Column

De Makers: Cees Fick, Ab van Ginhoven en de Paladijn

By  | 

Makers inplaats van kopers: In mijn vroege jeugd had ik twee helden: Cees Fick en Ab van Ginhoven. Ik ‘kende’ ze vanuit het weekblad ‘Motor’. Ab van Ginhoven en Cees Fick waren ‘makers’. Genetische techneuten. Ab was de man die baanbrekend onderzoek deed naar stromingen en pulsaties in in- en uitlaatsystemen. Zijn Triumph T100 Tiger ‘de Paladijn’ was zijn proefbank. En als jonge jongen was ik mateloos geïntrigeerd door de waanzinnig lange, schuin afgezaagde inlaatconussen op die machine… Intussen ken ik het geheim daarachter…

Een soort Willie Wortel

Cees Fick was van een nog groter orde: zonder enige vooropleiding maakte de eigenaar van een sokkenbreifabriek de meest indrukwekkende motorblokken op basis van … Nou ja. Dat maakte hem eigenlijk niet uit. “Origineel is saai en het kan altijd beter”. Cees was een van de eerste Honda CB750 Four kopers in Nederland. En na drie weken had hij het blok in onderdelen op zijn werkbank liggen…

De Specials

De Triumph Paladijn kwam maar een paar keer in Weekblad Motor. De creaties van Cees Fick waren met een onregelmatige regelmaat in het nieuws. Een Harley Liberator zijklepper met daarop gemonteerde Matchless kopklepkoppen. Een verbouwde Ariel Square Four, de Vincents Specials op basis van de motoren van de verongelukte dichter Jan Hanlo, Aermacchi racers met bovenliggende nokenassen. Toen zijn zoon George ging racen was dat het begin van zelfs een soort ‘seriebouw’ van getunede (en tot 500 cc vergrote) Honda racers op basis van CB72 en CB77 twins. Die stonden indertijd voor kleingeld te koop. En Fick kocht ze bij bosjes. Cees Fick maakte zelfs een 940 cc driecilinder.

Via heel veel zoekwerk heb ik de Paladijn terug gevonden

Die woont op dit moment in Den Haag bij de zoon van Ab van Ginhoven. En hij gaat – als er tijd is – weer helemaal in orde komen. En onlangs sprak ik met George, de zoon van Cees Fick. Die heeft ook nog een paar motoren uit de dagen dat hij erop racete. En een hoop documentatie.

De gesprekken die ik heb gehad met ‘de zonen van’ waren prettig. Het was fantastisch de verhalen over de vaders te horen.

Bij Auto Motor Klassiek staat het verhaal over de Paladijn in de planning

En aan het verhaal over Cees Fick wordt gewerkt. Daarbij kwam de vraag op hoeveel motoren Cees Fick heeft gemaakt en hoeveel er daar nog bekend of van over zijn. Er is één Vincent bij een brand verloren gegaan. Onlangs is er eentje uit een erfenis vrij gekomen. De Ariel moet ook nog bestaan. De Harley met Matchless koppen is verbouwd tot chopper. Maar de ‘massa’ van de motoren? De Honda’s? Daar zijn er ‘veel’ van gemaakt.

Ik zag er een poos geleden eentje op Hardenberg

Die machine was ooit begonnen als 250 cc en was hondser de tovenaarshanden van Fick gegroeid naar iets van 600 cc. Hij was lopend weggezet, maar door een stel jongetjes kapot gemaakt. De verkoper had geen idee van wat hij had. Kon er ook niks mee. Want hij had de machine bekeken en had gezien dat er niets origineels meer aan het blok zat. En hij had niet de vaardigheden van Cees Fick.

Maar er moeten vast nog door Fick verbouwde Honda CB’s in schuren staan.

Vergeten. Stuk. Niet te repareren door gebrek aan kennis en onderdelen. Kijk eens in de schuur of u zoiets heeft staan. De Fick Specials zullen nooit voor tonnen geveild worden bij Sotheby’s. Maar het zou grappig zijn een soort register te maken. En er zijn nog wat speciale onderdelen uit de erfenis van Cees. Kijk dus straks even in de schuur en stuur een mailtje als u denkt een Fick Special onder het stof te hebben gevonden. Bedankt, mede namens George, de zoon van Cees.

Paladijn

Het geheim van een goede start

Paladijn

De 940 cc driecilinder eigenbouw

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    X
    X