Artikelen

De Seat 1400. De eerste auto uit Zona Franca

By  | 

In november 1953 introduceerde het Spaanse Seat de 1400. Het eerste model van de in 1950 opgerichte Spaanse autofabrikant was een in licentie geproduceerde Fiat 1400. De Seat baarde- net als zijn inspiratiebron uit Italië- opzien door voor die tijd tamelijk moderne techniek. Hij zou in vier series worden geproduceerd door Seat, dat de auto in de Zona Franca fabriek in Barcelona bouwde. De fabriek werd in 1953 geopend, en op 13 november van dat jaar rolde de eerste Seat 1400 daar van de band.


We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De Seat 1400 was zoals gezegd een directe afgeleide van de Fiat 1400, die al sinds 1950 in productie was. Het was het eerste tastbare resultaat van de overeenkomst die de Spanjaarden in 1948 met Fiat sloten om in licentie auto’s te bouwen. De meest vroege exemplaren van de Seat 1400 kwamen echter als pakket uit Italië. Later werd de auto productietechnisch voor meer dan 90% uit Spaans gefabriceerde onderdelen samengesteld. Dat was een eis van Franco, die veel waarde hechtte aan het gebruik van zoveel mogelijk ingrediënten van Spaanse bodem. Het was diezelfde Franco, die ook de inauguratie van de fabriek in Barcelona in november 1955 voor zijn rekening nam.

Profijt van Giacosa’s ontwerp

De Seat 1400 profiteerde echter ook van het ontwerpwerk dat Dante Giacosa namens Fiat voor de 1400 had verricht. Het was de eerste Fiat met monocoque, en Seat nam dat natuurlijk over. De 1400 had een voor die tijd tamelijk modern onderstel. De Seat kreeg bijvoorbeeld onafhankelijke voorwielophanging met dubbele dwars geplaatste draagarmen schroefveren en telescopische schokdempers. De ophanging aan de achterzijde bestond uit een een starre achteras met in lengterichting gemonteerde semi-elliptische bladveren en een Panhardstang. Voor de demping zorgden hydraulische schokbrekers. Rondom zaten vier trommelremmen, en de handrem werd op het differentieel gemonteerd.

Fiat OHV motor

De motor was eveneens een Fiat ontwerp. Het was een in lengterichting geplaatste viercilinder in lijn motor met een onderliggende nokkenas en 1.395 cc, goed voor 44 PK. Die stelde de Seat 1400 in staat om een top van 125 kilometer te halen. Met deze specificaties liep de eerste Seat 1400 door tot 1955, toen een gemodificeerde en snellere versie op de markt kwam. Dat was de 1400 A, die uit dezelfde cilinderinhoud 50 PK haalde.

De B: stap omhoog

De Seat 1400 zat dus in een tamelijk luxieus segment, zeker voor die tijd. Seat deed er nog een stapje bij met 1400 B. Die kwam in 1956. Een belangrijke wijziging was de toepassing van een nieuwe grille met centrale mistlamp en meer chroom, een keuze die geïnspireerd was door de wijze waarop de Amerikanen hun auto’s van opsmuk voorzagen. Verder sprong de panoramische achterruit in het oog. Ook de montage van white wall banden was exemplarisch voor dit bouwtype. Seat introduceerde ook een vijfdeurs stationwagen (Familiar) en een Fugon (bestelwagen) op basis van de 1400 B.

De laatste met de oorspronkelijke carrosserie

In 1958 kwam de Seat 1400 B Especial op de markt. Nog altijd had deze de 1.395 cc motor, maar het vermogen was nu 58 PK en de top was 135 kilometer per uur. De auto kreeg een lintmeter dashboard en een luxe interieur, dat feitelijk gebaseerd was op de Fiat 1900. De B versies waren met een combinatie van twee kleuren leverbaar, en dat waren de laatste series van de 1400 met de oorspronkelijke carrosserie.

Inspiración para el futuro: 1400 C

De laatste Seat 1400 was de C, die sprekend leek op de Fiat 1800 die door Dante Giacosa was ontworpen. De 1400 C werd van 1960 tot in 1964 geproduceerd, had dezelfde techniek als de laatste B-series. In 1963 volgde nog een Familiar versie, en tijdens de laatste jaren bouwden ONECA een zespersoons limousine, SERRA creëerde eerder al een tweepersoons cabriolet. Andere speciale versies op basis van de 1400 waren bijvoorbeeld ambulances. In 1964 volgde de Seat 1500 de Seat 1400 op, die in totaal een kleine 100.000 keer werd gebouwd.

 

 

 

 

Nu in de winkel, het juninummer

Auto Motor Klassiek van juni ligt nu in de winkel. Dus haast u om een nieuw exemplaar te bemachtigen. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Als hoofdartikel hebben we een uitgebreid aankoopadvies van de Mercedes-Benz S-klasse W116. Alles wat u moet weten, vanaf zwakke punten tot specialisten en lectuur. Een must voor de koper, maar zeker ook voor de liefhebber.

In het juninummer hebben we weer een paar mooie restauratieverslagen. Een daarvan is er een van de restauratie van een Innocenti 90L uit 1981. Maar zeker interessant is ook de restauratie van de Victoria Vicky type 117, van een jonge Belgische bromfietsliefhebber. Hij heeft er nog meer gerestaureerd of in de planning staan. Waaronder een DKW en Express. Ook de Moto Guzzi V7 Special uit 1971 is helemaal gerestaureerd.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Het perfecte leesvoer voor deze lastige tijden. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Ford Thunderbird 1966
  • Panhard 24 CT
  • Solex van Tivan
  • Beleef de bevrijding
  • ROZ Classic 2020

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Ook leuk om te lezen…


2 Comments

  1. Ric van Kempen

    12 mei, 2020 at 21:22

    Wat een heerlijk onderwerp! In mijn familie (gezin) reden we alleen met Fiats, altijd. Toen ik eind jaren vijftig in Spanje kwam, wees mijn vader me op de Spaanse Fiats, die daar Seat heetten. Zodoende. En toen ik voor Nissan werkte, was de Zona Franca het centrum van de Europese Nissan productie, totdat de fabriek in Sunderland (UK) opende. Memories…

  2. Rob Muller

    12 mei, 2020 at 21:14

    De Seat 1400 C is uiterlijk als de Fiat 1800, 2100 en 2300 en de latere 1500. Deze Fiats zijn niet alleen in Italie redelijk veel verkocht, maar ook in ons land. Het verbaast mij altijd dat deze Fiats nooit in een artikel beschreven worden, maar wel de Peugeot 404 en de Austin Cambridge/Morris Oxford. Deze zijn iets jongere tijdgenoten van de Fiat 1800 en van dezelfde ontwerper Pinin Farina. De Fiats waren luxueus uitgevoerd en op de 1500 na allemaal 6 cilinders. Door de grotere motoren van 2100 en 2300 cc waren deze modellen in Italie min of meer concurenten van Alfa.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *