Motoren

De Yamaha 550 XZ: de Pantah beater uit Japan

By  | 

De Yamaha 550 XZ: de Pantah beater uit Japan

Een van de eerste motorfietsen waarbij de ontwerpers moeten hebben gedacht “Laten we er nu eens van uitgaan dat een motorfiets motorblok er helemaal niet uit hoeft te zien zoals motorblokken gewoonlijk doen”. De vloeistof gekoelde V2 had dus ook geen futiliteiten als koelribben. Maar ach: was Scott in het jaar kruik ook al niet op dat idee gekomen?

Overigens was de Yamaha 550 XZ niet de eerste viertakt V twin die Yamaha maakte

Toen de Yamaha 550 XZ in 1981 werd voorgesteld kende de markt immers al de XV 750 en de 1000 cc TR-1. Die TR-1 worden momenteel overigens vaak en definitief om het leven gebracht door er caféracers en scramblers van te maken. We moeten ons maar eens verdiepen in termen zoals ‘Bobber’ en ‘brat style’. De 750 was wat chopper achtigs. De TR-1 was een vriendelijke toerist. Maar de Yamaha 550 XZ was van een ander kaliber: die moest echt de strijd aan gaan met de goed verkopende Pantah 600. Maar dat pakte toch wat anders uit. In praktijk bleek de Pantah gewoon een beter sturende, leukere motorfiets. Bovendien had de Yamaha veel problemen op carburatiegebied. In de ademhaling van de Mikuni BD 34 carburateurs zaten te veel ‘dooie plekken’. En de ruime hoeveelheid aan elektrische draden en dingesten bleek ook geen voorbeeld van betrouwbaarheid. De ontsteking en dynamo zorgden ook voor te veel ongemak.

De V-twin met een blokhoek van 70 graden was overigens een best high tech ding

Elke kop had twee, door stille kettingen aangedreven, nokkenassen, vier kleppen per cilinder en een balansas. Dat gladde, koelvinloze blok was het resultaat van een hoop denkwerk van ingenieur Isao Koike en de researchgroep GK Design Associates. En dat team was er ook niet te beroerd voor om Cosworth en Porsche in te schakelen voor het blok en de (cardan)transmissie.

Een heel goede bak

Al die inzet resulteerde in een geluidloos schakelende versnellingsbak. Een motor met cardan aandrijving die zo stil schakelde? Die was er tot op dat moment nog niet.  en een vermogen van 64,4 pk bij 9.500 tpm. En in vergelijking met de concurrentie was dat niet fout. De 600 cc Ducati Pantah leverde 58 pk en de Kawasaki GPZ550 had een vermogen van 61 pk.

Ook leuk: de Yamaha stuurde en remde goed. Rijwieltechnisch was een deel van de wieg uitneembaar om de uitbouw van het blok te vergemakkelijken en natuurlijk had de Yamaha 550 XZ Cantilever achtervering. Aan de voorkant had de dynamische Yamaha natuurlijk naar de geest van zijn tijd dubbele schijven. Aan de achterkant verleende een conventionele trommelrem zijn vriendelijke assistentie.

Ha! Lampjes!

Als je het contact aan zette werd het dashboard een vrolijke lichtshow. Allemaal lampjes! Want dat was modern. Eenmaal onderweg is de Yamaha 550 XZ een prettige partner wanneer je hem even niet met een Pantah vergelijkt. Bij de tweede serie XS’s had Yamaha overigens slim een stap opzij gemaakt om verdere confrontatie (en gezichtsverlies) ten opzichte van de Pantah te voorkomen: de 550 cc twins kregen een royale kuip die de wereld duidelijk maakte dat er hier sprake was van een dynamische toermotorfiets. Niet van een Pantah beater.

Met dank aan Ben van Helden – www.bensbikes.nl – voor het gebruik van de ghost view

Het prettige bewijs dat klassiekers gewoon goedkoop kunnen zijn

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X