Nieuws

De Lotus Esprit S2

By  | 

En zo heette die dus sinds het najaar van 1978. De Lotus Esprit Series Two dus. Het duiden van evolutiemodellen met cijfers is immers een oude Britse traditie. Series 2, Mark 3. Dat soort dingen. En dat het origineel daarbij nooit wordt aangeduid met Mk1 of Series One? Nou ja…

Een eigen Lotus motorblok

Bij die raszuivere sportauto had Lotus afscheid genomen van het inbouwen van Ford motorblokken. Er werd  alleen nog leentjebuur gespeeld voor de krukas: die kwam van Vauxhall. Er werd overigens op gegokt dat de versnellingsbak identiek was aan die van de toen al uit productie zijnde Citroen SM. De erg overvierkante viercilinder had een boring x slag van 95 x 63 mm en een cilinderinhoud van 1973 cc. In de kop draaiden twee, riem aangedreven, bovenliggende nokkenassen die op hun beurt vier kleppen per cilinder lieten bewegen.

Met de rug tegen de motor

De Lotus Esprit is een tweezits middenmotor auto. De achterruit zit direct achter de stoelen. Of beter: er zit een achterruit vlak achter de stoelen. Tussen die ruit en de ‘echte achterruit zit een niet onaanzienlijke bergruimte. Daar onder zit de motor. Die constructie werkt voorbeeldig bij het dempen van het motorgeluid. Aan de andere kant: echt stil was het niet in zo’n Lotus. Dat kwam omdat de ventilatie afzuiging via de achterste raamstijlen nogal luidruchtig was op hoge snelheden.

Gegeven en gemeten vermogen

Lotus gaf de Esprit S2 op voor een vermogen van 160 pk. In een diverse tests uit die tijd werden er daarvan 112-115 aan de achterwielen gemeten. En dat is voor een auto van onder dat 1000 kilo best goed. Het vierkleps DOHC blok van krap twee liter bleek daarbij wel onverwacht soepel. Maar er bleek ook dat de Lotus veel meer vermogen had kunnen hebben. Het hele weggedrag schreeuwde dat uit. Maar toch: Van 0-100 draafde de Lotus in 7,6 secondes. En de dertig secondes dat een Lotus Esprit S2 nodig had om de 200 km/u aan te tippen was dezelfde tijd die een Lelijke Eend nodig had om de tachtig te halen.

Echt lekker trekken deed de Lotus al vanaf 1500 tpm. Het maximum koppel van 142 Nm werd geleverd tussen de 4000-4500 tpm. Het maximum vermogen kwam er uit bij 7.000 tpm. Daarmee was de Lotus een pure sportwagen die bereden kon worden door elke senior. Vanaf 65 km/u in zijn vijf doortrekken? Geen probleem! Maar natuurlijk was er geen Lotusrijder die zijn trots zo weinig liet rennen. Tijdens sportieve, maar verstandige inzet, liep zo’n Lotus Esprit iets van 1 op 8.

Net een formule auto

Bij al dat gespeel had de Lotus Esprit een ongelooflijk goed en dynamisch weggedrag. Hij stuurde als een formulewagen. De zitpositie was daar trouwens ook naar, inclusief een gebrek aan voetruimte bij de pedalen. Die erg vlakke rijhouding had zijn nadelen in druk stadsverkeer. Net als de onoverzichtelijkheid van het koetswerk. Bij krap inparkeren waren de opgeklapte koplampen handige parkeerhulpjes. Achteruit in parkeren kon eigenlijk alleen op het gehoor gebeuren. “Boem=Ho!”.

En natuurlijk was Guigiaro’s lijnvoering bij deze auto de kers op de cake. En het mooiste was dat de Lotus in vergelijk met wat je zijn concurrentie zou kunnen noemen erg goedkoop was.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X