Bijzonder

De Shelter. Een Nederlandse dwergauto

By  | 

Kort na de tweede wereldoorlog was gemotoriseerd verkeer uiterst actueel. Op een BSA of Harley, die je voor een paar honderd gulden op de ‘dump’ kon kopen was je een hele vent. Maar een motorfiets was nog geen auto. Zelfs geen autootje. Want met een motorvoertuig met een dak er op telde je pas echt mee. Het formaat deed er niet eens toe: dwergauto’s waren ooit het symbool van het economisch herstel na de tweede wereldoorlog

De Shelter, made in Holland

Ingenieur Arnold van der Goot ontwierp op basis van ideeën die hij al voor de oorlog had, in 1954 de Shelter, nadat hij eerder bij de Britse vliegtuigfabrikant Bristol Aeroplane Company had gewerkt. Dat ontwerpen van zijn dwergauto pakte hij heel stevig aan. Zelfs de tweetakt motor met dynastart inclusief de hele transmissielijn kwam van zijn eigen tekentafel. De heer van der Goot kwam in zijn hele ontwerp met een heel stel eigenwijze, doordachte en slimme  constructies.

Met overheidssubsidie

De Nederlandse regering had wel interesse in het project, omdat het autoverkeer toen al een probleem was in Amsterdam (!). Arnold van der Goot kreeg van de overheid een ontwikkelingsinvestering, maakte een prototype in Amsterdam, en vertrok naar de Achterhoek. Naar Terborg, waar ruimte en het vakmanschap van kleine ambachtslieden de basis van het succes van de 2,26 m lange Shelter moesten gaan vormen.

Feitelijk kwam de Shelter te laat

Bij zijn introductie was de koek al verdeeld tussen Messerschmitt, Heinkel, de diverse Isetta varianten, Trojan en nog een paar spelers van het eerste uur. Er zijn maar weinig Shelters gemaakt en er zijn er nog minder overgebleven. Maar Auto Motor Klassiek had een lang gesprek met de, inmiddels op leeftijd zijnde ontwerper, ingenieur Arnold van der Goot, en met diens zoon die ook door de dwergautobacil is gebeten. En we zagen wat er nog resteerde aan Shelters en onderdelen daarvan. Het beste exemplaar heeft inmiddels in museum Louwman staan pronken. Dat hebben we ook op foto. Maar de gele overlevende die in Terborg op een wedergeboorte staat te wachten stal ons hart.


Aan dat exemplaar is alles te zien wat de Shelter tot ´regenjas op wielen´maakte. Daarbij viel vooral op dat de Shelter nooit echt productierijp is geworden. De eerste modellen werden door de fabrikant via een soort leasemodel aan de man gebracht. Zo kreeg de fabrikant directe feedback over optredende problemen. En die zouden dan weer opgelost kunnen worden om het eindresultaat te optimaliseren.

De hele geschiedenis wemelt van de technische details (en problemen)

Slimme dingen en problemen die opgelost hadden kunnen worden. Van der Goot had een planning voor 20 auto’s maar slechts 7 werden daadwerkelijk gebouwd. Er zijn tenminste twee exemplaren overgebleven, waarvan één (plus een indrukwekkende hoeveelheid onderdelen) bij Van der Goots zoon, en dwergauto liefhebber, Erik en één bij verzamelaar Sjoerd ter Burg. Omstreeks 1970 werd de laatste Shelter uit overgebleven onderdelen gemaakt.

Nog kleiner dan in het echt

Het meest verrassend is nog dat er nog een fabrikant is geweest die zich aan de Shelter heeft gewaagd: Het Duitse ´Autocult/models´ maakte een 1 op 43 kunststof model van de Shelter, inclusief de correcte nummerplaat. Dat model is met een lengte van zes centimeter maar iets kleiner dan het origineel. Het is verkrijgbaar voor ongeveer € 80,-.

 

Shelter

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *