Motoren

De Triumph Bonnville Speedmaster. What is in a name?

By  | 

Een moderne motorfiets. Soms tref je er wel eens een. En dan lijkt je liefde voor klassiekers zo gek nog niet. We zagen een Triumph Bonneville Speedmaster. Een motorfiets waar van de fantasieloos opboerende marketers met kleffe handjes moeten hebben gegiecheld: ”We pikken gewoon alles uit de geschiedenisboekjes en maken alles gewoon lekker groter en zwaarder! Dan hebben we weer een retro topper!” Dat is de historie van het merk feitelijk onwaardig. Maar marketeers doen niet aan waardigheid.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Bonneville Speedmaster. De naamgeving alleen al

In den Beginne was er de Bonneville. En iedereen zag dat dat Goed was. De Bonneville verscheen in 1959 als opgevoerde versie van de Tiger T110. De naam Speedmaster is ook al meer dan een halve eeuw aan Triumph verbonden als exportmodel voor de USA markt. Als je die twee namen aan elkaar knoopt heb je dus al een stevige basis voor je ‘product placement’.

De koplamp heeft qua inspiratie heel dicht tegen de koplampunit van de Triumph 6T Thunderbird gehangen. De harmonicarubbers om de vorkpoten zijn ook al een buiging naar het verleden. Het tanklogo zou ook zomaar ‘NOS ’ kunnen zijn. De achterste remnaaf is conisch. Denk aan het prille begin van de seventies, maar dan met een schijf in plaats van een trommel.

Lijkt lucht gekoeld

Het motorblok, echt een ‘krachtbron’ doet zijn uiterste best om op zo’n ooit fameuze stoterstangen ‘pre- unit parallel twin met luchtkoeling te lijken. Het ziet er ook gewoon fraai uit. Maar dat is allemaal decorwerk. Hij is vloeistof gekoeld en de brandstof injectoren zijn vermomd als echte ouderwetse carburateurs.

Goeie looks

Dat de Triumph daarbij optisch best gelukt is en prima rijdt? Dat maakt een hoop goed. Maar zo’n ding kost meer dan €16.000. En voor dat geld kan je ook kiezen uit de mooiste Bonnevilles aller tijden: de 1968-1969 modellen. Dan heb je 46 in plaats van 77 pk, 650 in plaats van 1200 cc en 165 kilo in plaats van 245 kilo aan Triumph Twin. Dat is meer dan genoeg voor de mooiste, moeiteloze ritten op de meest kronkelende wegen. En als je keuze op een ‘Echte’ valt, dan hou je zomaar nog eens tot een miel of zes over. En dan zou een door Onno Ruttenberg gerestaureerde oil in frame nog goedkoper uitvallen.

En qua ‘uitvallen’ hoef je je bij een goed in orde zijnde Britse klassieker geen zorgen meer te maken. Na diverse wedergeboortes zijn deze klassiekers echt van hun kinderziektes en slordigheden bij eerste fabricage ontdaan. Een goede Britse klassieker is gewoon een heel betrouwbare klassieker. Tel daarbij dat de onderdelenvoorziening voor die machines betaalbaar en optimaal is en dat er nog veel vakmanschap bij talloze specialisten zit.

Toch positief uitgezwaaid

Blijft dat Triumph het enige Engelse motormerk is dat nu nog op de markt meespeelt. En dat doet Triumph met heel doordachte en goede machines. En dat ze daarbij soms wel erg vet aan hun verleden refereren? Ach, dat verleden heeft feitelijk niet eens wat met Hinckley te maken. Het echte Triumph tijdperk werd afgesloten met de Meriden modellen. Maar we kunnen niet anders doen dan de redder van de naam en het merk, John Bloor, heel dankbaar zijn.

Eigenlijk best lomp

Dan gaan we toch liever voor het origineel

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Dolf Peeters

    6 mei, 2018 at 15:47

    Resultaten uit het verleden tellen natuurlijk niet. We wachten nog heel eventjes heel voorzichtig af met de wedergeboorte van Norton te noemen. 🙂

  2. Pascal

    3 mei, 2018 at 17:50

    De enige? U vergeet de jongste reïncarnatie van Norton toch niet?..

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *