de 100 CD, en dat betekende onder meer de toepassing van dik velours, vier doorzichtige hoofdsteunen, centrale vergrendeling en elektrisch bedienbare ruiten. Uiterlijk was er veel gelijkenis met de 100, maar zaken als het andere front, anders geconstrueerde bumpers en anders geplaatste sierlijsten aan de zijkant toonden cosmetisch verschil aan. Onderstel technisch werd de 200 steviger afgesteld, en een noviteit was de toepassing van de 5-Loch velgen. De 200 van de C2 generatie (Typ 43) ruimde in 1982 het veld.

Het copyright van de foto’s berust bij GM Company én Opel Automobiles Gmbh (Kadett), Toyota (Corolla), PSA (Peugeot 505) en Audi AG (Audi 200).

1 Comment

  1. Peter

    18 januari, 2019 at 22:06

    Wat is de 505 toch een prachtige auto.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *