Bijzonder

De Shelter. Een Nederlandse dwergauto

By  | 

Kort na de tweede wereldoorlog was gemotoriseerd verkeer uiterst actueel. Op een BSA of Harley, die je voor een paar honderd gulden op de ‘dump’ kon kopen was je een hele vent. Maar een motorfiets was nog geen auto. Zelfs geen autootje. Want met een motorvoertuig met een dak er op telde je pas echt mee. Het formaat deed er niet eens toe: dwergauto’s waren ooit het symbool van het economisch herstel na de tweede wereldoorlog


We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De Shelter, made in Holland

Ingenieur Arnold van der Goot ontwierp op basis van ideeën die hij al voor de oorlog had, in 1954 de Shelter, nadat hij eerder bij de Britse vliegtuigfabrikant Bristol Aeroplane Company had gewerkt. Dat ontwerpen van zijn dwergauto pakte hij heel stevig aan. Zelfs de tweetakt motor met dynastart inclusief de hele transmissielijn kwam van zijn eigen tekentafel. De heer van der Goot kwam in zijn hele ontwerp met een heel stel eigenwijze, doordachte en slimme  constructies.

Met overheidssubsidie

De Nederlandse regering had wel interesse in het project, omdat het autoverkeer toen al een probleem was in Amsterdam (!). Arnold van der Goot kreeg van de overheid een ontwikkelingsinvestering, maakte een prototype in Amsterdam, en vertrok naar de Achterhoek. Naar Terborg, waar ruimte en het vakmanschap van kleine ambachtslieden de basis van het succes van de 2,26 m lange Shelter moesten gaan vormen.

Feitelijk kwam de Shelter te laat

Bij zijn introductie was de koek al verdeeld tussen Messerschmitt, Heinkel, de diverse Isetta varianten, Trojan en nog een paar spelers van het eerste uur. Er zijn maar weinig Shelters gemaakt en er zijn er nog minder overgebleven. Maar Auto Motor Klassiek had een lang gesprek met de, inmiddels op leeftijd zijnde ontwerper, ingenieur Arnold van der Goot, en met diens zoon die ook door de dwergautobacil is gebeten. En we zagen wat er nog resteerde aan Shelters en onderdelen daarvan. Het beste exemplaar heeft inmiddels in museum Louwman staan pronken. Dat hebben we ook op foto. Maar de gele overlevende die in Terborg op een wedergeboorte staat te wachten stal ons hart.

Aan dat exemplaar is alles te zien wat de Shelter tot ´regenjas op wielen´maakte. Daarbij viel vooral op dat de Shelter nooit echt productierijp is geworden. De eerste modellen werden door de fabrikant via een soort leasemodel aan de man gebracht. Zo kreeg de fabrikant directe feedback over optredende problemen. En die zouden dan weer opgelost kunnen worden om het eindresultaat te optimaliseren.

De hele geschiedenis wemelt van de technische details (en problemen)

Slimme dingen en problemen die opgelost hadden kunnen worden. Van der Goot had een planning voor 20 auto’s maar slechts 7 werden daadwerkelijk gebouwd. Er zijn tenminste twee exemplaren overgebleven, waarvan één (plus een indrukwekkende hoeveelheid onderdelen) bij Van der Goots zoon, en dwergauto liefhebber, Erik en één bij verzamelaar Sjoerd ter Burg. Omstreeks 1970 werd de laatste Shelter uit overgebleven onderdelen gemaakt.

Nog kleiner dan in het echt

Het meest verrassend is nog dat er nog een fabrikant is geweest die zich aan de Shelter heeft gewaagd: Het Duitse ´Autocult/models´ maakte een 1 op 43 kunststof model van de Shelter, inclusief de correcte nummerplaat. Dat model is met een lengte van zes centimeter maar iets kleiner dan het origineel. Het is verkrijgbaar voor ongeveer € 80,-.

 

Shelter

 

 

Nu in de winkel, het juninummer

Auto Motor Klassiek van juni ligt nu in de winkel. Dus haast u om een nieuw exemplaar te bemachtigen. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Als hoofdartikel hebben we een uitgebreid aankoopadvies van de Mercedes-Benz S-klasse W116. Alles wat u moet weten, vanaf zwakke punten tot specialisten en lectuur. Een must voor de koper, maar zeker ook voor de liefhebber.

In het juninummer hebben we weer een paar mooie restauratieverslagen. Een daarvan is er een van de restauratie van een Innocenti 90L uit 1981. Maar zeker interessant is ook de restauratie van de Victoria Vicky type 117, van een jonge Belgische bromfietsliefhebber. Hij heeft er nog meer gerestaureerd of in de planning staan. Waaronder een DKW en Express. Ook de Moto Guzzi V7 Special uit 1971 is helemaal gerestaureerd.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Het perfecte leesvoer voor deze lastige tijden. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Ford Thunderbird 1966
  • Panhard 24 CT
  • Solex van Tivan
  • Beleef de bevrijding
  • ROZ Classic 2020

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Ook leuk om te lezen…


Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *